'De kijker moet denken: Wat hij zegt is waar'

Aad van den Heuvel (Rotterdam, 1935) is eindredacteur en presentator van het satirische consumentenprogramma Ook dat Nog. Een panel reconstrueert in de uitzending telefoongesprekken en briefwisselingen van gedupeerde consumenten met bedrijven. Sinds de eerste aflevering in 1989 is Ook dat Nog het best bekeken KRO-programma.

“Iedereen heeft wel eens voor aap gestaan omdat een loket om vijf voor zes dichtging. Iedereen weet hoe het voelt als een ambtenaar je eindeloos aan het lijntje houdt. Dat is het geheim van het succes van Ook dat Nog. De kijker denkt: 'Ah lekker, dat heb ik ook meegemaakt'. De humor is gericht tegen de dader.

Dat Braks (voorzitter van de KRO, red.) Ook dat Nog als een bij uitstek katholiek programma beschouwt, dat zie ik niet. Ik heb ook niet veel op met het geloof. Mijn vader is altijd fel anti-katholiek geweest. 'God is het opium van het volk.' Ik dacht dat hij die uitspraak had bedacht. Hij voer en zat veel op zee. We woonden in het christelijke dorp Sliedrecht en op een gegeven moment kreeg mijn moeder toch wroeging. Toen heeft ze mij naar de zondagsschool gestuurd. Met ontzag luisterde ik naar de majestueuze verhalen uit de Bijbel. En ik ging me afvragen: Is er niet iets meer als het leven van alledag? Het ontstaan van de aarde kunnen we misschien verklaren met de grote knal. Maar wat was daarvoor? Dat begrip is me ongetwijfeld op die zondagsschool ingeplant.

De KRO heeft me nooit gevraagd of ik katholiek ben. Als ze iemand nodig hebben, hebben ze blijkbaar iemand nodig. Ik ben ook op een rare manier binnengekomen. Ik was nog schrijvend journalist en maakte een verhaal over televisie en sport. Het was in 1960, zelf had ik nog geen tv. 'Wat deed je vader?', vroeg de directeur televisie met wie ik een afspraak had. Dat vond ik wat ongewoon. Ik zou toch de vragen stellen. 'Kom je dan voor een interview?', zei hij. 'Ik dacht dat je kwam solliciteren.' De sfeer bij dit bedrijf bevalt me wel. Zeg maar de bourgondische levensstijl. Niet te zwaar op de hand en in moeilijke gevallen het glas heffen en de zaak uitpraten. Ik heb hier ook altijd mijn zin gekregen. Ik kreeg de gelegenheid om met Brandpunt te beginnen en kon het mediaprogramma De Alles is anders show maken.

De komische teksten in Ook dat Nog worden geschreven door een team van tekstschrijvers. Ik ga er nog wel altijd even doorheen om wat plooien glad te strijken en het hier en daar beter te laten bekken. Of wij grappig zijn? Nou het panel is er wel op uitgekozen. Maar de ene zondag zit het hele studiopubliek te lachen, terwijl ze de volgende zondag kijken alsof ze water zien branden. Humor is moeilijke materie. Al geven de kijkcijfers wel aan dat het programma leuk is. Op een gegeven moment weet je ook wel wat sommige grappen doen. Humor is ook routine. Absurde dingen werken altijd. Net als overigens hele vervelende situaties. Een man met een hartafwijking die geopereerd moet worden maar op een gigantische wachtlijst staat - en die wachtlijst is ook nog eens ongelijk verdeeld over de provincies. Dat is een goed journalistiek verhaal. Dat zou NRC Handelsblad ook zo willen hebben.

Ik ben in dit programma journalist-schuine streep-entertainer. Ik heb altijd gezegd: In godsnaam, laat het wel een consumentenprogramma blijven. Ook dat nog is gebaseerd op het Britse programma That's Life. Een typisch Brits programma met rare gappen en een presentator die als cactus verkleed is. Daar pieker ik niet over. Ik speel de rol van de serieuze presentator die de moralistische praatjes verkoopt. Het panel mag overdrijven, maar als ik in beeld kom moet de kijker denken: Wat Aad van den Heuvel zegt is waar. Dat lukt me vrij aardig. Ik had rijk kunnen zijn als ik op alle aanbiedingen voor commercials was ingegaan. Als ik zeg 'Deze Opel moet u kopen want het is de allerbeste auto die er is', dan denkt het publiek: Hij zegt het, dus het zal wel waar wezen.

Die schuine streep tussen journalist en entertainer zit me niet dwars. Ik ben nu eenmaal een echt televisiedier. Ook dat Nog is een fenomeen. Uit een kijkersonderzoek is gebleken dat het publiek het programma noemt om 'een zondagsgevoel' te omschrijven. We krijgen zevenhonderd brieven per week. Dan krijg je wel een aardige dwarsdoorsnede van wat Nederland overkomt en bezighoudt. In feite doen wij niets anders dan wat journalisten doen. Alleen hebben wij een groot voordeel: We bereiken er ook wat mee. Iedere journalist schrijft zich de kolere aan doorwrochte verhalen over het wereldleed. Maar wat schieten we ermee op? Ongeveer de helft van de problemen die wij behandelen worden opgelost. Iemand krijgt bijvoorbeeld toch die huursubsidie.

In principe doen we alles behalve burenruzies en ruzies rond testamenten. Tussen al die brieven zitten natuurlijk een hoop zeikerds. Al dat geklaag komt neer op de hoofden van de redactie. Die houden het na een tijdje meestal ook voor gezien. Dan hebben ze hier wel een goede opleiding gehad. Ze leren alles drie keer te checken. In het begin hadden we nog af en toe een kort geding aan onze broek. Fabrieken en bedrijven die dachten dat ze die jongens wel eens even de pen op de neus konden zetten.

De commercie sluipt overal in. We hebben tien Nederlandstalige zenders die allemaal met bewegend beeld gevuld moeten worden. Dus laten programmamakers fabrikanten de onderwerpen aandragen. Er is geen tijd meer om de zaken rustig uit te zoeken. Een item in het Journaal van vier minuten over de nieuwe film van Paul de Leeuw. Dan denk ik: Rot toch op. Heeft iemand van de redactie die film gezien dan? Er gebeuren zoveel rare dingen in Hilversum. De emotie- en reality-tv is ook op de publieke zenders losgebasten. Daar zouden best meer vragen over gesteld kunnen worden. Een mevrouw in de taxi bij Maarten Spanjer. Ze vraagt hem of hij een nummertje met haar wil maken. Ik zie die vrouw en denk: Ze is niet goed bij haar zinnen. Wordt wel uitgezonden. Dat kan toch niet? Daarom begin ik volgend jaar met een nieuw mediaprogramma. Het is er nu de tijd voor. Niet zoals de Alles is Anders Show van vroeger, maar een satirisch mediaprogramma. Dat heb ik nodig. Ik moet kunnen overdrijven.''