PG bepleit berisping van officier

LEEUWARDEN, 16 DEC. De procureur-generaal in Leeuwarden, D. Steenhuis, heeft minister Sorgdrager geadviseerd de Groningse officier van justitie R. Drenth schriftelijk te beripsen wegens zijn rol in een proefproces ter aanscherping van regels voor euthanasie.

In een reactie zegt Drenth niet uit te sluiten dat hij de ambtenarenrechter zal inschakelen wanneer het zo ver mocht komen.

Minister Sorgdrager en Steenhuis, die binnen het openbaar ministerie euthanasie-zaken coördineert, zijn teleurgesteld in het optreden van Drenth, die onlangs niet-ontvankelijkheid eiste in een strafzaak tegen een huisarts, Kadijk. De arts stond terecht nadat hij het leven van een ernstig gehandicapte baby had beëindigd. De zaak was voor de rechter gebracht na een persoonlijke aanwijzing van minister Sorgdrager, die jurisprudentie wil inzake euthanasie op wilsonbekwamen. Door niet-ontvankelijkheid te eisen, ontnam Drenth de rechter de mogelijkheid een inhoudelijk oordeel te vellen over zaken als deze.

In een vraaggesprek met NRC Handelsblad zegt Steenhuis zich door Drenth “persoonlijk bedrogen” te voelen. Volgens de procureur-generaal heeft Drenth in een telefoongesprek met Steenhuis “verzwegen” wat zijn plannen waren bij de rechtszitting in de zaak-Kadijk. Die kans was er wel, aldus Steenhuis, want Drenth sprak een week voor de zitting zowel met de hoofdofficier als met de procureur-generaal.

Steenhuis is het niet eens met de stelling dat Drenth zich als puur onafhankelijk magistraat mag opstellen binnen het openbaar ministerie, zoals de laatste weken door betrokkenen is gesteld. “Die heldenverering van Drenth, in de media, begint mij een beetje de keel uit te hangen”, zegt Steenhuis.

Pag.2: Drenth: ik wilde geen politiek bedrijven

Drenth blijft erbij dat hij niets verkeerds heeft gedaan. Hij bevestigt dat Steenhuis het hem heeft ontraden de meldingsplicht aan de orde te stellen. “Maar hij zei er ook bij dat hij mij natuurlijk niets kon verbieden. Ik heb gezegd dat ik er over zou nadenken. Later heb ik me bedacht dat ik geen politiek moest bedrijven, maar een juridische vraag moest stellen.”

Drenth zegt van het begin af aan te hebben aangegeven niet weer dezelfde situatie te willen als in de zaak tegen psychiater B. Chabot, die in 1991 het leven had beëindigd van een ernstig depressieve vrouw. Drenth behandelde de zaak toen als officier van justitie in Assen. “De minister belde toen twee weken voor de rechtszaak dat ze het niet zou accepteren als ik een niet-schuldig-verklaring zou eisen. Ik heb dat toen niet met tegenzin gedaan, maar ik wilde het niet nog een keer meemaken. De leiding van het openbaar ministerie gaf mij volledige vrijheid en men wist dat ik de meldingsprocedure onjuist vond.”

Over het mogelijk inschakelen van de ambtenarenrechter, mocht het tot een berisping door de minister komen, zegt Drenth: “Ik ben praktisch ingesteld, maar soms moet je principieel zijn. En hier zitten principiële kanten aan. Het is natuurlijk nog afwachten of ik werkelijk word berispt. Ik neem aan dat het openbaar ministerie zich realiseert dat ik bij de rechter dingen moet zeggen die niet plezierig zijn.”

Drenth zegt veel steun te hebben gekregen. Gisteren op de afscheidsreceptie van de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck nog. “Niet iedereen is het inhoudelijk met mij eens, maar veel collega's zeggen dat als ik de meldingsprocedure in het recquisitoir aan de orde wilde stellen, ik daartoe de vrijheid had. En velen vinden het goed dat ik de zaak juridisch heb bekeken en niet politiek.”