'IK HEB NIET ALLEEN VOOR DE ARMEN GESTREDEN'

Hij voetbalt momenteel in de vierde klasse van de Belgische voetbalbond. Toch is Jean-Marc Bosman (31) dezer dagen de meest besproken speler in Europa. Hij is indirect verantwoordelijk voor de afschaffing van het Europese transfersysteem. Een avond voor de uitspraak wordt hij door bekenden in de Belgische voetbalwereld opvallend vriendelijk begroet. Bosman is sceptisch. “Vijf jaar geleden zagen ze mij niet staan en nu doen ze alsof ze mijn beste vrienden zijn.”

Op de laatste avond van zijn vijfjarige strijd om gerechtigheid zit Jean-Marc Bosman er gespannen en bleek bij, ook al weet hij zeker dat hij de volgende morgen een historisch proces gaat winnen. “Op dit moment voel ik meer boosheid dan voldoening. Morgen zal dat wel anders zijn, als ik de Belgische voetbalband dat arrest voor de neus kan houden.”

In het restaurant waar hij samen met zijn zus en een vriendin aan tafel zit, wordt hij geen moment met rust gelaten. De zaak zit vol met journalisten en voetbalbazen die in Luxemburg de ondergang van het transfersysteem live willen meemaken. Onverschillig schudt Bosman handen, totdat een heerschap met een camelkleurige blazer en een glimlach van oor tot oor zich aan de tafel meldt. Met een weids gebaar steekt hij zijn hand uit: “Meneer Bosman, mag ik u feliciteren met de mooiste overwinning uit uw carrière? Een stuurs 'nee' is de enige reactie. De man met de blazer geeft niet op. Hij blijft midden in het restaurant nog een minuut voor schut staan en feliciteert vervolgens maar de vriendin van Bosman. Zij beantwoordt het gebaar buitengewoon slapjes.

Bosman heeft zijn pappenheimers leren kennen: “Die vent is van de Belgische profvoetballersbond. Vijf jaar geleden zagen ze me niet staan en nu ik mijn zaak ga winnen doen ze net of ze mijn beste vrienden zijn. De kleine Goliath, 31 jaar oud, oogt als een taaie rakker. Tegenwoordig speelt hij voor de vierdeklasser Visé. En toch is hij dezer dagen de beroemdste voetballer van Europa. Op het veld is hij vrij rustig, zegt hij van zichzelf, maar er schiet vuur uit zijn donkere ogen als hij over club- en bondsbestuurders praat: “Slavenhandelaars zijn het. Toen ik tien jaar oud was heb ik een lidmaatschapskaart ingevuld bij Standard. Ik heb me achteraf pas gerealiseerd wat dat betekende. Ik was voor de rest van mijn leven een lijfeigene van de voetbalwereld geworden.

Zijn ouders waren zo trots op hem, toen Jean-Marc het goed deed bij de club die ze met hart en ziel ondersteunden. Een echte Luikse jongen uit de buurt van Sclessin, waar de typische volksclub Standard zijn basis heeft. Jean-Marc groeide op in een sociale buurt zoals de Walen een wijk met huurwoningen betitelen. “Voetbal stond er bij de bewoners in de hersens gegrift. Als je daar vandaan komt betekent dat nog niet dat je niet voor jezelf kunt opkomen, lacht Bosman. Hij had genoeg talent om op een carrière te mogen hopen en toen hij zeventien werd, ging hij van school af: “Je kreeg bij de club altijd weer te horen dat onderwijs heel goed was, maar niet als je als voetballer carrière wilde maken.

Bosman bleef bij Standard tot zijn 23-ste en verhuisde toen naar de andere kant van de stad, naar FC Liège of Club Luik, zoals de Vlamingen zeggen. Standard vroeg en kreeg drie miljoen voor de middenvelder, de ex-captain van het Belgische UEFA-team: “Daar deden ze niet moeilijk over bij Standard, ik wilde weg en omdat ik altijd goed mijn best had gedaan, gingen ze geen bedrag vragen waardoor ik niet weg kon. Ze hebben helemaal geen rekening gehouden met wat ik tijdens de opleiding heb gekost.

