Gatsonides

WILLIAM LEONARD: Rallies and Races. Motoring Adventures of Gatsonides

238 blz., geïll., The Greyhound Press 1995, vert. Willy Walter, ƒ 29,95

De autosport kende tijdens het interbellum vermetele mannen, naar wie grote merken zijn vernoemd, zoals Enzo Ferrari, Ettore Bugatti, de gebroeders Maseratti en Donald Mitchell Healey. Ook Nederland kende zijn held, Maurice Gatsonides. Hij reed zijn eerste Rally Monte Carlo in 1936. Een jongen van 24 jaar 'zonder naam en zonder geld', maar geobsedeerd door hard rijden.

Tegenwoordig maakt de goedwillende particulier met een startnummer geen kans. Het gaat tussen fabrieksteams die monsters met ontelbare pk's op de weg zetten, waaraan jaren werk en investeringen van miljoenen guldens zijn gespendeerd.

Hoe anders dat lag in 1936 blijkt uit Rallies and Races, een boek waarin ghost writer Willem Leonard over 'Gatso's' avonturen vertelt. Het verscheen oorspronkelijk in 1950 en is nu in het Engels vertaald. Het leest als een jongensboek, maar is helaas wat harkerig geschreven en biedt nauwelijks informatie over de mens achter de coureur zoals dat tegenwoordig heet. Het intrigerende van Rallies and Races zit vooral in het tijdsbeeld dat wordt geschetst.

Gatsonides was geobsedeerd door deelname aan de Rally van Monte Carlo, maar had geen geld. Dat wil zeggen: geen geld om mee te doen aan rally's; want hoeveel jongens van 24 jaar oud konden in zijn tijd rondrijden in een Hillman Minx. Teneinde de kosten te kunnen delen, stelde hij daarom een drie-mansformatie samen, die Amsterdam als vertrekplaats koos. Het mocht niet baten. De eerste Monte Carlo van Gatsonides eindigde een halve mijl voor de finish toen politie-agenten hem de verkeerde weg wezen en hij op een taxi knalde. Het jaar daarop koos Gatsonides Zweden als startplaats. Onderweg daarheen zat het al niet mee. Hij raakte vast in de sneeuw op de Deense wegen. Hij was met zijn co-piloot nog niet met het spitten in de sneeuw begonnen, of de voorraad jenever was al soldaat gemaakt, hetgeen de voortgang verder bemoelijkte. De frequentie waarmee de kruik ter hand werd genomen, is trouwens een van de opvallende aspecten in de sportbeleving van Gatsonides en zijn bijrijders. Zo ook in die rally van 1937. Toen hij 200 kilometer van Monte Carlo in opperste vermoeidheid de laatste krachten uit zijn lichaam voelde wegvloeien, greep hij naar een fles gedestilleerd uit Zweden en “de vogeltjes begonnen weer te kwetteren”, zodat hij uiteindelijk de prijs voor de best geplaatste Britse auto in de wacht kon slepen.

Monte Carlo was niet Gatsonides' enige liefde. Aan Luik-Rome-Luik (“meer dan 3.000 mijl aan één stuk, dus zonder de mogelijkheid om een neutje te nemen”) nam hij ook in 1937 deel. Zijn professionaliteit moet inmiddels zijn gegroeid, want op Scharnitz Pas verwisselde hij een wiel in één minuut en 23 seconden.

Last van benul van veiligheid lijken rallydeelnemers in die tijd dan ook nauwelijks te hebben. Drank, snelheid, slechte benzine en kapotte motoren wisselen elkaar af in de avonturen van de jonge rally-rijder, die het met zijn Hillmann moest zien te redden tussen mastodonten met namen zoals Hotchkiss, Steyer, Delahaye, Studebaker en Ford V8.

Gatsonides' stuurvaardigheid en behendigheid met het gaspedaal bleef niet onopgemerkt. In zeven pogingen de Rally Monte Carlo te winnen, ging hij twee maal met de Barclays Challenge Cup naar huis, de prijs voor de best geëindigde Britse auto. Voor de editie 1953 werd hij daarom benaderd door een aantal fabrikanten. Hij koos voor Ford en kreeg een Zephyr Six tot zijn beschikking. Ford had zich lange tijd afzijdig gehouden van de racerij wegens de ongelukken die ermee gebeurden, maar in deze tijd brachten marketing-afdelingen de slogan “winning on sunday, selling on monday” in stelling.

Hoewel de techniek al op een veel hoger niveau stond dan in 1936, was wel duidelijk dat zelfs met de hulp van de fabriek nog niet voor ieder probleem een oplossing bestond. Zo had Gatsonides tot verbijstering van de concurrentie onder aan de Col de Castillon twee hulpkrachten gepositioneerd om elk een emmer water over de roodgloeiende remtrommels te gooien, zodat hij daar geen problemen mee kon krijgen. Hij won de Rally Monte Carlo, zij het nipt. In Nederland kreeg het succes nauwelijks aandacht vanwege de watersnood.