Apostelen van de markt bijten in Rusland in het zand

De uitslag van de Russische verkiezingen zal het uitwijzen: aan het Russische volk is de Westerse shocktherapie niet besteed. De lessen van IMF, Wereldbank en Europese Unie hebben een gering succes, betoogt Hubert Smeets.

Het Russische volk heeft gesproken. Voor de tweede maal in twee jaar. En voor de tweede keer viel het president Jeltsin niet mee. Bij de parlementsverkiezingen in 1993 kreeg hij nog ruim 30 procent van de kiezers mee voor zijn beleid. Gisteren was dat maximaal vijfentwintig procent. En, belangrijker, in 1993 koos veertig procent voor de oppositie, nu heeft zestig procent tegen het Kremlin gestemd. Geen paniek; president Jeltsin zal er wel raad mee weten. Een paar ministers de laan uitsturen, enkele oppositionele bewindslieden binnenboord halen en de regering kan weer even voort.

Of de Russische kiezer, die zich nu zo expliciet heeft uitgegesproken tegen de sociaal-economische tweedeling in de maatschappij, daar tevreden over zal zijn, dat is van later zorg. Bij de presidentsverkiezingen van volgend jaar zomer heeft de bevolking een herkansing en kan ze wat toegespitster een oordeel vellen over de politieke cultuur in eigen land. Tot dan hoeft de president van de grondwet in ieder geval geen last te hebben. Maar voor het Westen dringt zich niettemin een vraag op. Kunnen de Amerikaanse en Europese stuurlui-aan-de-wal vandaag wel tevreden in de spiegel kijken? Nee! Als de uitslag van de parlementsverkiezingen in Rusland één ding heeft geïllustreerd, dan is het wel dat de fraaie Westerse benadering van het post-communistische vraagstuk geen wortel heeft geschoten.

Sinds oud-partijleider/president Michail Gorbatsjov in het najaar van 1990 met de economische hervormingen begon, hebben meer en meer Westerse theoretici zich daarmee nadrukkelijk bemoeid. Toen Jeltsin zijn voorganger en persoonlijke vijand een jaar later, samen met de Sovjet-Unie als supranationale staat, het bos in stuurde, intensiveerden zij hun beleidscolleges met de dag. In het voetspoor van deze wijze lessen trokken bankiers van IMF, Wereldbank en de Europese Unie de hoofdstad Moskou binnen om daar, uiteraard tegen betaling van zeer aangename en belastingvrije salarissen, hun welgemeende adviezen ter plaatse kracht bij te zetten.

Hun boodschap was helder. Het moest allemaal snel en hard. Het Engelse woord shock therapy deed zijn intrede in het Russische vocabulair, samen met begrippen als business, marketing, cheque en nog zo wat. De markt moest zijn werk kunnen doen. Oppositie daartegen was reactionair. Rusland diende zich te spiegelen aan al die andere 'groeiende markten' waar de beurzen barsten en het maatschappelijke geluk dus nakende is. En aan de Westerse normen en waarden natuurlijk.

Vandaar dat zo weinigen hun wenkbrauwen fronsten toen Jeltsin in oktober 1993 het weerbarstige parlement, dat op de rem stond en daarbij geweld niet schuwde, letterlijk wegbombardeerde. Dat was immers een sovjet-parlement. Met een nieuw parlement zou het anders worden, temeer daar de president er inmiddels per referendum een grondwet doorheen had gejast die het staatshoofd ongekende macht gaf om te doen wat gedaan moest worden: regeren.

Volgens de boekjes klopte het inderdaad allemaal. Een land, dat in een overgangsfase verkeert, heeft geen behoefte aan bange heelmeesters. Maar ja, het volk. Het volk in Rusland kent andere problemen. Het volk van Rusland is niet louter jong en dynamisch maar voor een derde deel oud en der dagen zat of in ieder geval voorbij de midlife-crisis. Het volk woont niet alleen in 'booming' Moskou en Sint-Petersburg en kan dus niet profiteren van de voorspoed die een kleine bovenlaag daar, gedekt door een nog immer corrupte bureaucratie, voor zichzelf heeft weten te realiseren. Het volk leeft ook in al die uit de kluiten gewassen industriesteden in en achter de Oeral, waar het vaak minder prettig toeven is, en op het geürbaniseerde platteland of in de dorpen waar de hervormingen niet zozeer tot verandering als wel tot verwarring hebben geleid. Dat volk heeft óók stemrecht.

