'Beetje Nederlander' is blij met Terpstra

DEN HAAG, 18 DEC. Hij heeft haar nog nooit persoonlijk ontmoet, maar Getaneh Tessema herkende Erica Terpstra gistermiddag in Den Haag meteen. De staatssecretaris voor sport was aanwezig bij de start van de Fit Ten Miles en dook halverwege het parcours ook weer op om de op kop lopende atleet en zijn volgers in de ijzige kou aan te moedigen. “Leuk dat ze er was”, zei Tessema na afloop van de wedstrijd met pretoogjes. “Jammer dat ik in haar bijzijn geen eerste werd en genoegen moest nemen met de tweede plaats.”

Terpstra vindt de 27-jarige, in Ethiopië geboren Tessema een aanwinst voor de Nederlandse atletiek. De atleet is daar opgetogen over, omdat hij zo spoedig mogelijk tot Nederlander genaturaliseerd wil worden. Als het even kan voor volgend jaar zomer. Want dan kan hij, wanneer hij voldoet aan de limiet, namens Nederland op de tien kilometer deelnemen aan de Olympische Spelen van Atlanta. Normaal gesproken duren naturalisatie-procedure's al gauw een jaar of vijf, maar Tessema en zijn advocaat hopen dat het positieve advies van onder anderen de staatssecretaris bijdraagt aan een snellere afwikkeling.

Tessema vroeg in het najaar van 1992, na een wedstrijd in Eindhoven, als vluchteling asiel aan in Nederland. Hij voelde zich in zijn eigen, politiek onstabiele land niet meer veilig. Hoewel de rechtbank in Zwolle in maart van dit jaar nog oordeelde dat Tessema niet had kunnen aantonen dat zijn leven bij terugkeer in Ethiopië gevaar zou lopen, mocht hij voorlopig toch langer in Nederland blijven. De atleet, die door sponsorcontracten, prijzengeld en premies in zijn eigen onderhoud kan voorzien, beriep zich er met steun van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) namelijk met succes op dat zijn sportieve prestaties 'een wezenlijk Nederlands belang' dienen. Begin deze maand kreeg Tessema eindelijk meer zekerheid over zijn verblijf in Nederland: hij kreeg een verblijfsvergunning voor een jaar.

Daar is hij “heel, heel erg blij” mee. Toen hij het goede nieuws hoorde, was hij bij vrienden waar hij zou blijven eten. Maar hij kon geen hap door zijn keel krijgen. “Zo emotioneel was ik.”

Tessema is zich de afgelopen jaren “een beetje Nederlander” gaan voelen. Hij woont in een flat in Sittard, is gewend geraakt aan het klimaat, eet graag boerenkool met worst en spreekt de Nederlandse taal al zo goed dat hij zelfs voor een Sinterklaasrijm zijn hand niet meer omdraait. Het afgelopen jaar won hij drie nationale titels, op de halve marathon, de tien kilometer en bij het veldlopen. Ook bij sterk bezette internationale wedstrijden in Nederland - aan wedstrijden elders kon hij de afgelopen jaren niet deelnemen omdat hij geen Ethiopisch paspoort meer had en nog niet beschikte over Nederlandse reisdocumenten - eindigde hij vrijwel altijd in de top van het klassement.

Dat is voor Nederlandse begrippen opzienbarend, omdat Tessema pas in zijn late tienerjaren met atletiek begon. Daarvoor had hij altijd alleen maar gevoetbald, als het even kon hele dagen lang. Pas toen een groepje vrienden hem erop wees dat hij over een uitzonderlijk goede conditie beschikte, dat hij misschien zelfs wel het talent had om een succesvol atleet te worden, begon hij aan wedstrijden deel te nemen.

De vrienden hebben gelijk gekregen, maar volgens Tessema is het in een land als Ethiopië niets bijzonders dat iemand pas op relatief late leeftijd bewust voor een atletiekloopbaan kiest en vervolgens ook meteen goed presteert. Vrijwel iedereen is immers van jongs af aan gewend om te lopen en te rennen. Naar en van school bijvoorbeeld. En niet alleen wanneer de school om de hoek ligt, maar ook wanneer die zich, zoals in Tessema's geval, op ruim vier kilometer van het ouderlijk huis bevindt.

In Den Haag, in een wedstrijd die deel uitmaakt van de KNAU Run Classics, moest hij gisteren tien Engelse mijlen lopen. Hoewel hij zoals altijd voor iedereen een vriendelijk woord had en met collega-atleten grappen maakte, was Tessema in de residentie niet in zijn beste doen. De afgelopen vier weken werd hij gehinderd door een hamstringblessure, waardoor hij minder kon trainen en ook enkele wedstrijden aan zich voorbij moest laten gaan. Toch liep hij met zijn soepele tred een groot deel van de sterk bezette wedstrijd op kop en probeerde hij met tempoversnellingen zijn achtervolgers te lossen. In de eindsprint kwam hij echter net tekort om Worku Bikila voor te blijven. Tessema volgde zijn Ethiopische landgenoot op één seconde.

Met dat resultaat kon hij gezien zijn recent opgelopen trainingsachterstand vrede hebben. Een overwinning was natuurlijk beter geweest. Over ruim een half jaar beginnen immers al de Olympische Spelen, en als iets vaart achter zijn naturalisatieprocedure kan zetten, zijn het volgens Tessema en zijn begeleiders aansprekende prestaties.

Vooral wanneer die in het bijzijn van de staatssecretaris voor sport worden geleverd, weet Tessema. Misschien moet de atleet er voor zijn gemoedsrust maar vanuit gaan dat Terpstra zich volgend jaar zomer ook wel in Atlanta zal laten zien.