'In Amerika is alles groot, net als ik'

Voor het eerst sinds twee jaar speelde Brenda Schultz gisteravond een tenniswedstrijd in eigen land. De nummer dertien van de wereld stuitte bij de Masters in Amsterdam op Manon Bollegraf.

AMSTERDAM, 16 DEC. Als een verloren dochter keerde Brenda Schultz terug in Amsterdam. Ze heeft dit jaar afscheid genomen van Nederland, van haar jeugd, van haar vrijgezellenbestaan, van haar moeder en van de vrijblijvendheid. Ze is verhuisd naar Florida, naar de zon en het wijdse landschap, naar een omgeving waarin alles letterlijk groots is.

“Ik ben zelf groot. Daarom voel ik me in Amerika op mijn gemak. Het is een groot land, alles is er groot”, vertelde de 1.87 meter lange tennisster deze week bij een ronde-tafelgesprek met journalisten. “Ik rij er in zo'n enorme Jeep, de sportclub waar ik train is gigantisch. Als ik in Nederland onder de douche sta, moet ik me opvouwen en komt er zo'n klein straaltje warm water uit. Je zou eigelijk moeten ruilen. Hier al die kleine Amerikanen en al die grote Nederlanders naar Amerika.”

De 25-jarige Schultz heeft een veelbewogen jaar achter de rug. In het voorjaar overleed plotseling haar moeder, met wie ze een hechte band had. Ondanks die tegenslag presteerde Schultz vervolgens beter dan ooit. Ze bereikte op Wimbledon en bij de US Open de kwartfinale, haalde bij de Masters in New York de halve finale en won twee toernooien. Ze klom tot de dertiende plaats op de ranglijst.

Niet onbelangrijk was daarnaast haar huwelijk met Sean McCarthy, een ruim twee meter lange Amerikaanse handelaar in effecten. Voor hem besloot Mrs. Schultz-McCarthy, zoals ze voortaan op tennistoernooien heet, zich permanent in Amerika te vestigen. Sean reist met haar de wereld rond en fungeert als haar manager. De rest van het jaar woont het duo samen in het appartement dat Brenda vijf jaar geleden kocht in Delray Beach in Florida.

“In Nederland komen is leuk, maar ik heb me hier nooit zo thuis gevoeld. Vroeger op school waren ze jaloers als ik ging sporten. Zelfs mijn gymleraar vond het niets dat ik tenniste. Ik kon geen eindexamen Mavo doen, omdat ik Wimbledon wilde spelen. Daar baal ik achteraf best wel van, want ik had het makkelijk kunnen halen. In Amerika geven ze beurzen als je goed bent is sport. Daar had nooit hoeven te stoppen met school.”

Deze week, in een hotelkamer in Amsterdam, komen 's avonds de herinneringen aan haar moeder weer bovendrijven. “Iedereen maakt het mee dat zijn ouders overlijden, maar ik ben nog jong. Het was zwaar, en ik heb er nog steeds moeite mee. Als je niet iets vergelijkbaars hebt meegemaakt, kan je dat niet begrijpen. Zelfs Sean begrijpt me af en toe niet. Dan vraagt hij waarom het toch zo moelijk is? Ik kan geen film kijken waarin geschoten wordt, dan loop ik halverwege de zaal uit. Ik ben daar ineens heel gevoelig voor geworden.”

“Aan de andere kant ben ik ook makkelijker gaan denken over tennis. Gek genoeg ben ik meer op mijn moeder gaan lijken. In heel veel dingen geef ik haar nu gelijk. Ik trok me te veel aan van wat anderen er van vonden. Nu denk ik: wat maakt het uit, we gaan allemaal een keer dood. Je moet alles uit het leven halen. Alles wat er in zit. Zo heeft zij altijd geleefd. Het is haar les. Het is wreed dat je dat pas beseft als ze dood is. Maar zo is het leven nu eenmaal. Schilders worden ook pas bekend als ze dood zijn.”

