Zondagscomponisten

Het stikt van het epigonisme in het componistenkliekje in de Randstad, zegt de ene groep. Zondagscomponisten hebben een coup gepleegd, zegt de andere groep. Het Genootschap van Nederlandse Componisten (Geneco) is in twee kampen uiteengevallen. Ze strijden over een voorstel om bij het Fonds voor de Scheppende Toonkunst aan te dringen op een grondige reorganisatie. De Fonds-gelden zouden eerlijker verdeeld moeten worden over alle componisten en beslissingen over het goedkeuren en vooral ook het afkeuren van partituren zouden beter moeten worden gemotiveerd. Voor 42 prominente leden van het Geneco was dit voorstel een reden om uit het genootschap te stappen.

In het gekrakeel zijn financiële belangen en kwaliteitscriteria op een troebele manier met elkaar verweven. De meerjarige honoreringen (een vast inkomen voor gevestigde componisten) slokken volgens de 'zondagscomponisten' een te groot deel van het budget op. Het zijn steeds dezelfden die van het Fonds profiteren, zeggen zij, en wie niet tot dat clubje behoort kan het bij het Fonds wel vergeten. Onzin, vindt de 'Randstad-kliek', meerjarige honoreringen zijn juist een ideale manier om goede componisten ongestoord te laten werken. Er bestaat nu eenmaal verschil in kwaliteit en dat moet in het Fonds-beleid tot uiting komen.

Het conflict smeult al jaren. Componisten die vaak tevergeefs bij het Fonds hebben aangeklopt, klagen over vriendjespolitiek en geldtoeschuiverij. Die zouden het gevolg zijn van ondoorzichtige procedures. Maar het Fonds heeft er terecht steeds weer op gewezen dat het, onder meer door twee commissies jaarlijks onafhankelijk van elkaar alle aanvragen te laten beoordelen, het uiterste doet om enige objectiviteit te garanderen.

Toch zou het verstandig zijn als het Fonds de kritiek serieus neemt. Het is bijvoorbeeld de vraag of componisten strategische posities in het Fonds moeten bekleden. Op dit moment behoort Theo Loevendie tot de componisten die het Geneco-voorstel afwijst, terwijl hij straks als voorzitter van het Fonds mede over dat voorstel zal moeten beslissen. Het is moeilijk om zo de schijn van belangenverstrengeling te vermijden.

Maar eigenlijk gaat het geruzie daar helemaal niet om. Alles is terug te voeren op een verschil van mening over artistieke normen. Het hele conflict lijkt daarmee een spiegelbeeld van wat er in 1970 gebeurde. Toen keurde het Geneco officieel de Notenkrakersactie af, waarmee een groepje recalcitrante jonge componisten protesteerde tegen het ingesukkelde muziekleven. De nieuwe ontwikkelingen, de adembenemend modernistische wereld van Boulez, Nono en Stockhausen dreigden aan Nederland voorbij te gaan. De Notenkrakers gingen de confrontatie aan met traditioneler ingestelde gevestigde componisten en stapten uit het Geneco. Niet lang daarna begon de modernisering van het Nederlandse muziekleven.

Diezelfde componisten, en hun leerlingen, zijn nu weer opgestapt. Zij vormen inmiddels de gevestigde orde, maar ze verdedigen nog steeds het 'modernisme'. Het zijn de achterblijvers die meestal een traditionelere inslag hebben. Maar de tijden zijn wel veranderd. Het is niet meer zo vanzelfsprekend dat de opstappers weer als winnaars uit de bus zullen komen. De crisis in het hedendaagse componeren is veel groter dan een kwart eeuw geleden. Maar met nostalgisch terugblikken is de misère niet op te lossen.

    • Paul Luttikhuis