Australië is in toenemende mate een 'Aziatisch land'

WELLINGTON, 18 DEC. Australië ziet de vandaag gesloten defensieovereenkomst met Indonesië als een hoeksteen voor zijn militaire beleid. Volgens premier Paul Keating onderstreept het verdrag de pragmatische houding van Australië. Hoewel in Canberra kritiek bestaat op de situatie van de mensenrechten in het noordelijke buurland, wenst Keating de goede betrekkingen met Jakarta daaraan niet op te offeren.

De overeenkomst verplicht Australië en Indonesië tot regelmatig overleg over gemeenschappelijke veiligheidskwesties en tot het houden van wederzijdse besprekingen wanneer zich bedreigingen voor een van beide landen of voor hun gemeenschappelijke veiligheidsbelangen voordoen. Beide regeringen kunnen besluiten afzonderlijk of gezamenlijk in actie te komen. Keating acht de veiligheidsovereenkomst met Indonesië nu belangrijker dan die met de Verenigde Staten, het ANZUS-verdrag, waaraan ook Nieuw Zeeland deelneemt. Australië heeft verder samen met het Verenigd Koninkrijk en Nieuw Zeeland een verdrag voor militaire bijstand aan Singapore en Maleisië, indien die laatste twee landen zouden worden aangevallen.

Waarnemers menen dat het akkoord met Jakarta ook een Australisch militair optreden in Oost-Timor mogelijk maakt, wanneer rebellen daar de Indonesische veiligheid in gevaar zouden brengen. (Het voormalig Portugese Oost-Timor werd in 1975 door Indonesië bezet en een jaar later geannexeerd. Het aanvankelijk felle verzet van de Timorezen zwakte in de loop van de jaren af.) Australië erkent als een van de weinige landen dat Oost-Timor Indonesisch bezit is; het verzet in Oost-Timor is daarom in de ogen van Keating binnenlands en daarop heeft het akkoord met Jakarta geen betrekking.

De bilaterale veiligheidsovereenkomst is een logisch vervolg op de Australische economische gerichtheid op Azië, die Canberra sinds het vanaf 1983 door Labor-regeringen wordt bestuurd, nadrukkelijk nastreeft. Australië was de initiatiefnemer van APEC, de thans in gewicht toenemende groepering van landen aan weerszijden van de Stille Oceaan. Het land speelt ook een actieve rol om nauwer met de ASEAN-landen (de Associatie van Zuidoostaziatische landen, bestaande uit Thailand, Maleisië, Indonesië, Brunei, de Filippijnen, Singapore en Vietnam) samen te werken. Keating heeft bovendien gezegd dat zijn wens om de monarchie in 2001 af te schaffen te maken heeft met het onbegrip in Azië dat een onafhankelijk land op het zuidelijk halfrond nog altijd een staatshoofd heeft dat in Buckingham Palace woont.

Australië profiteert van de ontketende economische ontwikkeling in Zuidoost-Azië door het groeien van nieuwe markten voor traditionele uitvoerprodukten (delfstoffen en landbouwprodukten) en in Australië ontwikkelde technologie. Voor Australië en Indonesië is verder het verdrag om de olievoorraden in de Timorzee gezamenlijk te exploiteren van groot belang. Dat verdrag, waartegen door Portugal en Oost-Timor-activisten jarenlang is geprotesteerd, impliceert Indonesische zeggenschap over de economische zone rond Oost-Timor.

Het akkoord maakt duidelijk dat Australië (17 miljoen inwoners) en Indonesië (190 miljoen inwoners) elkaar militair niet langer vrezen. Het dunbevolkte Australië heeft geen territoriale ambities en dat geldt ook voor Indonesië. De annexaties van Nederlands Nieuw-Guinea en Oost-Timor waren wat Jakarta betreft duidelijk van een geografische en politieke orde.

Waarom dan een veiligheidsverdrag tussen de twee landen? Keating noemde vorige week “onzekerheden voor de komende tien tot twintig jaar” als beweegreden, zonder deze te specificeren. Waarschijnlijk wordt China als de belangrijkste risicofactor in de regio gezien. De onzekere politieke toekomst van China is voldoende reden voor Canberra om Indonesië te gebruiken als een strategische buffer voor de lange termijn, terwijl Jakarta zich tegen een hetzelfde gevaar in de rug gedekt weet door het nog steeds veel rijkere Australië.