Ben jij Jozef?

Op 16 december, negen dagen voor kerst, beginnen in Mexico de posadas. Hiermee wordt dan avond aan avond het kerstfeest ingeleid tot, op de 24ste, het hoogtepunt bereikt wordt met de viering van Christus' geboorte.

Een posada betekent het vragen van onderdak door Jozef en Maria op hun tocht naar Bethlehem. Er zijn twee groepen: de vragende en de antwoordende. De vragende groep loopt zingend en met een kaarsje in de hand buiten, tot ze bij het huis aankomen waar onderdak gevraagd zal worden. Dit gebeurt ook door het zingen van liederen, waarbij op een vraagcouplet van de buitenstaanders een antwoordcouplet van de binnenblijvers komt. Natuurlijk krijgen 'Maria y José' (“in naam van de hemel vraag ik u om gastvrijheid”, zingen zij) eerst nul op het request: “wij zijn geen hotel!”, maar uiteindelijk worden de Heilige Pelgrims (“Ben jij Jozef? En is Maria je vrouw? Ik kende jullie niet.”) hartelijk binnengelaten. Nog een welkomstlied, dan kunnen de feestelijkheden beginnen. Dat betekent eten en drinken, praten en soms dansen.

Natuurlijk zijn er tal van manieren om een posada te organiseren, maar in ieder geval is het de bedoeling dat zowel volwassenen als kinderen meedoen. In de steden worden posadas soms gebruikt als aanleiding voor het geven van een feestje, waarbij het 'vragen van onderdak' in het gedrang kan komen. Op het platteland is vaak een hele dorpswijk of buurtschap bij de organisatie betrokken. Van tevoren is dan uitgemaakt wie en op welke avond als gastheer optreedt en die ontvangt uiteraard medewerking en hulp van een groot aantal anderen. Iedereen krijgt te eten, er zijn speciale lekkernijen zoals buñuelos (een soort wafels) en er wordt atole (dunne pap van mais of rijst) en een warme vruchtenpunch geschonken, waar volwassenen graag een scheut rum in gooien.

Op Kerstavond wordt een kribbe, of iets dat een kribbe moet voorstellen, meegenomen; als besluit wordt dan het kindje Jezus in slaap gewiegd, het 'Kindje-wiegen' of arrullada del Niño.

De posadas zijn een voortzetting van de uitbeeldingen van het verhaal van Christus' geboorte zoals dat vanaf de zestiende eeuw in het kader van de kerstening werd gedaan. In die tijd werden de posadas, of jornadas, zoals ze genoemd werden, rond en in de plaatselijke kerken gehouden. In de achttiende eeuw worden ze een aangelegenheid van families en buurten en in de negentiende eeuw verbiedt de kerk ze, overigens vergeefs, wegens het te uitbundig geachte karakter van de feesten. Tegenwoordig is het religieuze karakter hier en daar wat op de achergrond geraakt.

Als de posada-stoet zijn doel heeft bereikt volgen nog de piñatas, als onderdeel van een echte posada. Piñatas zijn grote potten van tien tot twintig liter, meest van aardewerk of van papier-maché gemaakt en vervolgens met behulp van karton en kleurig papier getransformeerd tot dieren, vruchten, sterren of andere vormen. Een piñata wordt met touwen zo opgehangen dat men hem naar believen kan laten zakken, omhoog laten gaan en heen en weer laten zwaaien. De kinderen krijgen dan een voor een een stok in de hand en een blinddoek om en mogen proberen de met fruit, pinda's en andere snoepgoed gevulde pot kapot te slaan. Doordat de bewegende pot door de omstanders wordt gemanipuleerd kunnen die pogingen vrolijke taferelen opleveren. Als de pot uiteindelijk sneuvelt storten de kinderen zich massaal op de vrijgekomen lekkernijen. Als ze de buit binnen hebben kunnen ze zich er desgewenst door het zingen van een lied nog over beklagen ook: “Deze piñata heeft kuren; er zitten alleen maar sinaasappelen en suikerriet in.” Dat klagen hebben ze natuurlijk geleerd van de volwasenen: “Wat is dit een vrolijke posada; maar mijn glas is leeg.”