AOW

Het artikel in NRC Handelsblad van 27 november, over bepaalde opvattingen binnen de PvdA inzake de toekomst van de AOW benadrukt de wenselijkheid van een brede maatschappelijke discussie over dit onderwerp.

De omstandigheid dat iemand die gedurende een lange periode de maximale premie betaalt, daarmee aan de gemeenschap veel meer afdraagt dan hij later terugontvangt, mag in de discussie niet onvermeld blijven.

Het voorstel om 65-plussers met een aanvullend inkomen van 500 gulden of meer per maand AOW-premie te laten doorbetalen is niet alleen in strijd met de pensioengedachte, maar houdt ook geen rekening met hetgeen iemand tijdens zijn actieve periode aan AOW-premies heeft opgebracht.

Gegeven het feit dat voor veel Nederlanders een volledige AOW-uitkering naast een volledig pensioen of een inkomen uit vermogen niet nodig is, kan beter gedacht worden aan een splitsing van de AOW in een vast en inkomensafhankelijk deel.

Onderzocht zou kunnen worden wat de financiële gevolgen voor de betaalbaarheid van de AOW zijn wanneer iedereen van 65 jaar of eventueel ouder een AOW-pensioen zou ontvangen, gebaseerd op de helft van het door betrokkene tijdens zijn werkzame leven betaalde AOW-premie.

Het andere deel van de premies zou dan ten goede komen aan de collectiviteit. Voorzover een AOW-gerechtigde alsdan een inkomen zou hebben dat beneden een redelijk sociaal minimum zou liggen, dient aanvulling plaats te vinden. Op deze wijze wordt aan de solidariteitsgedachte recht gedaan, omdat steeds de helft van de totale premie bestemd is voor het gemeenschappelijk fonds, terwijl de prikkel om voor de eigen oudedagsvoorziening te zorgen niet wordt weggenomen.