ANC vraagt om een korte boycot van Shell-stations

KAAPSTAD, 18 DEC. Stille diplomatie mislukte, Afrikaanse solidariteit bleek weer eens een illusie, en een internationaal olie-embargo tegen Nigeria is ver weg. Nu moet het aan de pomp gebeuren.

De campagne van Nelson Mandela tegen de militaire regering van Nigeria is ruim een maand na de executie van negen Ogoni-activisten ineengeschrompeld tot twee dagen niet tanken bij Shell. Mandela's Afrikaans Nationaal Congres, verenigd in een actiegroep met werknemers- en sportorganisaties, heeft de Zuidafrikanen opgeroepen om morgen en overmorgen tijdens de grote vakantietrek de Shell-bezinestations voorbij te rijden.

Shell heeft aanzienlijke belangen in Nigeria. Het bedrijf heeft volgens de Zuid-Afrika-Nigeria Steungroep voor Democratie “gefaald om voldoende vastberadenheid aan de dag te leggen bij het onder druk zetten van de Nigeriaanse militaire regering om haar campagne van onderdrukking te beëindigen en in de richting van democratie te bewegen”. Het leidt de aandacht even af van Afrika's eigen falen. De tekst van de anti-Shell-verklaring beschrijft letterlijk het gedrag van Afrikaanse landen. Terwijl Mandela na de executie van de schrijver Ken Saro-Wiwa en acht mede-activisten op 10 november riep om harde strafmaatregelen tegen de Nigeriaanse junta, hulde de rest van Afrika zich in stilzwijgen. Mandela staat alleen in Afrika.

De frustratie binnen de Zuidafrikaanse regering is merkbaar. Als vanzelfsprekend verwachtte de wereld van het democratische Zuid-Afrika een morele leidersrol op het continent. Nelson Mandela, de Heilige van Robbeneiland, zou zijn bovenmenselijke status moeten gebruiken om zijn Afrikaanse collega's aan te spreken op schendingen van mensenrechten, zoals hij vroeger het apartheidsbewind de les las. De Zuidafrikaanse president begon terughoudend om de verwachtingen te temperen. Maar nu hij in de kwestie-Nigeria voor het eerst het initiatief nam, lieten zijn Afrikaanse broeders hem lelijk in de steek. Het zal er onvermijdelijk toe leiden dat de regering-Mandela, die de mensenrechten ziet als een belangrijke thema in haar buitenlandse beleid, zich zal bezinnen op haar rol in Afrika.

Mandela begon achter de schermen. Hij stuurde eerder dit jaar afgezanten als aartsbisschop Desmond Tutu en vice-president Thabo Mbeki naar Abuja. Zij bepleitten bij de militaire dictator Sani Abacha clementie voor politieke gevangenen als generaal Abiola, de waarschijnlijke winnaar van de presidentverkiezingen die de militairen negeerden, en oud-president generaal Obasanjo, een persoonlijke vriend van Mandela. De Zuidafrikanen, bang om als boodschappers van het Westen te worden afgeschilderd, kozen voor een fluwelen aanpak. Ze lieten zich zelfs niet uit over de executie van 43 misdadigers op de dag dat Mbeki op bezoek kwam.

Na de executie van Saro-Wiwa op 10 november - op het moment dat de Gemenebestlanden in Nieuw Zeeland bijeen waren om hun houding tegenover Nigeria te bepalen - werd Mandela strijdbaar. Hij noemde het Nigeriaanse bewind “barbaars, corrupt, onverantwoordelijk en arrogant”. Hij waarschuwde generaal Abacha: “U zit op een vulkaan en ik ga hem onder u laten exploderen.” Mandela vroeg de Amerikaanse president Clinton en de Britse premier Major persoonlijk om steun voor een olieboycot. En hij riep een bijeenkomst van de twaalf Zuidelijk Afrikaanse landen, verenigd de Zuidelijk Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap (SADEC), bijeen in Pretoria om sancties tegen Nigeria te bespreken.

Daar bleek vorige week dat Mandela zich in het isolement had gemanoevreerd. Zijn oude SWAPO-kameraad uit de strijd tegen het apartheidsbewind, Sam Nujoma, president van Namibië, voelde niets voor sancties. Robert Mugabe, president van Zimbabwe, had zijn aanvankelijke protest tegen de Nigeriaanse machthebbers afgezwakt. Zeven van de twaalf SADEC-presidenten kwamen helemaal niet opdagen, een illustratie dat een campagne tegen de Afrikaanse grootmacht geen prioriteit heeft.

Nigeria heeft in het verleden Afrikaanse verzetsbewegingen, zoals SWAPO, Mugabe's ZANU-partij en ook het ANC, ruimhartig financieel gesteund. Verscheidene Afrikaanse landen krijgen goedkoop olie van Nigeria en de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) blijft financieel op de been dank zij de bijdrage uit Abuja. Mandela, die inzag dat zijn initiatief nu dreigde uit te monden in een bilateraal conflict, bracht de sancties niet meer ter sprake. Zuid-Afrika laat de Nigeriaanse-kwestie verder over aan de internationale organisaties: het Gemenebest, de Verenigde Naties en de OAE.

Het ANC bleef geïrriteerd achter. Mandela heeft in binnen- en buitenland kritiek gekregen dat hij te weinig doet, maar de Nigerianen zelf komen niet in opstand tegen de militaire regering. De vooraanstaande ANC-politica Gill Marcus schreef gisteren in een artikel in The Sunday Times dat veranderingen in Nigeria door Nigerianen teweeg moeten worden gebracht. Marcus citeert een ervaring uit het verzet tegen de apartheid: “Internationale solidariteit kan alleen de acties steunen van de democratische krachten in een land. Het kan niet de drijvende kracht zijn.”

Mandela hield Nigerianen in een recent vraaggesprek dezelfde les voor. “Het heeft geen zin dat Nigeriaanse leiders vanuit het buitenland dingen roepen, terwijl ze er niet voor zorgen dat het vuur van verzet binnen Nigeria brandt. (..) De internationale opinie was niet gemobiliseerd (tegen het apartheidsbewind in Zuid-Afrika, red.) als er geen krachtige en effectieve verzetsbeweging binnen het land zou zijn geweest. Dat ontbreekt in Nigeria, en Nigeriaanse leiders die Zuid-Afrika en zijn president de schuld geven, zijn vooral bezig de aandacht af te leiden van hun eigen zwakheden.”

Gill Marcus concludeert dat Zuid-Afrika dringend behoefte heeft aan een “coherent buitenlands beleid, in het bijzonder in de Afrikaanse context”. “We kunnen geen buitenlands beleid hebben dat wordt bepaald door de problemen die de wereld beschouwt als de persoonlijke verantwoordelijkheid van president Mandela, of het nu Oost-Timor is, Indonesië of Nigeria”, aldus Marcus. Eén suggestie voor het buitenlandse beleid van Zuid-Afrika heeft Afrika de afgelopen weken in ieder geval aangedragen: niet overdrijven, met die mensenrechten.