De kansen van een kretoloog

PETER CONRADI: Vladimir de Verschrikkelijke. Zjirinovski en de opmars van extreem-rechts in Rusland

288 blz., Standaard Uitgeverij 1995, ƒ44,50

VLADIMIR KARTSEV: Zhirinovsky!

198 blz., geïll., Columbia UP 1995, ƒ56,-

ELENA KLEPIKOVA and VLADIMIR SOLOVYOV: Zhirinovsky. The Paradoxes of Russian Fascism

256 blz., geïll., Viking 1995, ƒ56,70

Nu het Jeltsin-tijdperk op zijn eind loopt en er over een halfjaar presidentsverkiezingen in Rusland op het programma staan, wordt de vraag urgent hoe serieus de kansen zijn van de extremistische kandidaat Vladimir Zjirinovski. Is hij in staat zijn sensationele overwinning bij de parlementsverkiezingen van twee jaar geleden, toen hij bijna een kwart van de stemmen kreeg, te prolongeren? Hoewel de huidige opiniepeilingen anders suggereren, houden de auteurs van de drie hier besproken boeken met die mogelijkheid ernstig rekening. Rusland is de afgelopen paar jaar in een explosieve situatie geraakt, betoogt Vladimir Kartsev in zijn Zhirinovsky!. In de jaren tachtig was hij directeur van uitgeverij Mir en nam hij Zjirinovski aan als bedrijfsjurist. Kartsev maakt zich woedend over 'de zogenaamde democraten'. Het komt door hun hervormingen, zegt hij, dat miljoenen Russen in armoede zijn gedompeld, hun levensverwachting is gekelderd en de criminaliteit enorm is gestegen. Hij duidt de situatie aan met het Russische woord bespredel: een extreme vorm van wetteloosheid. Het doet hem terugverlangen naar de, zij het bescheiden, zekerheden van het communistische tijdperk. Dat zijn bespredel wortelt in datzelfde communistische verleden, verliest hij daarbij uit het oog.

De wetteloosheid is volgens Kartsev de grondslag van Zjirinovski's succes. Zijn opvattingen geven volgens hem wel degelijk de thans in de Russische maatschappij heersende stemming weer. Zjirinovski is geen clown en zijn succes in 1993 was geen toevalstreffer, luidt de conclusie. Kartsev beklemtoont zelfs dat er in Rusland veel radicalere en gevaarlijkere oppositionelen zijn.

Zjirinovski wordt in dit boek door zijn gewezen chef nog verder salonfähig gemaakt met de diagnose dat we niet al zijn shockerende uitspraken serieus hoeven te nemen. Zij beogen niet in de eerste plaats het partijstandpunt weer te geven, maar vooral de aandacht van media en kiezers te trekken. Dat geldt voor zijn bedreiging van de Balten met nucleair afval evenzeer als voor de eis dat Alaska door de Verenigde Staten aan Rusland wordt teruggegeven. De veelgeciteerde, aan Zjirinovski toegeschreven uitspraak dat de Russische soldaten na verovering van Afghanistan, Iran en Turkije hun laarzen in de Indische Oceaan zullen afspoelen, zijn volgens Kartsev in werkelijkheid niet van Zjirinovski afkomstig, maar uit een pirateneditie van diens memoires De laatste sprong naar het zuiden, en zouden tevens in strijd zijn met het partijprogramma.

Dat is onzin, want diezelfde editie van zijn memoires werd wel - door de auteur gesigneerd - aangeboden op het hoofdkwartier van Zjirinovski's Liberaal-Democratische Partij. Even grote onzin is Kartsevs bewering dat Zjirinovski's werkelijke opvattingen te vinden zijn in de officiële documenten van zijn partij. Zjirinovski ìs die partij, en haar documenten bevatten louter algemene frasen. Trouwens, op het partij-embleem treft men een kaart van Rusland aan met binnen zijn grenzen het door Zjirinovski opgeëiste Alaska, Finland en Polen.

Etnische zuivering Ook de Britse Moskou-correspondent Peter Conradi vindt dat Zjirinovski's woorden niet op een goudschaaltje gewogen moeten worden: ze zijn gericht op onmiddellijk effect, om meteen daarna te worden ontkend of vergeten. Hij gelooft niet dat Zjirinovski, als hij aan de macht komt, de etnische zuivering waarmee hij dreigt ook zal uitvoeren. Net zo min zijn de wildere verklaringen over buitenlandse politiek serieus te nemen. Wat hij in De laatste sprong naar het zuiden schrijft, moet volgens Conradi niet worden gezien als een politiek programma, maar als kretologie voor de partijgetrouwen: “Weloverwogen een derde wereldoorlog beginnen staat niet op zijn agenda.” Ongetwijfeld meent Zjirinovski niet alles wat hij zegt, want hij spreekt zichzelf onophoudelijk tegen. Maar er zit wel enige lijn in zijn woorden. Conradi laat zien dat 'de dreiging uit het zuiden' al twintig jaar geleden Zjirinovski's favoriete thema was. Rusland was in zijn ogen omringd door islamieten - Turken, Kaukasiërs, Centraalaziaten - die zich zo snel vermenigvuldigden dat ze binnen korte tijd de Russen zouden verdringen.

