Frankrijk maakt winst en verlies van staking op

PARIJS, 16 DEC. Nu de eerste treinen weer rijden over de roestig geworden rails, begint Frankrijk de winst- en verliesrekening op te maken van de sociale crisis die het land ruim drie weken heeft verlamd. Om de politieke gevolgen te kunnen vaststellen is het nog te vroeg. De bonden en de bedrijven hebben hun eerste schattingen.

De Franse economie is, mede dank zij de verlamming van het railvervoer en de ernstige vertragingen op de weg, nu helemaal tot een nulgroei teruggevallen. Uit een enquête onder ondernemers blijkt dat ook vóór de staking in de laatste week van november uitbrak de groei-verwachtingen uiterst somber waren. Werkgevers-voorzitter Jean Gandois schatte gisteren dat het bedrijfsleven de schade van het conflict tot in het eerste kwartaal of zelfs het eerste halfjaar van 1996 zou voelen.

Drie weken spoorwegstakingen in '86 en '87 bezorgden Frankrijk destijds een gemiste economische groei van 0,2 procent. Een dergelijke becijfering is nu nog niet te geven, maar bijna alle sectoren hebben te lijden gehad. Het midden- en kleinbedrijf klaagt het hardst omdat daar de reserves het kleinst zijn. Premier Juppé heeft gisteren toegezegd dat met coulantie zal worden gereageerd op verzoeken om uitstel van belasting- en premiebetaling.

De staking heeft ook winnaars opgeleverd: fietsen en rolschaatsen waren niet aan te slepen, benzine-pompen hebben 50 procent meer verkocht, particuliere busmaatschappijen zoals Eurolines hebben op de langere afstanden de rol van de trein overgenomen, huis-aan-huis leveranciers van pizza's en ander warm eten, koersdiensten en helicopter-taxi's deden gouden zaken.

Het gebruik van de telefoon en vooral de bi-bop (draadloze stadstelefoon) is sterk gestegen. Toegangs-leveranciers voor Internet hebben 15 procent meer abonnementen en gebruik geregistreerd. Ook de studentenstaking van de afgelopen maanden heeft zijn landelijke coördinatie in belangrijke mate via Internet zien verlopen. Voor weinig geld werden bijzonder opruiende gebruikersgroepen gevormd.

Daar tegenover staat dat warenhuizen zoals Printemps de helft of meer van hun omzet verloren. De verkoop van kleding, speelgoed en vooral de luxere uitgaven zoals wintersport, juwelen, parfum en dure kleding is helemaal ingestort. Postorderwarenhuizen hebben mensen op non-actief gesteld, theaters bleven leeg, filmpremières vielen in het water.

Voor de vakbeweging is het minstens een even bewogen tijd geweest, waarin iedere oorlogshandeling grote gevolgen voor het aanzien van de vrede kon hebben. De drie grootste centrales hadden allemaal veel te verliezen en onzekere kansen op winst. Marc Blondel, de 'generaal' van Force Ouvrière, moest de bevoorrechte positie van FO in het bestuur van de ziekenfondsen redden, de stakingsreputatie van de pro-communistische CGT overtreffen en tegelijk werken aan zijn persoonlijke herverkiezing binnen zijn organisatie.

Het is Blondel maar zeer ten dele gelukt. Hij heeft, voor het eerst sinds de afsplitsing van FO van de Conféderation Générale du Travail in 1947, de voorman van de CGT openbaar een hand gegeven. Maar eenheid is ver te zoeken. Louis Viannet, de secretaris-generaal van de CGT, kon afgelopen weken het 100-jarig bestaan van zijn vakcentrale vieren met de meest geslaagde stakingsbeweging sinds de topjaren 1906, 1921, 1947 en 1968. Of de CGT van zijn bekwame en beheerste stakingsmanagement en het verwaaien van zijn communistische imago kan profiteren met ledenwinst moet blijken. De liefste wens op de verlanglijst van Viannet zou ongetwijfeld een rentrée in de wereld van het particuliere bedrijfsleven zijn, waar het syndicalisme - met uitzondering van de staalsector - bijna verdwenen is.

Nicole Notat, leider van de grootste centrale, de CFDT, zag haar positief-kritische dialoog-koers beloond met ernstige interne weerstand en een scheldkanonnade van Blondel afgelopen donderdag. De favoriete bond van deze regering zijn is een riskant voorrecht. Maar op termijn kan de CFDT oogsten als de vakcentrale die dingen voor elkaar krijgt zonder dat de economie ervoor hoeft te worden geruïneerd.