Hongarije wil via Bosnië plaats in alliantie verwerven; Toelatingsexamen voor de Navo

BOEDAPEST, 16 DEC. Hongarije beschouwt zijn bijdrage aan de Bosnische vredesoperatie als een toelatingsexamen voor de NAVO. Dat zeggen regeringsfunctionarissen, diplomaten en politici in de Hongaarse hoofdstad Boedapest.

Na de militaire oefeningen binnen het Partnership for Peace-programma, het samenwerkingsakkoord tussen de NAVO en landen uit het voormalige Warschaupact, biedt de deelname aan de huidige NAVO-missie in Bosnië Hongarije in hun ogen de kans om in de praktijk te bewijzen dat het een plaats verdient binnen het Atlantische bondgenootschap.

De bronnen in Boedapest zeggen niet bezorgd te zijn om sceptische geluiden bij de NAVO over een snelle toetreding door Hongarije en andere Midden- en Oosteuropese landen. De NAVO heeft eerdere plannen voor een snelle uitbreiding naar het Oosten bevroren na Russische tegenwerpingen.

Ook zeggen zij te hopen dat de Hongaarse avances naar de NAVO en de aanwezigheid van Hongaarse militairen in ex-Joegoslavië niet van invloed zijn op de gespannen relatie met het buurland Servië, waar een gediscrimineerde minderheid van 250.000 Hongaren woont.

Hongarije heeft de Verenigde Staten toestemming gegeven logistieke bases te vestigen in het zuiden van het land, nabij de Kroatische grens. Die fungeren als doorgangskamp voor duizenden Amerikanen op weg naar Bosnië. Hongarije draagt zelf bij aan de internationale troepenmacht (IFOR) met 500 genie-soldaten. Sinds meer dan een jaar laat Hongarije bovendien AWACS-radarcontrolevliegtuigen van de NAVO Bosnië observeren vanuit het Hongaarse luchtruim. De AWACS-toestellen worden beschermd door Hongaarse MiG's.

“Integratie van Hongarije in de Europese Unie en de NAVO is een prioriteit van onze buitenlandse politiek”, zegt Gabór Szentiványi, woordvoerder van het Hongaarse ministerie van buitenlandse zaken. “De NAVO heeft al laten weten Hongarije 'politiek geschikt' te achten voor opname in het bondgenootschap. De volgende stap is om ons leger aan te passen aan NAVO-standaarden, niet alleen op het gebied van wapentechniek maar ook op dat van bevelvoering en mentaliteit. Dat laatste is erg moeilijk en precies daarom geloven wij dat de huidige samenwerking met de NAVO een gunstig effect zal hebben.”

De Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken Strobe Talbott heeft tijdens de top van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), vorige week in Boedapest, echter tegen de Hongaarse premier Gyula Horn gezegd dat de huidige Hongaarse samenwerking met de NAVO en de VS “niet noodzakelijk tot een sneller Hongaars NAVO-lidmaatschap leidt”. Talbott zei dat de Hongaarse bereidwilligheid om “bij te dragen aan regionale stabiliteit wel een belangrijk argument is voor de NAVO als die klaar is om nieuwe kandidaat-leden in overweging te nemen”.

Hongaarse politici van uiteenlopende pluimage reageren kribbig op de vraag of het wel realistisch is een snelle toedtreding te verwachten. “De vraag is niet of de NAVO bij uitbreiding naar het Oosten bang moet zijn voor Rusland, maar of Rusland bang moet zijn voor expansie van de NAVO”, zegt bijvoorbeeld Zsolt Németh, buitenlandwoordvoerder van de Jonge Democraten (Fidesz), een liberale oppositiepartij die de huidige samenwerking met de NAVO van harte steunt. “Wij moeten ons niet laten opjutten door de grillen van de Russische buitenlandse en binnenlandse politiek. Uitbreiding verhoogt de stabiliteit in Europa. Dat is ook in het belang van de Russen.”

Evenals buitenlandspecialisten van regeringspartijen noemt Németh het wel “nuttig” om voorafgaand aan een uitbreiding van de NAVO aan Rusland en buurland de Oekraïne “economische en politieke garanties” te geven. Die zouden voorkomen dat “de Oekraïne zich geïntimideerd voelt” en bang is dat een uitgebreide NAVO “de Oekraïne terugjaagt in de armen van de Russen”.