In haar sport is Schultz nu toegetreden tot het voorportaal van het sterrendom. De top-tien markeert een grens, beseft ze. Zo tekende Richard Krajicek onlangs een lucratief contract met de racket-fabrikant Yonex. Schultz speelt zonder vergoeding met hetzelfde racket. “We hebben wel ongeveer dezelfde ranking, maar hij is een jongen. Als ik tegen hem speel verlies ik met 6-0, 6-0. Dat is het verschil. De telkens terugkerende discussie over gelijk prijzengeld voor mannen en vrouwen, vind ik ook onzin. Het is in geen enkele sport gelijk. Als wij net zoveel publiek trekken als de mannen, komt dat prijzengeld vanzelf.”

De top-tien ligt binnen bereik, weet Schultz. “Als ik in de kwartfinale van de Australian Open kom, sta ik in de top-tien. Eén uitschieter is genoeg.” Ze begint langzamerhand te geloven dat het haar ook echt gaat lukken. “Ik wen al aan het idee door mijn man. Die heeft zo'n American-Football-mentaliteit. You're gonna kill them. Kick their asses. Die Amerikanen zeggen dat gewoon. Ze geloven er lang niet altijd in, maar als je het maar vaak genoeg zegt, moet je het wel geloven. Ik schrijf het ook nog steeds tien keer op. Op de avond voor de wedstrijd pak ik een schrift waarin ik tien keer opschrijf: Ik win morgen van die en die. Het helpt.”

“In Amerika leer je spelenderwijs mentale hardheid, zonder dat je daar voor naar een psycholoog moet. Sean heeft daar veel boeken over gelezen. Het was me al aangeraden, ga naar een psycholoog. Maar ik ben niet gek. Ik heb iets wat heel veel mensen hebben. Niet iedereen heeft iets van: ik doe dat wel eventjes.”

“De meisjes die in de top-tien staan, zijn hard en moeilijk. Arantxa Sanchez doet altijd aardig, zegt altijd gedag, maar ze is tegelijkertijd zo strijdlustig dat ze altijd wil winnen en daar alles voor doet. Ik heb zoveel talent en zoveel kracht, dat ik die verbetenheid niet zo nodig heb. Als ik die verbetenheid wel zou bezitten, zou ik ook nummer één zijn. Maar het zit niet in me.”

Schultz heeft geen moeite met de hoge verwachtingen. “Daar ben ik aan gewend. Toen ik zeventien was, vroegen ze al wanneer ik nou eens een grand-slam ging winnen. Nu zeg ik: ik doe mijn best. Maar ik zie mezelf eerder een grand-slamtoernooi winnen, dan dat ik eerste word op de ranglijst. Bovendien, van het één komt het ander.”

Onderdeel van haar nieuwe aanpak, is een cursus assertiviteit die wordt gegeven door haar echtgenoot. “Sean kreeg in de gaten dat ik tegen iedereen maar ja zei”, legt Schultz uit. “Interviewtje morgenmiddag, ja ik kan wel. Dat kostte me wel een lunchpauze, die ik eigenlijk nodig had om uit te rusten. Alleen ik kan geen nee zeggen. Vraag dan geld, zei Sean. Nu ontstaat er dus het beeld dat die verwaande Schultz geld vraagt voor interviews. Maar zo bedoel ik het niet. Ik vraag geld aan Rur, aan Penthouse of aan Privé. Aan die publiciteit heb ik immers helemaal geen behoefte, maar het kost me wel twee uur.”

Het interview in Penthouse is gepubliceerd. Tot een foto-sessie in Playboy is het nog niet gekomen. “Playboy belt op of ik er in wilde staan. Hoe durfde die man me op te bellen! Ze boden me 50.000 gulden, belachelijk. Sean gooide bijna de hoorn door de kamer. Ik doe het niet eens voor een miljoen. Als ik één grand-slamtoernooi win heb ik hetzelfde, maar dan heb ik niet mijn lichaam weggegeven.”