Slavendom in zang en vage beelden

Concert: The Glory of Gospel. Gezien: 12/12 Theater Carré, Amsterdam. Tournee tot in april 1996.

Wie ooit een dienst heeft meegemaakt in een Amerikaanse Baptistenkerk of de scène kent uit de film The Blues Brothers waarin James Brown een gospeldienst leidt, weet hoe imposant de samenzang kan zijn van voorzangers en koor. Hoe de solo-zanger of zangeres zich verliest in het emotionele aanroepen van de Heer terwijl het koor onverstoorbaar de vaststaande frasen blijft herhalen.

In de loop van de afgelopen veertig jaar zijn al verschillende gospelzangers en zangeressen in Nederland op tournee geweest, zoals Mahalia Jackson en The Five Blind Boys of Alabama. Deze week ging in Carré in Amsterdam een Nederlands-Amerikaanse theaterproduktie in première met de naam The Glory of Gospel. The Glory of Gospel is niet zomaar een optreden van een gospelgroep, maar een voorstelling met een educatieve bedoeling: in een aantal gestileerde scènes wordt de ontwikkeling van de 'negro spiritual' geschetst vanaf haar oorsprong in Afrika, via de slavenplantages in het zuiden van de Verenigde Staten, tot en met de bijna seculiere versie die sinds de tweede helft van deze eeuw in Amerika opgang maakt.

Zo vertolken de twaalf vocalisten, begeleid door vijf muzikanten achter een scherm, tientallen gospel-liederen terwijl ze eerst een Afrikaanse stam uitbeelden, dan iets dramatisch doen op een 'plantage', en uiteindelijk de 'bevrijding' van het slavendom vieren. In vage beelden worden deze situaties, met namen als 'Herinnering aan Afrika' of 'Zelfmoord', vorm gegeven.

De twaalf kunnen zingen, dat is het probleem niet. De volumineuze Biellie-Dee Luewis bijvoorbeeld bezingt haar godsvrucht met de kracht van een orkaan. Maar theatraal komt het drama niet over: een plantage suggereren door drie vrouwen in witte schorten op het toneel te zetten begeleid door het geluid van een klappende zweep, is smakeloos. Het kijken naar twaalf zwarten die op zo'n oppervlakkige manier hun geschiedenis tot entertainment bewerken, wekt uiteindelijk geen opwinding; het geeft alleen maar een armoedig gevoel.