Niet-democraten gooien in Rusland hoge ogen

MOSKOU, 16 DEC. Communisten die pleiten voor heroprichting van de Sovjet-Unie zijn de populairste partij. Nationalisten die misdadigers willen aanpakken 'als dolle honden' zijn toonaangevende politici. De liberaal die de architect van de hervormingen wordt genoemd haalt de kiesdrempel misschien niet. Dat zijn de laatste opiniepeilingen voordat morgen in Rusland de stembussen open gaan.

Vier jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie bepalen de parlementsverkiezingen mede of Rusland doorgaat met hervormingen richting meer democratie en markteconomie. Mede, want het Russische parlement heeft relatief weinig bevoegdheden en kan slechts met een tweederde meerderheid veto's van de president ongedaan maken. De verkiezingen worden daarom ook als een graadmeter gezien voor de belangrijkere presidentverkiezingen van 16 juni.

Er is de afgelopen weken vooral in Westerse kringen wel gezegd dat niet de uitslag het belangrijkst is, maar het feit dat de verkiezingen worden gehouden. Het is voor het eerst in de Russische geschiedenis dat een democratisch gekozen parlement aan het einde van de reguliere zittingstermijn wordt afgelost door een ander democratisch gekozen parlement. Maar tijdens de campagne in Rusland zelf was van trots of vreugde daarover weinig te merken.

Verscheidene kandidaten toonden weinig gehechtheid aan de democratische verworvenheden. De communist Gennadi Zjoeganov sprak over 'die zogenaamde democratie'. De nationalist Aleksandr Lebed betoogde dat Rusland er nog niet klaar voor is. De populist Vladimir Zjirinovski stelde voor de democratie tijdelijk af te schaffen. De zanger Iosif Kobzon zei 'geen idee' te hebben waarom hij eigenlijk kandidaat was. En premier Tsjernomyrdin onderstreepte dat ook als de oppositie zou winnen, de regering gewoon zou blijven zitten.

De kiezers op hun beurt bleken democratie vaak te identificeren met minder verheven zaken die tegelijkertijd hun intrede in Rusland hebben gedaan: straatroof, werkloosheid, hoge prijzen. En de autoriteiten denken toch meer aan zichzelf dan aan het land, of ze nou democratisch worden gekozen of niet, zo werd in straatintervieuws steeds gezegd. Nikita Michalkov, de filmregisseur die tweede staat op de lijst van Ons Huis is Rusland, deed er ook niet geheimzinnig over: “U kunt het beste stemmen op de mensen die al in de regering zitten, want die zijn al rijk en hoeven tenminste niet weer te beginnen met stelen.”

De economische hervormingen, althans wat daarvan tot nu toe terecht is gekomen, genoten evenmin veel populariteit. Er was slechts één partij die het huidige economische beleid verdedigde. Een hervormingsgezind politicus die relatief volle zalen trok, Grigori Javlinski, betoogde dat de huidige hervormingen helemaal geen hervormingen zijn. Er is veelbelovend particulier initiatief, maar er is ook schaamteloze verrijking en er zijn vooral miljoenen mensen die een zo schamel salaris ontvangen dat ze in de nieuwe supermarkten hooguit eens per maand een boodschappenmandje kunnen vullen. Donderdag nog gingen 27.000 onderwijzers in staking omdat ze al twee maanden geen salaris hebben ontvangen.

De ontevredenheid is groot, maar het lijkt voor veel kiezers moeilijk om te beslissen hoe iets te veranderen. Er is morgen keuze uit maar liefst 43 partijen, sommige met namen en programma's die nauwelijks van elkaar verschillen. Die meeste programma's zijn rijk aan beloften maar karig met plannen hoe de gestelde doelen moeten worden bereikt.

Van de hoofdstromingen hebben tijdens de campagne de communisten, kort samengevat, gepleit voor een gedeeltelijke terugkeer naar de commando-economie. De nationalisten beloofden Rusland weer 'groot' te maken, op welke manier dan ook. De hervormingsgezinde partijen zeiden te streven naar een markteconomie naar Westers model. En de regeringspartij van premier Tsjernomyrdin hamerde vooral op stabiliteit en competent bestuur. Alle partijen hebben maatregelen beloofd tegen corruptie en voor herstel van recht en orde.

Behalve op een landelijke partijlijst kan de kiezer morgen nog een tweede stem uitbrengen op een kandidaat uit het eigen kiesdistrict. Voor elk van de 225 zetels die via het districtenstelsel worden verdeeld (de helft van alle zetels) hebben zich gemiddeld twaalf kandidaten gemeld. Er zijn er die campagne voerden door het uitdelen van wodka en het organiseren van feestavonden.

Hoewel er veel opiniepeilingen zijn gehouden, is de uiteindelijke zetelverdeling niet te voorspellen. In 1993 haalde de partij van Zjirinovski de meeste stemmen maar kreeg zij als gevolg van het gemengde kiesstelsel niet de meeste zetels. Veel kandidaten die in de districten worden gekozen sluiten zich pas na de verkiezingen aan bij een fractie. De zetelverdeling kan verder worden beïnvloed door de kiesdrempel van vijf procent, die de meeste deelnemende partijen uit het parlement houdt.

Bij het opinieonderzoek was misschien nog het meestzeggend dat slechts vijftien procent van de ondervraagden verwachtte dat de verkiezingen iets zouden veranderen. Bij de vraag naar partijkeuze was de categorie 'weet niet' vaak het grootst. Sommige Russen, vooral ouderen, zeiden terug te verlangen naar de Sovjet-Unie, toen zij weliswaar minder te kiezen hadden maar het op straat rustig was en een brood 13 kopeke kostte.

'De zonderlinge nostalgie', noemde de schrijver Vasili Aksjonov dat verlangen naar vroeger. Hij verklaarde het uit de afwezigheid van een duidelijke breuk met het Sovjet-verleden. Bijna overal zijn dezelfde (ex-) communisten nog aan de macht, Lenins beeld staat nog in bijna elke stad en een bekende elite-eenheid van het leger heet nog gewoon de Dzjerzjinski divisie, naar de oprichter van de gevreesde geheime dienst. “Alsof je in de Bundeswehr nog de Himmler-divisie zou hebben”, schreef Aksjonov.

Jongeren daarentegen zeiden niet naar vroeger te verlangen maar leken politiek en verkiezingscampagnes in het algemeen tijdverspilling te vinden. “Decadent”, vond Aksjonov dat. “Maar laat ze zich over een paar jaar dan niet klagerige herinneren dat je in 1995 nog vrij kon reizen, handel mocht drijven en in de kranten verschillende meningen kon aantreffen.” Of het de laatste is geweest of niet, vrij was de verkiezingscampagne wel.