Leger Indonesië stoorde zich allang aan Alatas

JAKARTA, 16 DEC. Gisteravond zette het Indonesische persbureau Antara een bericht op het net dat het effect had van een handgranaat. Generaal-majoor Imam Oetomo, commandant van het militaire district Oost-Java, greep het afscheidsritueel voor enkele gepensioneerde officieren in Surabaya aan om, niet zonder professionele trots, aan de aanwezige Antaraverslaggever te melden dat zijn mensen de kopstukken van de actie bij de Nederlandse en Russische ambassade hadden opgepakt.

Het nieuws vernietigde de geloofwaardigheid van minister Ali Alatas van buitenlandse zaken. Alatas had beloofd dat de ex-bezetters alleen zouden worden verhoord door de politie van Jakarta en vervolgens mochten gaan. En de politiewoordvoerder had gezegd dat er “zonder een aanklacht van de ambassade geen reden was voor vervolging”.

Het is de vraag of de heren in uniform erg rouwig zijn om de afgang voor Alatas. Zij ergeren zich al jaren aan Pak Ali's inspanningen om het Indonesische blazoen te zuiveren van de smet Oost-Timor. Het was Alatas die in oktober 1991 een delegatie van het Portugese parlement uitnodigde naar Dili, een invitatie waarvoor de dames en heren op het laatste moment bedankten, Oost-Timor achterlatend in een toestand van diepe frustratie, woede en teleurstelling. Toen de vlam ter plekke in de pan sloeg en de mannen het vuur openden op dat zootje ongeregeld, kregen wij een onderzoekscommissie en een tribunaal aan ons broek, zo redeneert menige militair.

Daarna haalde Alatas de ene VN-functionaris na de andere naar Dili, nog onlangs de hoge commissaris voor de mensenrechten, de Ecuadoriaan José Ayala Lasso. Al die visites brengen de gemoederen ter plekke in beweging en dan moeten wij opdraven om de orde te handhaven, zo redeneert men in de kazernes. Oosttimorezen klommen de laatste maanden over ambassadehekken en werden 'beloond' met een vrijgeleide naar Portugal - vanuit militair standpunt was dat vragen om moeilijkheden en herhalingen.

De leuzen van de 'loyalistische' jongeren, die de bezetters van de Russische en Nederlandse ambassades voor 'volksverraders' uitscholden, moeten de veiligheidsorganen als muziek in de oren hebben geklonken. Het door Alatas aan Van Mierlo toegezegde onderzoek moet uitwijzen of de generaals die slogans wellicht zelf hebben bedacht. Als dat zo is, zijn ze medeverantwoordelijk voor de zwakke regie van de tegenactie op Nederlands grondgebied, die toekomstige betogers schrik had moeten aanjagen, maar uitdraaide op geweld tegen diplomaten.

Eén ding is zeker: de Indonesische regering, waarvan ook de militairen deel uitmaken, spreekt niet met één mond. De veiligheidsgaranties der diplomaten worden nog geen week later door de militairen genegeerd. Het imago van Indonesië in het buitenland, dat Alatas en de zijnen zo dierbaar is, is in militaire ogen ondergeschikt aan een hoger doel: binnenlandse stabiliteit.