Wachtkamer vol laatbloeiers

AMSTERDAM, 15 DEC. Beide tennissers weten niet precies waar ze staan op de wereldranglijst. Het zijn ook geen getallen waar ze echt trots op zijn. In Nederland zijn ze 6de en 14de, maar in de wereld “ongeveer 190” en “ergens tussen plaats 250 en 300”. Sander Groen en Dennis van Scheppingen hopen en wachten op hun doorbraak naar de top-100.

Gisteren stonden ze in Amsterdam tegenover elkaar in de tweede ronde, ofwel de kwartfinale, van de nationale Masters. Van Scheppingen, de laagst gekwalificeerde, won in minder dan een uur met 6-3 en 6-2. Hij plaatste zich voor de halve finale en speelt daarin morgen - als zijn geblesseerde knie het houdt - tegen de winnaar van de wedstrijd tussen Paul Haarhuis en Ralph Kok. Ook Sjeng Schalken, die het jaar afsloot als nummer 67 van de ranglijst, plaatste zich bij de laatste vier. Hij versloeg Martijn Bok met 7-6 en 6-4.

De Masters is de jaarlijkse afsluiting van het tennisseizoen in Nederland, georganiseerd door de Nederlandse tennisbond. Bij de vrouwen is de complete top-twaalf aanwezig, bij de mannen ontbreken Richard Krajicek en Jacco Eltingh. Krajicek trainde tot gisteren en vertrekt vandaag voor een week vakantie naar Indonesië, Eltingh speelde vorige week in München en is op vakantie in Zuid-Afrika. Het Amsterdamse speelschema voorziet in een bye in de eerste ronde voor de vier sterksten, zodat toppers als Haarhuis, Siemerink en Schultz pas vandaag hun eerste wedstrijd spelen.

Tot gisteren was de tennisbaan voorbehouden aan de spelers uit de wachtkamer. Tegenover het succes van Krajicek, Haarhuis en Eltingh, die het afgelopen jaar alle drie meer dan een miljoen dollar aan prijzengeld verdienden, staan de verhalen over de verwachtingen van de subtoppers. Die hebben pas een paar treden van de ladder naar de top weten te beklimmen. Ze wachten, ze hopen op een doorbraak. Eerst de top-200, dan de top-100. Ze moeten constanter leren spelen, ze moeten sterker worden, minder blessures oplopen, hun returns verbeteren, hun volley's aanscherpen. Ze werken al net zo hard als de toppers, ze willen nog harder werken.

De twintigjarige Dennis van Scheppingen is zo'n eeuwig talent. De rossige tennisser verwierf vier jaar geleden bekendheid met een optreden in de finale van het protserige ECC-toernooi in Antwerpen als invaller voor geblesseerde Boris Becker. Van Scheppingen had het jeugdtoernooi gewonnen, zat nog op tribune en werd verzocht of hij tegen Aron Krickstein wilde spelen. Hij maakte indruk, maar een verwachte doorbraak bij de senioren is tot nu toe uitgebleven. Een waslijst aan blessures, geeft hij als eerste reden. “En ik speel alles-of-niets, met vlakke slagen zonder topspin. Het duurt langer voor je dat goed beheerst”, is een tweede reden.

“Ik ben een laatbloeier. Twintig is nog jong”, houdt hij zichzelf voor. “Haarhuis is ook pas laat doorgebroken.” Van Scheppingen speelde het afgelopen seizoen voornamelijk in de satellites: een serie toernooien van een week waarbij alleen de besten punten krijgen voor de ranglijst. Volgend jaar - de dure reis naar seizoenstart in Australië slaat hij over - wil hij proberen zich te kwalificeren voor challengers, een stapje hoger. Uiteindelijk, als hij in de buurt van de top-honderd komt, zal hij zich kunnen inschrijven voor de grand-prixtoernooien.

“De satellites heb ik, hoop ik, achter me gelaten. Dat is even door de zure appel heenbijten. Maar challengers zijn vaak al goed georganiseerd. Dan zit je vaak toch al in het beste hotel in de stad”, relativeert Van Scheppingen zijn ontberingen. “Mijn onkosten kan ik zelf betalen. De kosten voor mijn coach worden deels betaald door mijn club, Amstelpark, en deels door mijn vader.” Met de Nederlandse competitie, met overwinningen in A-toernooien, met zo'n oudejaarsbonus als op de Masters - minimaal 6.000 gulden voor het bereiken van de halve finale - slaat Van Scheppingen zich door het jaar.

Sander Groen, 27 jaar oud, is al wat langer een eeuwig talent. Hij staat op de tennisbaan alsof hij aan het wandelen is, toevallig een bal tegenkomt en merkt dat hij een racket in zijn hand heeft. Hij kan onnozele fouten maken, maar is ook in staat te toveren met zijn fragiele linker-arm.

“Ik heb drie jaar vrijwel alleen maar gedubbeld”, verklaarde Groen zijn ranking. “Maar ik begon me te ergeren aan mijn partners die, als ze in het enkelspel hadden verloren, ook het dubbel verloren. Daarom besloot ik vorig jaar weer serieuzer te gaan trainen en me op het enkelspel te concentreren. Ik ben van 550 geklommen tot ongeveer 190. Als ik dit tempo volhoud, sta ik volgend jaar nummer één.”

Groen staat wat hoger dan Van Scheppingen en kan zich makkelijker bedruipen. Maar de sportwagen waarmee hij kwam aanrijden, was geleend. “Het is een Wiessmann, van twee broers die hem zelf bouwen. Die broers sponsoren de Duitse club waarvoor ik competitie speel. Hij was bestemd voor Andrei Medvedev, maar die had al genoeg auto's. Ik mag hem af en toe een weekje lenen.”