Toch is 'de Russische factor' een feit. “Relaties met Rusland maken nu eenmaal een onlosmakelijk bestanddeel uit van onze transatlantische agenda”, zegt Philip Reeker, een woordvoerder van de Amerikaanse ambassade in Boedapest. “De Hongaren hebben een eigen verhouding met de Russen. Wij kunnen uiteraard geen concrete toezegging doen over een Hongaars NAVO-lidmaatschap.”

Zulke argumenten verleidden The Budapest Sun, een Engelstalige Hongaarse krant, gisteren tot het cynische commentaar dat “de NAVO zal moeten kiezen”. “Hetzij de NAVO speelt het hard door duidelijk te maken dat de voormalige supermacht Rusland niet in de positie is het Westen een dictaat op te leggen, hetzij het Westen offert opnieuw de jonge democratieën van Midden-Europa aan de oostelijke invloedssfeer”, aldus de krant.

De binnenlandse oppositie tegen een Hongaars NAVO-lidmaatschap is gering, blijkt uit opinieonderzoeken. Wel wist de Hongaarse Communistische Partij - een voortzetting van de voormalige Hongaarse Socialistische Arbeiderspartij, en niet in het parlement vertegenwoordigd - 100.000 handtekeningen te verzamelen, genoeg om een referendum over een NAVO-lidmaatschap te kunnen houden. De partij zegt na het uiteenvallen van het Warschaupact “neutraliteit” na te streven. Op een referendum lijkt echter voorlopig geen uitzicht.

Het zenden van Hongaarse troepen naar ex-Joegoslavië is meer omstreden. Het parlement keurde de deelname van 500 militaire bruggenbouwers pas goed na een emotioneel debat, vorige week. Veel Hongaren menen dat hun militairen niets te zoeken hebben in gebied dat deel heeft uitgemaakt van de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie. Zij wijzen daarbij op soortgelijke sentimenten in Duitsland.

Anderen, onder wie Fidesz, zien in Bosnië een uitgelezen kans om Hongarije internationaal een krachtdadiger profiel te geven. Fidesz had dan ook graag Hongaarse gevechtstroepen in ex-Joegoslavië gezien.

Dat de Hongaarse regering het gevoel heeft op eieren te lopen is vooral ook ingegeven door de zorg om de 250.000 Hongaren in de bij Servië horende provincie Vojvodina, die discriminatie ondervinden. Formeel heeft Hongarije nooit positie gekozen in de Joegoslavische oorlog om de kwetsbare relatie met Belgrado niet in gevaar te brengen. Ook nu wil Boedapest voorkomen dat Servië de Hongaarse militaire bijdrage als anti-Servisch expansionisme kan uitleggen. Buitenlandse zaken-woordvoerder Szentiványi benadrukt dan ook het “internationale kader” van IFOR en de instemming van de oorlogspartijen. Ook zouden de Hongaren in Vojvodina door Boedapest zijn geconsulteerd over de troepenzending.

De officiële lezing dat Hongarije geen territoriale claims heeft, noch ooit zal hebben, staat echter niet in de weg dat de positie van de omvangrijke Hongaarse minderheden in de Vojvodina, Roemenië en Slowakije emotie en ook agressie oproept, zowel bij burgers als bij gezagsdragers. De laatsten vragen daarbij de bandrecorder stil te zetten. Tussen Boedapest en Belgrado, vallen, zeker nu de omvangrijke export naar Servië hervat kan worden, minder openlijk harde woorden dan tussen Boedapest en Bratislava naar aanleiding van de nieuwe Slowaakse taalwet - Hongarije riep zelfs zijn ambassadeur terug. De Hongaren hebben de laatste jaren genoegen moeten nemen met de Servische verklaring dat het gebrek aan onderwijs, medische zorg en andere voorzieningen het gevolg was van het internationale embargo tegen ex-Joegoslavië. Of Boedapest nu een vuist kan en wil maken is de vraag. “Een klein land als Hongarije heeft weinig manoeuvreerruimte”, zegt een buitenlandspecialist van een regeringspartij. “Het kan eigenlijk maar een ding doen: proberen geen fouten te maken.”