ASEAN dreigt achterop te raken met liberalisering

SINGAPORE, 16 DEC. Met de armen kruislings voor de buik langs en de handen onderling ineengeslagen stonden ze als een stel vrolijke vrienden in tientallen flitsende camera's te turen: de zeven regeringsleiders van de ASEAN-landen. Tot gisteravond vergaderden ze in Bangkok over hun toekomst, en hoewel er reden was wat minder opgetogen te poseren voor het oog van de wereld, straalde de typisch Aziatische informele kameraadschap wederom van het gezelschap af. Publiekelijk problemen bespreken is er niet bij; bij ASEAN regeert de consensus en derhalve is er altijd wel iets om te vieren.

Zo ook in Bangkok waar het bondgenootschap, dat naast gastheer Thailand bestaat uit Maleisië, Singapore, de Filippijnen, Indonesië, Brunei en Vietnam, bijeen was voor de driejaarlijkse 'summit', de top waar regeringsleiders elkaar ontmoetten. Reden voor enige vrolijkheid was er overigens wel, al had die vooral betrekking op de ambities van het gezelschap. ASEAN besloot zijn tweedaagse top gisteren met de afspraak het proces van economische integratie en liberalisering van de onderlinge handel te versnellen. Eén van 's werelds snelst groeiende regio's wil in hoger tempo afstevenen op volledige vrijhandel. Tot nu toe verliep dat proces te langzaam en begon het uit te groeien tot een steeds zichtbaarder zwakte van ASEAN.

Achter gesloten deuren zijn die problemen intussen erkend. ASEAN dreigt achterop te raken bij de concurrentie omdat het tempo waarmee in Zuid-Oost Azië veranderingen worden doorgevoerd, te laag ligt. De weg naar volledige vrijhandel, lagere tarieven en betere investeringsmogelijkheden in Zuid-Oost Azië verloopt, in veel gevallen door bureaucratische factoren, trager dan gepland.

Singapore, in economische termen de meest voorspoedige van het zevental, riep in Bangkok het hardst dat het anders moet. Minister-president Goh Chok Tong van de stadstaat stelde onder meer voor de 'deadline' voor volledige vrijhandel binnen ASEAN, die eerder gesteld was op 2003, te verkorten naar het jaar 2000. Plannen voor de ASEAN Free Trade Area (AFTA) zouden daarmee gelijke tred houden met de ambities van soortgelijke organisaties als de NAFTA (Noordamerikaanse vrijhandelszone), de WTO (Wereldhandelsorganisatie) en de Europese Unie (EU).

Goh's ASEAN-collega's stonden niet meteen voor diens plannen te juichen en toonden aanvankelijk ook hier weer een voorkeur voor consensus. En uiteindelijk kwam die er ook. Men pleit er nu in de slotverklaring voor dat Goh's deadline voor steeds meer goederen moet gelden. De tarieven voor deze nader te omschrijven groep goederen moeten in 2000 variëren van nul tot vijf procent. Dat was al meer dan Goh op gehoopt had toen hij zijn partners op de eerste dag had toegesproken.

Goh legde zijn vinger ook nog op een andere zere plek binnen ASEAN door te wijzen op de relatie met de Oostaziatische buren, Zuid-Korea en Japan voorop. “Onze relatie met de landen in Oost-Azië is met sprongen gegroeid”, zei Goh, wijzend op de groeiende handel en de vele investeringen van Japanse en Zuidkoreaanse bedrijven. “Veel van onze infrastructuur zal worden gebouwd met Japanse en Koreaanse 'know-how'. Nu die link met deze landen verder toeneemt, moeten we de leiders van deze landen vaker ontmoeten”, besloot hij.

Ook dit voorstel van de Singaporees werd niet meteen massaal omhelsd. Er is angst dat zo'n plan slecht valt bij de partners van een ander bondgenootschap waartoe de ASEAN-landen behoren: de APEC. Als ASEAN meer ambitieuze doelstellingen nastreeft dan APEC zullen vooral de Verenigde Staten zich roeren. En dat willen de meeste ASEAN-leden voorlopig liever voorkomen.

De nogal moeizame manier waarop ASEAN dit soort problemen, nu ook weer in Bangkok, tracht op te lossen, komt niet helemaal als een verrassing. ASEAN stoeit met een probleem dat de Europese Unie bekend moet voorkomen. Het Aziatische gezelschap bevindt zich in een fase waarin tegelijkertijd verdieping en verbreding van het bondgenootschap moet plaatshebben. Zo waren in Bangkok voor het eerst de regeringsleiders van Burma, Cambodja en Laos aanwezig. Gisteren was er een speciale vergadering voor hen belegd. De sultan van Brunei, Muda Hassanal Bolkiah, brak een lans voor het trio en zei dat “meer leden, meer uitdagingen” betekent voor ASEAN. “Nieuwe leden zorgen ervoor dat onze politieke, economische en culturele diversiteit toeneemt”. aldus de sultan.

Achter de schermen bereikten de regeringsleiders vervolgens overeenstemming over een groot internationaal hulpprogramma waarmee Birma, Cambodja en Laos het economische gat dat er tussen dit trio en de overige ASEAN-landen bestaat, kunnen overbruggen.

De drie landen hopen de komende jaren toe te treden tot ASEAN zodat de groep straks alle tien Zuidoostaziatsche landen omvat. Uit dat tiental kan een invloedrijk handelsblok voortkomen dat in de volgende eeuw in economische macht Japan naar de kroon kan steken en zich sterk kan opstellen tegenover Noord Amerika, Europa en vooral buurman China. Maar er zitten aan die wens die door alle leden en mogelijk nieuwe leden wordt gedeeld, ook nogal wat haken en ogen.

Op die manier komt binnen een uitgebreid ASEAN de collectief aanbeden consensus onder druk te staan. De huidige handelsdisputen binnen ASEAN, waarbij met name Indonesië een balorige rol speelt, doen de samenhang van de organisatie al geen goed. De drie potentiële lidstaten zullen de cohesie verder bedreigen. Het lijkt er op dat ASEAN in de toekomst steeds meer uitzonderingen op bepaalde afspraken tussen de leden zal moeten toestaan om uiteindelijk overeenstemming te breiken.

Zo bestaat er nu al voor het jongste lid Vietnam, dat afgelopen zomer tijdens de jaarvergadering in Brunei tot het bondgenootschap toetrad, een uitzondering op de afspraken voor verlaging van import- en exporttarieven. En de verwachting is dat voor Birma, Cambodja en Laos soortgelijke afspraken zullen worden gemaakt. Hoewel de bijeenkomst in Bangkok door alle leiders als “succesvol” werd getypeerd, en er zelfs over een gevoelig onderwerp als intellectueel eigendom nu hoopvolle afspraken op papier zijn gezet, zal ASEAN steeds harder moeten vechten voor iets dat de groep groot heeft gemaakt: consensus.

    • Max Christern