Het Russische emigrantenechtpaar Klepikova en Solovyov, auteurs van Zhirinovsky. The Paradoxes of Russian Fascism, betoogt dat Zjirinovski's dreigementen niet weggeredeneerd moeten worden. Hun werk is bedoeld als waarschuwing, zonder dat echter duidelijk wordt wat de wereld ermee aan moet. Hun suggestie dat Jeltsin het destructieve potentieel van zijn concurrent had moeten neutraliseren door hem een regeringspost aan te bieden, komt in elk geval rijkelijk laat en is hoogst twijfelachtig.

Net als Conradi moeten zij er niet aan denken dat Zjirinovski de macht verovert: hij zou volgens hen Hitler mèt atoomwapens zijn. Deze vergelijking overtuigt trouwens niet erg. De stalinistische trekken zijn bij Zjirinovski zeker zo sterk. Hij is ook geen gewone Russische nationalist: hij steekt niet het Russische volk, maar de Russische staatstraditie omhoog. Voor alles is hij een populist die het volk mobiliseert in het kader van de machtsstrijd. Hij doet hetzelfde als Jeltsin in 1991, maar op een veel extremere manier.

Conradi en het duo Klepikova-Solovyov gaan er, anders dan Kartsev, van uit dat Zjirinovski in 1990 door de communistische machthebbers als schijnoppositie naar voren is geschoven om de echte oppositie de wind uit de zeilen te nemen. Hij zou jarenlang voor de KGB hebben gewerkt, ook al had deze organisatie zijn carrière niet bepaald bevorderd. Maar later werden de rollen omgedraaid en ging hij gebruikmaken van de diensten van zijn vroegere patronen voor zijn eigen doeleinden. Klepikova en Solovyov houden vol dat er nog steeds 'geheime krachten' achter hem staan.

Ook met de huidige Russische machthebbers heeft Zjirinovski een merkwaardige relatie, een mengsel van felle oppositie en samenwerking. Eind 1993 steunde hij Jeltsins nogal autoritaire grondwet en een jaar later de bloedige legeractie in Tsjetsjenië. Op grond daarvan houden Klepikova en Solovyov Zjirinovski voor de wegbereider van de verrechtsing van het zittende regime. In het debâcle in Tsjetsjenië zien zij zelfs de verwerkelijking van Zjirinovski's superpatriottische leuzen. Zij overdrijven echter beslist als zij deze weinig glorieuze veldtocht 'de eerste stap in de richting van de Indische Oceaan' noemen, en evenzeer als ze hem 'de meest invloedrijke politicus in Rusland noemen'. Volgens Conradi gebruiken de autoriteiten Zjirinovski als 'de ideale boeman': zogenaamd om hem de wind uit de zeilen te nemen, nemen ze maatregelen die ze toch al van zins waren. Klepikova en Solovyov betogen echter dat Jeltsin en Zjirinovski 'ideologische bondgenoten' zijn, en dat onder directe druk van de laatste “een terugkeer gaande is naar een imperialistisch-nationalistische ideologie, samen met een verwerping van democratische hervormingen'. Dat Zjirinovski de volgende president van Rusland zou kunnen worden, blijkt niet uit recente opiniepeilingen die een aanzienlijk lagere kiezerssteun voorspellen dan twee jaar geleden. Hij heeft nu immers te maken met concurrentie uit het extreem-rechtse kamp, die na de oktober-gevechten van 1993 veilig was opgeborgen in de gevangenis. Een ander probleem is dat hij zijn extravagante verkiezingsbeloften niet is nagekomen; dat hij daartoe als oppositie ook niet in de gelegenheid was, is een nuance die veel kiezers zal ontgaan. Bovendien verlangt het Russische publiek zo op het oog meer dan ooit naar rust en niet naar Zjirinovski's wildemansgedrag. Dat wil niet zeggen dat het 'Zjirinovski-effect' is uitgewerkt. Andere troonpretendenten bespelen met verve dezelfde gevoelens in de Russische maatschappij. Generaal Lebed bijvoorbeeld, de no-nonsense aanvoerder van zijn eigen Congres van Russische Gemeenschappen, algemeen gezien als serieuze kanshebber, moet het ook hebben van de frustraties van veel Russen, die terugverlangen naar het verloren imperium en de zekerheden van de dictatuur.