Bij Club Luik kreeg Bosman een plaats in de basisopstelling en een netto-salaris van 4400 gulden per maand. Vooral in het tweede seizoen ging het hem goed. Hij speelde mee in bijna alle wedstrijden voor de Belgische competitie en in het Europa-Cuptoernooi voor bekerwinnaars drong zijn ploeg door tot de kwartfinales. Niemand was verbaasd toen de clubleiding hem aan het eind van het seizoen een nieuw contract aanbood, maar Bosman was stomverbaasd toen het salaris ter sprake kwam: “Zestienduizend gulden en géén premies meer!Ik wist niet wat ik hoorde! Had ik het dan zo slecht gedaan? Ik heb meteen gezegd dat ik weg wilde. De club heeft toen een prijs vastgesteld zonder mij te raadplegen. Via-via hoorde ik dat ze 660.000 gulden voor me vroegen. Hoe is dat mogelijk, dacht ik, dat ze eerst je salaris met meer dan de helft verlagen en dat ze vervolgens vier keer meer voor je vragen dan je gekost hebt? Die jongen heeft toch geen keus, denken ze. Hij krijgt geen werkloosheidsuitkering, hij kan niet naar een andere club als wij maar genoeg geld vragen, dus zal hij wel accepteren, denken ze. Zo kunnen ze een speler levenslang vasthouden.

Dank zij eigen inspanningen vond Bosman niettemin een koper voor zijn voetballichaam, de Franse tweede-divisieclub Dunkerque. Hij zou daar per maand 5500 gulden netto verdienen en een soort startgeld van 55.000 gulden netto ontvangen. Maar Club Luik ging toen roet in het eten strooien: “Ze hadden al een overeenkomst getekend met Dunkerque. De Fransen zouden mij een jaar lang op proef nemen en aan het einde van de seizoen de transfersom overmaken. Daarvoor vroeg Luik een bankgarantie, maar de bank gaf die niet omdat ik nog geen uitschrijvingsbewijs had van de Belgische bond. In het contract stond dat Dunkerque pas zou betalen zodra het uitschrijvingsbewijs binnen was. En Luik wilde eerst geld zien voordat ze daaraan meewerkten. Daar hebben ze de transfer op laten afketsen, alleen omdat ze bang waren dat ze hun geld niet zouden krijgen.

Er bleef Bosman niets anders over dan wat vele lotgenoten vóór hem hadden gedaan, namelijk bij Club Luik blijven en daar voor een hongerloon achter de bal aan rennen: “Daar voelde ik niets meer voor. 'Ik ga een advocaat zoeken', zei ik op een dag tegen mijn ouders toen we naast het huis op het terras zaten. Toevallig liep er net op dat moment iemand langs, professor Guérin, die mijn ouders kenden omdat hij een paar huizen verder was opgegroeid. Die hoorde me en zei: 'dan weet ik een prima advocaat voor je, namelijk de man die met mijn dochter gaat trouwen'. Zo ben ik terecht gekomen bij maître Jean-Louis Dupont, die me geweldig geholpen heeft. Zonder hem had ik het nooit volgehouden.

Een poging om de Belgische voetbalbond te laten bemiddelen mislukte: “De bond koos meteen de kant van Club Luik. Toen zijn we naar de rechter gestapt. Het duo Bosman-Dupont scoorde punt na punt en dwong in een kort geding ontbinding van het contract met Club Luik af, zodat Bosman zich bij de Noordfranse club Saint Quentin kon melden. Daar merkte hij opnieuw hoe ver de arm van het gekwetste voetbalgezag reikt.

