Twee gezichten

Het kabinet heeft twee gezichten. Ze worden gepersonificeerd door de ministers Hans Wijers (D66, Economische zaken) en Ad Melkert (PvdA, Sociale zaken). De eerste wil Nederland veranderen door management by speech, de tweede door subsidies en regelgeving.

Op 7 december deed Wijers' road show de Rabobank in Utrecht aan. Het discours had ditmaal een sombere ondertoon. Nederlanders zijn zelfgenoegzaam, passief, defensief en risicomijdend, suggereerde Wijers. Wat de minister echter vooral blootlegde, was de machteloosheid van de Haagse politiek.

Nederland voldoet aan vrijwel alle voorwaarden voor sociaal-economisch succes. Wijers somde ze nog eens op. De economische groei was het afgelopen half jaar fors (3 procent), de inflatie en de rentestand laag en de produktiviteit hoog. Er waren in de zomer 80.000 personen meer aan het werk dan een jaar eerder. En geld is er genoeg. De Nederlandse pensioenfondsen en levensverzekeraars beheren met elkaar bijna 800 miljard gulden. Toch is de werkloosheid, vooral onder laag opgeleiden, nog steeds hoog.

Waarom staat Nederland er sociaal zo slecht voor, terwijl het economisch zo goed scoort? Volgens de minister van Economische zaken mankeert het in Nederland dus aan ondernemerschap. Per duizend inwoners zijn er hier maar 28 ondernemers tegen gemiddeld 49 in de Europese Unie. Het aantal banen dat startende ondernemingen in de Verenigde Staten en Denemarken creëren is drie keer zo hoog als hier. Het tekort aan ondernemers heeft sociale oorzaken, meent Wijers. Zo gaan de meeste scholieren er op voorhand al vanuit dat ze later in loondienst komen. Slechts 10 procent van de HBO'ers begint voor zichzelf. Kapitaalverschaffers zijn trouwens al net zo risicomijdend als scholieren. De naar internationale maatstaven schatrijke Nederlandse pensioenfondsen investeren slechts 15 à 20 procent van hun kapitaal in aandelen (ter vergelijking: in het Verenigd Koninkrijk en de VS is dat 45 tot 75 procent).

Het ondernemerschap wordt ontmoedigd door red tape (bureaucratie). Het leeuwedeel is aangebracht door het ministerie van Ad Melkert. De rompslomp die ondernemers moeten ondergaan om voor het eerst iemand in dienst te nemen vormt volgens Wijers een 'even grote drempel voor de uitbreiding van de werkgelegenheid als de loonkosten zelf'.

Als het aan Melkert ligt, dan komen er nog meer regels en loketten bij. Hij wil de werkloosheid bestrijden met stevig in red tape gewikkelde banenplannen. Op het eerste gezicht heeft Melkert veel succes. Zijn ministerie is immers verantwoordelijk voor 40.000 Melkertbanen, 20.000 arbeidsplaatsen met inzet van uitkeringen, 21.000 jeugdwerkgarantieplaatsen (JWG), 21.000 banenpoolers en 88.000 mensen in sociale werkplaatsen. Dat telt aardig op. Melkert haalt jaarlijks met 5,5 miljard gulden gemeenschapsgeld (gemiddeld 28.000 gulden per arbeidsplaats, het sociaal minimum) vijf keer zoveel mensen achter de geraniums vandaan dan Philips-topman Jan Timmer met de opbrengsten van verkochte gloeilampen en elektronica.

De vraag is echter of het de meest efficiënte wijze van banencreatie is. Als Melkert de 5,5 miljard gulden niet uitgeeft aan gesubsidieerd werk, maar terugstort op de girorekeningen van consumenten en ondernemers, ontstaan volgens de rekenmodellen van het Centraal Planbureau via het marktmechanisme nagenoeg evenveel banen. Zeker als hij de terugsluisoperatie gepaard laat gaan met een versoepeling van het ontslagrecht en afschaffing van het minimumloon.

Dat is echter niet Melkerts stijl. Liever doet hij er nog een schepje bovenop. Zo wil hij uitzendbureaus dwingen om uitzendkrachten een arbeidsovereenkomst aan te bieden. Er zijn thans gemiddeld zo'n 140.000 uitzendkrachten per dag. Als die allemaal een vast dienstverband bij Randstad, Start en de andere uitzendkantoren krijgen, dan is dat weer een stap in de door Melkert gewenste richting om zoveel mogelijk mensen werkgarantie, inkomenszekerheid en een loondienstverhouding te geven. De nota Flexibiliteit en Zekerheid, waarin Melkert zijn gedachten uitwerkte, werd zeer tegen zijn zin en die van partijgenoot, premier Kok, stevig geamendeerd door het 'andere gezicht' in het kabinet, vertegenwoordigd door de bewindslieden Wijers, Sorgdrager (beide D66) en Zalm (VVD).

Melkert weigerde het verlies te erkennen en werkte zijn nota om tot een adviesaanvrage voor de sociale partners. Hij verwacht dat hij de vakbeweging achter zich krijgt. Wijers, Sorgdrager en Zalm weten zich gesteund door de werkgevers. Op zoek naar nieuwe evenwichten is de lijfspreuk van het kabinet-Kok. Maar waar het evenwicht bij een Januskop zit, dat heeft noch Wijers noch Melkert tot op heden duidelijk kunnen maken.