'Synthese-rapport' over broeikasproblematiek

ROME, 16 DEC. Het intergouvernementele panel voor klimaatverandering, IPCC, heeft zijn tweede evaluatie van het wetenschappelijk onderzoek van de broeikasproblematiek afgesloten. Gisteravond laat accepteerde een vergadering van een honderdtal regeringsdelegaties de tekst van een rapport dat drie lijvige studies in twintig bladzijden samenvat.

Het nieuwe 'synthese-rapport' zal naar verwachting een belangrijk instrument worden voor toekomstige politieke conferenties over beperking van de uitstoot van broeikasgassen. Aan de onderliggende studies van drie werkgroepen (die oorzaak en gevolgen van klimaatverandering onderzochten en mogelijk te treffen maatregelen inventariseerden) is twee jaar gewerkt. Het eerste geruchtmakende IPCC-rapport verscheen in 1990. De nieuwe rapporten zullen begin volgend jaar worden uitgebracht.

Over de tekst van het synthese-rapport, waarop anders dan bij de drie wetenschappelijke rapporten ook beleidsmakers invloed hebben, is vier dagen vergaderd. De delegaties van Koeweit en Saoedi-Arabië en in mindere mate die van Venezuela, zorgden voor eindeloze procedurele vertragingen die veel irritatie wekten. Overigens gingen de betreffende delegaties in de meeste gevallen “omwille van het compromis” uiteindelijk toch akkoord met de voorgestelde formulering die steeds zeer behoedzaam was.

Van belang is dat de voornaamste conclusie van werkgroep I dat het niet langer waarschijnlijk is dat de geconstateerde klimaatverandering uitsluitend aan natuurlijke variabiliteit is toe te schrijven, gehandhaafd is, zij het in licht aangepaste bewoordingen. De bewering wordt nu onmiddellijk gevolgd door de constatering dat natuurlijke variabiliteit als enige verklaring nog steeds niet is uit te sluiten.

Meer nog dan de ook al handzame samenvattingen van de drie onderliggende studies afzonderlijk had het synthese-rapport richtlijnen moeten bieden aan beleidsmakers voor het vaststellen van emissiebeperkingen. Het rapport is daarin nauwelijks geslaagd. In de meeste gevallen zijn simpelweg alinea's uit de drie andere samenvattingen overgenomen. Men heeft niet willen of kunnen aangeven hoe lang de concentraties broeikasgassen nog mogen blijven stijgen vóór een 'gevaarlijk' niveau is bereikt. Zolang dit plafond en de snelheid waarmee het bereikt mag worden niet vaststaan kunnen afzonderlijke staten zich formeel aan die emissiebeperkingen onttrekken.

Tussen de regels door laat het synthese-rapport weten dat de huidige groei in de uitstoot van de gassen kooldioxyde en metaan vrijwel zeker binnen enige decennia tot catastrofes zal leiden. Een verdubbeling van de concentratie CO2-equivalenten, die na 2100 wordt verwacht, zal een wezenlijke verandering in de samenstelling van een derde van de bossen op aarde tot gevolg hebben. Men voorziet een aanzienlijke toename van de al waarneembare 'verwoestijning' en voorspelt een teruggang in de opbrengst van landbouwgewassen in tropische en sub-tropische gebieden. Overigens kunnen de landbouwopbrengsten in andere gebieden toenemen. Mocht de zeespiegelrijzing van 50 centimeter die nu voor 2100 is voorzien, twee keer zo hoog uitvallen (wat makkelijk kan) dan zal Bangladesh 17,5 procent van zijn grondgebied verloren zien gaan en Nederland zes procent, aldus het rapport.

De onuitgesproken suggestie is dat een zogenoemde 2x CO2 situatie, die al binnen een eeuw wordt bereikt, de mensheid voor grote problemen plaatst. Pijnlijk genoeg is het, aldus het IPCC, nog steeds nauwelijks mogelijk met enige zekerheid aan te geven hoe in specifieke regio's het klimaat zal veranderen. Verrassingen zijn niet uitgesloten.

Alleen al om de concentratie CO2 te doen stabiliseren op het huidige niveau is een onmiddellijke reductie in de mondiale uitstoot van 60 tot 80 procent nodig, noteert het synthese-rapport. Maar met nadruk wordt erop gewezen dat een dergelijke reductie technisch en economisch zeer zeker haalbaar is.