“Toen ik mijn contract kwam tekenen zei de voorzitter, die advocaat was, dat hij daags daarvoor stom toevallig de voorzitter van Club Luik tegen het lijf was gelopen. Die had verteld dat hij zaken wilde doen in de stad. Als aannemer wilde hij vanuit Saint Quentin een nieuwe winkelketen opzetten en toevallig had hij ook nog een goede advocaat nodig. Er was alleen één voorwaarde: meneer Bosman mocht het contract niet tekenen. Gelukkig is die man daar niet ingetrapt. Ik heb getekend en Luik heeft geen cent voor mij gekregen.

Nu Bosman voor het Europese Hof zijn zaak op principiële gronden heeft gewonnen, gaat hij in België verder procederen om een schadevergoeding af te dwingen: “Door toedoen van de bond heb ik vijf jaar lang niet kunnen werken zoals ik dat onder normale condities had kunnen doen. Dat ik hier mijn zaak win, heb ik in belangrijke mate te danken aan de incompetentie van de Belgische bond, die zonder een greintje menselijk gevoel mij heeft willen vermorzelen. Ze zeiden steeds dat ze dat zaakje-Bosman wel even zouden regelen, ik had toch geen schijn van kans.

Hij claimt nu van de Belgische bond, de UEFA en FC Liège een schadevergoeding van 1,3 miljoen gulden. “En als ze dat niet willen betalen, dan ga ik het zelf uit de kas van de grote clubs halen. Maar laten we eerst maar kijken of ze de zaak niet in der minne willen schikken.”

Bosman had zich al die moeite kunnen besparen als hij begin september was ingegaan op een fabuleus aanbod van de Belgische bond en de UEFA. Toen het ernaar uit begon te zien dat de rechtszaak voor de bond verkeerd uitpakte, stuurde zij via de UEFA enkele mensen op hem af.

“Enkele dagen voor 20 september, de dag waarop de conclusie van de advocaat-generaal zou uitkomen, hebben ze mij een zeer hoog bedrag geboden, in de orde van veertig miljoen Belgische frank. De UEFA had nattigheid gevoeld en tegen de Belgische bond gezegd dat ze samen met Nederland het Europees kampioenschap in 2000 mochten organiseren, maar dan wilden zij niets meer horen over de zaak-Bosman. Ik ben niet op hun aanbod ingegaan, maar heb hen laten weten dat ik niets meer met hen te maken wilde hebben. Ik haat de mentaliteit van die mensen. Als ze geen juridische argumenten meer hebben, proberen ze het kleine mannetje te kopen.”

Eigenlijk was het aanbod heel verleidelijk, geeft Bosman toe. Hij was door de affaire financieel aan de grond geraakt. Zijn vrouw had hem verlaten en hij moest zijn intrek nemen in de inpandige garage van zijn ouders. Maar deze zomer schoot de internationale spelersbond te hulp met morele en financiële steun. Behalve een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud zegde de spelersbond ook de organisatie van een benefietwedstrijd toe.

“Die kan ook heel lucratief zijn. Ik had helemaal geen zin om dat geld van de UEFA of de Belgische bond aan te nemen. Als je 88 minuten geknokt hebt voor een overwinning wil je de laatste twee minuten koste wat kost meemaken. Ik had te veel meegemaakt om de strijd op te geven.

Ruud Gullit, Eric Cantona, Michel Preud'homme en de gebroeders Laudrup hebben al laten weten dat ze graag willen meedoen aan de benefietwedstrijd, die half februari ter ere en ten bate van Jean-Marc Bosman wordt georganiseerd. Zouden de grote vedetten niet boos moeten zijn op Bosman, omdat zij zoveel profijt hebben gehad van het transfersysteem? “Nee, tachtig procent van de beroepsspelers bestaat uit eenvoudige arbeiders. Die konden tot nu toe nooit ergens anders gaan spelen als hun club niet meewerkte. Nu kunnen ze na afloop van een contract gaan spelen waar ze willen en meer verdienen omdat de transfersommen vervallen. Zo ziet u, ik heb niet alleen gestreden voor de arme spelers maar ook voor de rijke.