Eurotop verrast met besluit zo 'krachtig als een klaroenstoot'

MADRID, 16 DEC. Nog nooit had minister Zalm (financiën) een Europese top meegemaakt “die niet uitliep”. Maar gisteren verrastten de vijftien staats- en regeringsleiders van de Europese Unie, door een half uur eerder dan voorzien de discussie af te ronden over de Economische en Monetaire Unie (EMU). Ze konden melden dat de eenheidsmunt, die op 1 januari 1999 moet worden ingevoerd, de euro gaat heten en dat de laatste besluiten zijn genomen over een blauwdruk voor invoering van de EMU.

Met de gezwindheid waarmee gisteren de laatste twistpunten uit de weg werden geruimd, wilde de top een positief signaal geven aan de burgers en de markten, nu de ongerustheid groeit over de haalbaarheid van een eenheidsmunt. In Madrid moest een “krachtige klaroenstoot” worden gegeven zo kondigde eerder deze week een Brusselse diplomaat aan. Na afloop van het EMU-overleg gisteren concludeerde minister Zalm: “Dit is een belangrijk psychologisch signaal dat we echt gaan en echt willen.” De Franse minister van financiën Arthuis sprak van een “historisch moment” en zijn Spaanse collega Solbes constateerde: “Op deze euro zullen we de toekomst bouwen van de toekomstige Europese integratie.”

De weg voor een snelle besluitvorming over de euro was voorbereid op een Frans-Duitse topontmoeting eind vorige week in Baden-Baden. Over drie kwesties moest toen nog worden besloten: de naam, het moment waarop wordt bepaald wie mee kan doen aan de muntunie en de vraag of staatsleningen vanaf 1999 in euro's moeten worden uitgegeven. Alle drie punten waren vooral een controverse tussen Duitsland en Frankrijk. Beide landen hebben nu water bij de wijn gedaan: Frankrijk moet toezien dat de beslissing wie toetreedt “zo vroeg mogelijk in 1998” valt, terwijl het eind 1997 had gewild. Duitsland moest de wens laten varen om landen vrij te laten in hun muntkeuze voor staatsleningen die uitgeschreven worden tussen 1999 in 2002.

Nog even leek de naam van de eenheidsmunt gisteren een struikelblok te worden. Niemand loopt echt warm voor euro. De Britse premier Major noemde het ronduit een “oninspirerende” naam. Toen de Spaanse EU-voorzitter Gonzalez gisteren een eerste ronde maakte langs de vijftien Europese leiders, zei vrijwel iedereen 'ja maar' tegen de euro. De Franse president Chirac stelde zelfs voor eerst een volksraadpleging te houden, om te zien hoe de euro bij de Europese burger valt. Maar Gonzalez maakte snel een eind aan alle twijfels. Toen iedereen aan het woord was geweest, stelde hij dat er consensus was, vroeg nog even of Chirac het daar ook mee eens was, en hamerde af. Volgens diplomaten past de snelle consensus over de naam in de strakke regie die van tevoren was overeengekomen, om de EMU-sessie snel te doen eindigen.

Op de Europese top werd afgesproken dat op de nieuwe euro-biljetten aan één kant ruimte zal zijn voor een nationaal symbool. Voor Nederland wordt dit koningin Beatrix. “Ik ben gek op de koningin”, aldus minister Zalm gisteren. Ook op de achterkant van de munten zal ruimte zijn voor een nationaal symbool en misschien ook op de rand. Hoe een honderdste euro gaat heten, is nog niet beslist. Voor het ontwerp van het bankbiljet wordt waarschijnlijk een wedstrijd uitgeschreven door het Europees Monetair Instituut (EMI).

Over de grote lijnen van het overgangscenario waren de EU-lidstaten het al eerder eens. Per 1 januari 1999 moeten de wisselkoersen worden vastgeklonken van de munten die voldoen aan een aantal criteria, waaronder een financieringstekort van hooguit 3 procent van het bruto binnenlands produkt. Drie jaar later zullen de euro's in omloop worden gebracht en in juli 2002 moeten de nationale munten verdwenen zijn. Het besluit of de euro er daadwerkelijk komt, zal pas begin 1998 vallen wanneer wordt bepaald wie zich kwalificeert voor de muntunie. Als Frankrijk daar niet bijhoort, gaat de euro waarschijnlijk niet door.