Kortom, de politiek correcte boekjes gingen voorbij aan twee klassieke dilemma's. Een democratisch dilemma en een cultureel-historisch dilemma.

Het democratische dilemma is al zo oud als Rusland en laat zich samenvatten in één vraag: kan een land, dat getekend is door eeuwenlange tsaristische en bolsjewistische horigheid, de vensters op een verlichte kapitalistische toekomst wel openen zonder een machtige vuist?

Dat was tot tien jaar geleden in Rusland nooit een serieuze vraag. Dat kon alleen met de vuist, wist men in het Winterpaleis respectievelijk het Kremlin. Die keren dat het anders werd geprobeerd, liep het mis. Partijleider Joeri Andropov was de laatste die het nog echt autoritair wilde aanpakken, een methode die later in China zo succesvol zou worden gehanteerd maar in Rusland niet meer mogelijk bleek. En, laten we eerlijk zijn, door het Westen ook niet gewenst werd. Want hoe lang duurde het niet voordat de 'openheid' van Gorbatsjov hier serieus werd genomen? En hoe luid weerklonken niet de juichkreten langs de velden toen duidelijk werd dat niet 'perestrojka' maar 'glasnost' de eerste nagel aan de doodskist van de vermaledijde Sovjet-Unie was.

Rusland is geen Aziatische mogendheid. Maar het is, ondanks de culturele wisselwerking van de afgelopen anderhalve eeuw, ook geen Europese staat. Hetgeen ons brengt bij het tweede dilemma: wat gebeurt in zo'n gigantische Euraziatische 'ruimte' als je er Westerse waarden in parachuteert? Het antwoord is: veel minder dan je hoopt.

Hiermee zij niet gesuggereerd dat er in Rusland niets is veranderd. Er is veel veranderd. Al was het maar omdat de geheime rijkdom van de communistische apparatsjiks uit de sovjet-tijd, die wel bekend was maar niet al te zichtbaar, is veranderd in de publieke rijkdom van de moderne zakenlieden, die hun welstand juist blufferig showen. En daaronder is er ook wel iets gebeurd. Dankzij de voorspoed van deze elite, hebben met name ambitieuze jongeren tegenwoordig meer perspectief dan de nomenklatoera hen ooit kon bieden.

Maar de maatschappelijke structuren zijn niet meegegroeid. Integendeel, het succes van de economische voorhoede is juist gebaseerd op het aloude patronage-systeem. Elke officiële handtekening kost nog steeds geld of eindeloos veel tijd. Over het eerste beschikt de 'nieuwe rijke', over het tweede het gewone volk. Net zoals vroeger, toen dienstverlening aan de macht ook werd gehonoreerd, maar met dit verschil dat de macht nu ook formeel niet meer is geconcentreerd in het Kremlin, maar is uitgewaaierd over allerhande subcentra die zich als kleine sub-Kremlins gedragen. De verkiezingsuitslag in de 89 regio zal deze trend vermoedelijk nog nader accentueren.

Maar dat is nog geen staatsburgerschap, waarop het Westen zo aandrong. Cursussen, al dan niet betaald door de EU of de VS, zijn in zo'n maatschappij in het gunstigste geval namelijk druppels op een gloeiende plaat en in minder gunstige gevallen zelfs een stimulans voor de bestuurlijke elites om hun status-quo te bestendigen. Nee, de klassieke verhouding tussen macht en moezjik, tussen patroon en cliënt, laat zich niet door shocktherapie afbreken.

De verkiezingen van gisteren mogen dan zijn uitgemond in een nederlaag voor Jeltsin cum suis, de apostelen van de democratische markt-ideologie in het Westen hebben helemaal in het zand gebeten. Jeltsin moet en mag morgen weer paraat zijn. De ideologen hier zouden daarentegen eerst tot tien moeten tellen voordat ze zich weer op het toneel melden. Want de opmerking van één van hen, de Harvard-econoom Jeffrey Sachs, die enige weken geleden vaststelde dat de privatisering in Rusland was uitgedraaid op de “grootste diefstal van deze eeuw” was uit zijn mond welhaast de grootste gotspe van dezelfde eeuw.

    • Hubert Smeets