Wet-Van Otterloo

Bij de invoering van de Wet-Van Otterloo per 1 juli 1994 werden 65-plussers met een inkomen boven 30.500 gulden per jaar verplicht zich tegen ziektekosten te verzekeren bij een particuliere organisatie.

Omgekeerd werden degenen van wie het inkomen onder bovengenoemde grens ligt verplicht hun particuliere ziektekostenverzekering op te zeggen en zich bij een ziekenfonds aan te melden. (Een addertje onder het gras is, dat met de term inkomen in dit geval niet het belastbaar inkomen is bedoeld, zoals dit geldt voor de fiscus, maar het inkomen uit arbeid; inkomsten uit bijvoorbeeld een lijfrente, alimentatie tellen niet als zodanig.)

Deze verplichte overstap, richting ziekenfonds, heeft nadelige gevolgen voor die 65-plussers die te boek staan als overheidspersoneel en uit dien hoofde kunnen profiteren van de zogenaamde Ziektenkosten Vergoeding Overheidspersoneel (ZVO) van het ministerie van binnenlandse zaken. Echter, dit voorrecht vervalt bij de verplichting zich bij een ziekenfonds te verzekeren. Zij lopen dus de niet oninteressante tegemoetkoming vanwege de ZVO geheel mis. Een vraag is nog in hoeverre overheidspersoneel dat nu naar de particuliere ziektekostenverzekering overstapt wèl declaraties kan indienen bij de ZVO.

Hoe het zij, de Wet-Van Otterloo pakt bij uitstek ongunstig uit voor 65-plussers die door een deeltijd dienstverband een laag arbeidsinkomen hebben opgebouwd. Dat dit (alweer) vooral vrouwen betreft zal niemand verbazen.