'Politiek zal niet ontkomen aan nieuwe behandeling euthanasie'; 'Euthanasie-PG' Steenhuis over proefprocessen

LEEUWARDEN, 16 DEC. Regels voor euthanasie moeten via proefprocessen worden aangescherpt. Daarover zijn kabinet en Tweede Kamer het eens: de rechter moet uitspraak doen in medisch-ethische kwesties.

In justitiële én medische kringen groeit de kritiek tegen deze koers die in Den Haag is uitgezet. De politiek zal er niet aan ontkomen de euthanasie-kwestie weer te moeten behandelen, zegt procureur-generaal D. Steenhuis in Leeuwarden. Over een jaar zullen de Nederlandse artsen een nieuw beeld hebben geschetst van de euthanasiepraktijk. Een anonieme enquête moet dan duidelijk hebben gemaakt in hoeverre medici alle gevallen van euthanasie of hulp bij zelfdoding daadwerkelijk melden. Daarna is het antwoord aan de politiek, meent Steenhuis, 'euthanasie-PG', zoals hij bij het hof wordt genoemd.

Steenhuis: “Ik zeg niet dat het nu prima is geregeld. Ik denk dat de politiek na de evaluatie van de artsen heel goed moet kijken hoe lang we nog op deze weg verder moeten lopen en of die weg op lange termijn ook begaanbaar is.”

De euthanasieregeling wordt de laatste jaren hortend en stotend uitgebreid. Na processen tegen de Haarlemse psychiater B. Chabot, vorig jaar, staan op dit moment twee artsen voor het gerecht die het leven beëindigden van een baby: de gynaecoloog H. Prins uit Purmerend, die na zijn ontslag van rechtsvervolging bij het Amsterdamse hof in cassatie gaat, en de arts G. Kadijk uit Holwierde. Bij de rechtbank in Groningen kreeg Kadijk hetzelfde vonnis te horen. Minister Sorgdrager gaf het openbaar ministerie hoogstpersoonlijk de opdracht de medici te vervolgen. Zij wil een principiële uitspraak over het beëindigen van het leven van baby's. Het gaat om de vraag of dat mag bij ernstig zieke patiënten die geen eigen wil kenbaar kunnen maken. Opmerkelijk was dat de PG's beide zaken hadden besloten te seponeren. “Wij verwachtten dat de rechter ontslag van rechtsvervolging zou hebben uitgesproken”, zegt Steenhuis in zijn werkkamer op het Paleis van Justitie in Leeuwarden. “Dat is ook gebeurd.”

Vindt u het juist dat de minister heeft ingegrepen?

“De minister wilde uitdrukkelijk het oordeel van de rechter in deze twee gevallen waarin een wilsverklaring van de patiënt ontbrak, om het principe. Daarom heeft ze het OM een aanwijzing gegeven. De minister heeft die bevoegdheid. We hebben de aanwijzing loyaal uitgevoerd.”

U heeft officier van justitie Drenth voor een berisping voorgedragen bij de minister, omdat hij in de zaak tegen Kadijk liet blijken het niet eens te zijn met het vervolgingsbeleid. Er is veel kritiek geweest omdat hij door u op het matje is geroepen. Kan een officier geen onafhankelijke magistraat meer zijn?

“Die 'heldenverering' van Drenth in de media begint mij een beetje de keel uit te hangen. Hij hield een requisitoir waarin hij de aanwijzing van de minister ontkrachtte. Hij eiste dat het OM in zijn vervolging niet-ontvankelijk werd verklaard, waardoor hij te kennen gaf geen inhoudelijk oordeel van de rechter te willen. Hij heeft tegen de hoofdofficier, noch tegen mij gezegd dat hij van plan was niet-ontvankelijkheid te vragen. Een week voor de zitting heeft hij zijn requisitoir doorgenomen met de hoofdofficier, zoals bij dit soort gevoelige zaken altijd gebeurt.

“Later belde Drenth mij op om te vertellen dat hij de discussie over de meldingsprocedure in zijn requisitoir wilde meenemen - de vraag of iemand moet meewerken aan zijn eigen veroordeling. Ik heb hem ten stelligste afgeraden dat aan de orde te stellen. Als de procureur-generaal een officier van justitie iets ontraadt, dan is het in deze kringen wel gebruikelijk dat je het niet doet. Drenth heeft toen niet tegen mij gezegd dat hij niet-ontvankelijkheid zou eisen. Dat heeft hij zelfs verzwegen. Ik voel mij dan ook persoonlijk bedrogen. Drenth wordt nu afgeschilderd als een van de officieren van justitie die onder de terreur van zijn bazen probeert uit te komen. Als hij principiële bezwaren had gehad tegen deze zaak, dan had hij dat moeten zeggen. Dan had een andere officier de zaak gedaan.”

Is er geen ruimte meer voor onafhankelijkheid binnen het OM?

“Natuurlijk is die er. Drenth kon zelf bepalen of hij ontslag van alle rechtsvervolging zou eisen of vrijspraak. Maar niet deze weg, omdat de rechter dan juist niet tot een oordeel zou komen. Bij het OM is de vrijheid, net als elders in de samenleving, altijd beperkt door de rechten van anderen. Mensen hebben er recht op om niet van de individuele officier afhankelijk te zijn als het gaat om de straf. Als je in Den Haag vier keer zoveel krijgt voor een drugsdelict als in Rotterdam, dan is er behoorlijk wat mis. Het OM wil uitgangspunten formuleren voor de straftoemeting. De officier mag altijd afwijken, maar hij moet wel een redelijke motivering kunnen geven. Je kunt ook niet zomaar zeggen: het moet nu maar eens afgelopen zijn met het voetbalvandalisme en deze jongens gaan voor vijf jaar de bak in. Dat is geen rechtsgelijkheid en ook geen acceptabel justitieel optreden.”

