Staande ovaties voor Padding op feestavond Gaudeamus

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Oliver Knussen en het Nederlands Blazers Ensemble o.l.v. Jurgen Hempel, met Bart Schneemann (hobo). Werken van Schat, Carter en Padding. Gehoord 15/12, Philipszaal Den Haag. Uitzending Radio 4 NPS rechtstreeks.

Het eerste werk op het feestprogramma van Gaudeamus, gisteravond in de Philipszaal in Den Haag, betrof Peter Schats Thema voor hobosolo, gitaren, orgel en blazers, opus 21. Het ontstond in 1970, het jaar waarin de stichting een kwart eeuw jong was. Het laatste werk Scharf Abreissen voor groot orkest van Martijn Padding markeert ons jaar 1995, waarin Gaudeamus een halve eeuw - nog steeds - jong is. Gaudeamus heeft een duidelijke doelstelling: jonge componisten steunen, nog niet ontloken talent een kans bieden en al het andere is daaraan ondergeschikt.

De uitvoering van Thema riep herinneringen op aan het Amsterdamse Vondelpark, feestelijk op een hallucinerend evocatieve wijze, brutaal Big Band-achtig, maar tegelijkertijd is de consequent gelijkmatig uitbouwende structuur niet zonder raffinement. Na A volgt B, maar C volgt pas na de herhaling van A en B, D pas na A, B en C, enzovoorts. Vandaar het citaat uit Flight to the Apollo waarin James Brown schreeuwt “I feel allright one, I feel allright two”, enzovoort.

Dirigent Jurgen Hempel koos voor een hoog tempo met het vasthouden van de grote lijn. In mijn herinnering was het allemaal mozaïek-achtiger, waarbij bepaalde groepen, zoals de fagotten en de laagste instrumenten, nu minder geprofileerd klonken, maar bijvoorbeeld de gitaren weer duidelijker. Hoboïst Bart Schneemann speelde virtuoos, maar Han de Vries 'kwaakte' indertijd de dubbeltoner veel venijniger. Het feit dat je je al die details nog zo goed voor de geest kunt halen pleit voor de compositie.

Directeur Hans Heuvelmans van Gaudeamus schetste 'vijftig jaar vechten voor de nieuwe muziek' waarbij hij zijn stichting vergeleek met een krachtige jeep met trekhaak voor andere groepen. Vervolgens bood hij een boek over Gaudeamus aan onder de toepasselijke titel Eeuwige Jeugd, geschreven door Peter Peeters en verlucht met zeldzame foto's, alsmede een doos met een dubbel-cd met hoogtepunten uit vorige Gaudeamus-muziekweken. De gelukkige was staatssecretaris Aad Nuis, die opmerkte: “Gaudeamus doet veel in stilte maar staat nu zelf in het middelpunt”. Toen was het woord aan een eeuwig jonge componist uit de Verenigde Staten: Elliott Carter, middels een Adagio Tenebroso. Liever had ik een componist gehoord betrokken bij Gaudeamus, zoals Huber of Ligeti, maar als programmatische afwisseling na het hectische Thema klonk deze trage zoektocht zeker effectvol.

Tenslotte waar het bij Gaudeamus steeds om te doen was, is en zal blijven, de presentatie van een nieuw werk: Martijn Paddings Scharf Abreissen, dat even striemend opent als Thema en door de tonale elementen, waaronder twaalf tweestemmige koralen, zeker feestelijke muziek is. Geleidelijkaan wordt het klankveld onttakeld in spanning verwekkende rusten, maar die zetten de luisteraar op het verkeerde been, want in plaats van verpulvering volgt eerder uitbreiding. Curieus zijn de stille glissandi als een soort wegen in de partituur, vreemd verschuivende plekjes waarvan je de functie aanvankelijk niet begrijpt, maar die steeds klemmender gaan werken en met zo'n glissando eindigt ook de partituur. Het succes was buitengewoon groot, staande ovaties en Padding schonk het orkest zijn bos bloemen, een gebaar waarbij dirigent Oliver Knussen zich aansloot.