Foto

John Margolies: Home Away From Home .

128 blz., Bulfinch Press 1995, ƒ 60,50 (gebonden)

Pas gearriveerde gasten verpozen zich in de lounge van het geheel in 'Western style' opgetrokken Mission Village Motel in Los Angeles; het is de tijd van de drooglegging, vandaar het pontificale glas melk.

Het is een van de ruim 250 afbeeldingen in het kleurrijk geïllustreerde Home Away From Home, een oppervlakkig maar vermakelijk boek over geschiedenis van en folklore rond 'het ikoon bij uitstek van 20ste eeuws Amerika': het motel.

De eerste 'motorway hotels' waren niet meer dan een verzameling groezelige blokhutten met weidse namen als Kozy Kamp of Dreamland Cabin Camp, schrijft samensteller en fotograaf John Margolies. Maar met de opkomst van het autobezit in de jaren tussen de eerste en tweede wereldoorlog groeide ook de motel-business explosief; in de jaren dertig was het de snelst groeiden bedrijfstak van Amerika. Er kwamen zwembaden, restaurants, televisies. Comfort en hygiëne werden een must, evenals de karakteristieke uithangborden met hun folkloristische cowboys, indianen en (later, in de jaren zestig) raketten die in het boek onvermijdelijk veel aandacht krijgen. Dat laatste geldt ook voor de somtijds bizarre architectuur van de onderkomens (nagebouwde wigwams, treinwagons, uitgeholde stammen van de sequoiaboom, sprookjespaleizen) en de ansichtkaarten en brochures waarmee de moteleigenaars hun gasten probeerden te verleiden.

Het motel werd uiteraard ook al snel ontdekt als oord voor andere zaken dan slapen, noteert Margolies in een van zijn met anekdotes doorspekte tekstbijdragen. “Negentig procent van mijn gasten heeft immorele bedoelingen”, citeert hij een moteleigenaar uit de jaren dertig, die het was opgevallen dat zo veel van zijn gasten Mr. and Mrs. Jones heetten. En FBI-baas J. Edgar Hoover pleitte in 1940 al eens voor het sluiten van alle 35.000 motels als “broeiplaatsen van misdaad en zonde”.