Geldt dat voor deze proefprocessen ook niet? Een kinderarts die volgend jaar in Maastricht hetzelfde 'delict' als Prins of Kadijk pleegt wordt vermoedelijk niet meer vervolgd.

“Degenen die na hen komen worden op dezelfde manier bekeken. Proefprocessen zijn er omdat een situatie zich nog niet eerder heeft voorgedaan. Er zijn nog geen richtlijnen voor, het gaat om een heel nieuw feit. Er is in de tijd gezien altijd sprake van rechtsongelijkheid. Kijk naar de boetes voor te snel rijden. De Hoge Raad heeft net bepaald dat er bewijs moet zijn voor de werkelijke snelheid, niet de gemeten snelheid. Mensen die in het verleden braaf hun boete hebben betaald hebben inderdaad pech gehad.”

Vindt u dat proefprocessen de juiste weg zijn om tot een beleid te komen in gevoelige zaken als deze?

“Ik zie zo snel geen andere oplossing. Het is een onderwerp dat de samenleving en dus de politiek verdeeld houdt. Ook in medische kringen is er geen consensus. We willen ook niet dat het ondergronds gaat. Er is bewust voor gekozen de euthanasiepraktijk niet in wetgeving vast te leggen. Proefprocessen zijn dan een noodzakelijk gevolg. Er is niemand geweest die een eenduidige oplossing heeft aangedragen. In gevallen waarvan de verdenking van moord bestaat, moet dus vervolging worden ingesteld.”

Artsen hebben grote moeite met de term 'moord'.

“Ik kan mij goed voorstellen dat iemand als Kadijk zich gekwetst voelt dat hij wat betreft de kwalificatie van het delict op één hoop wordt gegooid met die meneer over wie ik vanmorgen las dat hij iemand in acht mootjes had gehakt. Een andere term zou emotioneel gezien een hoop kou uit de lucht halen, dat is zeker waar. Je zou een andere kwalificatie in het wetboek van strafrecht kunnen opnemen wanneer het om euthanasie gaat.”

Kinderartsen vinden dat er een commissie moet komen die oordeelt over levensbeëindiging van ernstig zieke baby's.

“Het OM en de minister vinden het de moeite waard dit te onderzoeken. Maar het verdient wel een kritische toetsing. Er moet straks niet een situatie ontstaan waarin andere beroepsgroepen, zoals banken, ook zo'n commissie willen die gevallen van fraude eerst in interne kring bespreekt voordat men naar het OM stapt. Wij willen niet in een situatie komen waarin het OM een deel van zijn bevoegdheid kwijt is.”

Maar dat is nu net het probleem van de artsen. Zij willen niet dat medische zaken strafrechtelijk worden behandeld.

“Daarom is zo'n commissie wellicht de enige mogelijkheid om te voorkomen dat artsen hun handelingen ondergronds verrichten. Er wordt niet veel gemeld in deze sector. Als een arts van tevoren weet dat hij een straf zal krijgen, zal hij geen melding doen. Dat zou ik ook niet doen. Maar je ontkomt niet aan een toets van het OM zolang de euthanasieregeling is zoals zij is geformuleerd. Hoe meer jurisprudentie er komt, des te meer duidelijkheid is er over de grenzen. In het college van PG's wordt niet meer gesproken over zaken waarover de rechter al eens uitspraak heeft gedaan.”

Dus er blijft altijd een vorm van toetsing door het OM?

“Dat denk ik wel, al zullen er misschien veel minder zaken zijn dan nu. Als je naar een situatie wilt dat mensen een zelfmoord-pil tot hun beschikking kunnen hebben, zoals de heer Drion voorstelde, dan heb je een deel van de problemen opgelost. Ik zeg absoluut niet dat ik daar voorstander van ben, maar dan zou je de gevallen van hulp bij zelfdoding kwijt zijn. Maar je houdt nog een categorie artsen over die handelingen verrichten waarover de strafrechter zich moet buigen.”

Heeft u het gevoel dat de euthanasieregeling werkt?

“Er valt mee te leven. Er wordt redelijk gemeld, denk ik. Het was de bedoeling van minister Hirsch Ballin dat de rechter palen zou slaan waar medici binnen moesten blijven. Dat is niet gebeurd. De rechter verzet de paaltjes steeds een eindje. Ik denk dat Hirsch Ballin met een aantal vonnissen erg teleurgesteld is geweest. Zo is het speelveld in de zaak-Chabot opgerekt, omdat bij het beëindigen van het leven van de patiënt, die niet lichamelijk leed, het begrip 'stervensfase' door de Hoge Raad werd losgelaten. Dat begrip bood een zeker houvast. Die verschuivingen maken het niet eenvoudig. Daarom zeg ik ook niet dat het prima geregeld is op dit moment. Ik vind dat de resultaten van de evaluatie van de meldingsprocedure voor de politiek aanleiding moeten zijn voor een serieuze heroverweging, waarbij de ervaringen van de beroepsgroep van groot belang zijn, en die van het OM. Ik kan niet zeggen of ik af wil van het huidige beleid omdat ik niet weet wat het alternatief is. Ik heb het gevoel dat dit tot nu toe, met de nadruk op 'tot nu toe', de beste oplossing is.”