Voorzitter Kroes test Elfstedenijs

OLTERTERP, 16 DEC. Afgelopen zaterdag heeft hij een deel van de Elfstedenroute geschaatst. Ir. Henk Kroes (57), voormalig ijsmeester en sinds een jaar voorzitter van de Vereniging De Friesche Elf Steden, bond de ijzers onder op de Bonkevaart bij Leeuwarden en reed via Bartlehiem naar Dokkum. Kroes was tevreden over de route, maar om zijn hals hing wel een veiligheidsprikker.

Zondag was hij op de Zwette, bij Leeuwarden. Prachtig weer, geen wind. Bij Kroes begon het toen even te kriebelen. “Ik kreeg toen even écht zin om hem te rijden.” De dag daarop waagden zeven schaatsers zich daaraan. Ze reden en klúnden de 230 kilometer lange Tocht der Tochten langs de Friese elf steden over voornamelijk waterijs. Eén onfortuinlijke schaatsfanaat zakte door het ijs.

Nederland kan gerust zijn. Het bestuur is nog niet bijeen geweest. Pas wanneer er volop geschaatst wordt en echte schaatstochten over natuurijs worden verreden in Friesland, dan roept Kroes zijn bestuur en 21 rayonhoofden bijeen. Op vragen van de media wanneer de 15de Elfstedentocht verreden gaat worden, antwoordt hij nu steevast dat het 18 januari zal zijn. “Op die datum werd hij ook in 1963 gehouden.”

Kroes vindt het niet erg wanneer de Elfstedenkoorts eerder uitbreekt. “Mensen buiten Friesland kunnen niet inschatten hoe het ijs er hier bij ligt. En ik vind het wel leuk als het feest alvast wat opgewarmd wordt.” Een ijsdikte van vijftien centimeter, een kwalitatief goede ijsvloer en een goede temperatuur zijn de belangrijkste voorwaarden. En uiteraard een strenge winter.

Dit jaar begint wat dat betreft hoopvol, vindt de opvolger van ir. Jan Sipkema. “Zo vroeg al vorst is gunstig. We hebben na de vorstperiode dooi gehad en nu gaat het weer vriezen. Daardoor krijg je een snellere ijsaangroei, omdat het water al afgekoeld is.” Hij kijkt uit naar een tocht. “Het moet zo langzamerhand weer eens. Ieder jaar als het niet vriest, denk je: verdikkeme, weer een jaar voorbij.”

Voor 1985, toen er na 22 jaar weer een tocht uitgeschreven werd, kreeg het Elfstedenbestuur vaak het verwijt te voorzichtig te zijn. Het organiseren van een Elfstedentocht zou men niet aandurven. De verwijten lieten Kroes koud. “We laten ons niet opjutten. Natuurlijk willen we graag, maar het moet wel kunnen.” Die afweging moet op tijd gemaakt worden, beseft hij en dat geeft het Elfstedenbestuurslid een aangenaam soort spanning. “Treuzel je te lang, dan gaan andere mensen hem uitschrijven en ontstaan er wilde tochten. Dat moet je niet hebben.”

De laatste keer dat de rayonhoofden serieus met het bestuur bijeenkwamen was in 1991. Diepzwart glansijs tooide aanvankelijk de route, maar hevige sneeuwval zorgde voor ontelbare knelpunten.

Het bestuur is nu helemaal klaar voor een tocht, verzekert Kroes. De draaiboeken zijn bijgesteld, de startkaarten liggen gereed in een kluis. In vergelijking met de vorige editie is de vrije inschrijving afgeschaft. Alleen leden van de vereniging, aangevuld door drieduizend van de tienduizend verwachte 'niet-leden', krijgen een startbewijs. Rijden op andersmans kaart is er niet meer bij, nu op de startbewijzen dezelfde foto prijkt als op de lidmaatschapskaart.

De ledenstop blijft in elk geval gehandhaafd tot en met een volgende tocht. Een voorstel van het bestuur om meer leden toe te laten werd vijf jaar geleden weggestemd door de ledenvergadering. Kroes: “Het startrecht is nu gekoppeld aan het lidmaatschap. Zo is het in de statuten vastgelegd, maar dat kan niet altijd zo blijven. Ook niet-leden moeten een kans kunnen krijgen. Gelukkig hebben we nu die drieduizend potentiële deelnemers van buitenaf.”

Het aantal leden is tanende wegens overlijden of verhuizing. De laatste vijf jaar raakte de vereniging duizend leden kwijt. De vergrijzing zet door. De gemiddelde leeftijd ligt tussen de 40 en 50 jaar. Opmerkelijk is dat de meeste pd'ers ook in die leeftijdscategorie te vinden zijn en niet, wat verwacht zou worden, bij 'jong bloed''': de twintigers en dertigers.

Kroes vindt het niet onlogisch dat er onder jongeren kennelijk minder belangstelling is: “De achttien en negentienjarigen van nu zaten tien jaar geleden nog op de basisschool. Jongeren lokken is moeilijk. We kunnen ze immers niets tastbaars bieden. Als Elfstedenvereniging hebben we geen kunstijsbaan en onze tocht ligt niet vast.”

Als Kroes mocht kiezen dan zag hij het liefst een barre vijftiende editie, waarin de schaatsers echt strijd moeten leveren met de elementen. Zoals in 1963. Aanwakkerende wind, slecht ijs, stuifsneeuw. Kroes werd uitgeput door omstanders van het ijs gehaald in Franeker. “Ik was blij dat ze het deden, want ik zag het niet zitten in mijn eentje naar Dokkum te schaatsen”. Het was de enige keer dat hij de tocht reed. Een zilveren Elfstedenkruisje heeft hij dan ook niet in bezit. Maar, zegt hij: “Het kruisje moet je echt verdiend hebben.”