Verkoop Belgacom kwestie van geld

ROTTERDAM, 15 DEC. Het had een voorteken moeten zijn: de Belgische overheid besloot eerder dit jaar 49,9 procent van Belgacom te verkopen in plaats van de lange tijd beoogde 25 procent. Drijfveer: geld. In de aanloop naar de Europese monetaire unie heeft de Belgische overheid er alle belang bij haar kasboek op orde te brengen, en telecom-bedrijven brengen nu - in de wedren om posities te verwerven op de geliberaliseerde Europese markt na 1997 - goud geld op. Ook al hebben ze een slechte reputatie, zoals Belgacom.

Geld bleek gisteren, toen de Belgische regering haar keuze voor de Belgacom-partner bekendmaakte, inderdaad de doorslaggevende factor te zijn geweest. Het winnende consortium, bestaande uit het Amerikaanse Ameritech (37 procent), het Deense Teledanmark (35 procent) en Singapore Telecom (28 procent), bood ruim een miljard gulden meer dan de enige andere kandidaat, het verbond van Koninklijke PTT Nederland (KPN) en Swiss Telecom. De Ameritech-groep heeft 4 miljard gulden (73,3 miljard frank) over voor het strategische belang in Belgacom.

Zowel telecom-minister Elio di Rupo als directie-voorzitter John Goossens van Belgacom beklemtoonden gisteren dat het bod van de Ameritech-groep ook “technisch superieur” was. Ameritech, aldus Di Rupo gisteren in Brussel, is thuis in alle facetten van telecommunicatie en heeft een goede naam in het ontwikkelen van nieuwe diensten. Het bedrijf geldt naar zijn zeggen als een van de meest efficiënte telecom-bedrijven ter wereld en het is een belangrijke drijvende kracht van veranderingen op de zeer concurrerende Amerikaanse markt.

Een woordvoerder van KPN-dochter PTT Telecom wil desgevraagd niet ingaan op de technische details van het Zwitsers-Nederlandse bod. Wel is PTT Telecom bereid de hoogte van beide biedingen te vergelijken: de Amerikanen, zo luidt de conclusie, zijn kennelijk bereid een hoge premie te betalen voor toegang tot de Europese markt. Wat KPN betreft is de helft van Belgacom gewoon niet meer waard dan circa 3 miljard gulden, een bedrag dat ook veelvuldig is genoemd door onafhankelijke analisten.

In de vergelijking met andere Westeuropese telecom-bedrijven haalt Belgacom geen hoge cijfers. Het bedrijf is, zo erkende Goossens onlangs, te laat begonnen om zich te preparen op een toekomst waarin nationale monopolies op last van de Europese autoriteiten moeten verdwijnen. Weliswaar worden nijver pogingen gedaan om snelheid van handelen te vergroten, de dienstverlening te verbeteren en nieuwe diensten te introduceren, maar de doelmatigheid laat te wensen over.

Belgacom heeft een loodzware bemanning: 26.000 personeelsleden, van wie veel in indirecte functies die concurrenten allang hebben uitbesteed. Gemeten naar het aantal telefoonaansluitingen scoort Belgacom laag. Met 180 lijnen per medewerker wordt er naar internationale maatstaven slecht gepresteerd. De beste concurrenten komen tot 300 lijnen. En met slechts 45 aansluitingen op elke 100 Belgen loopt België ver achter bij omringende landen, waar de penetratie 50 tot 60 procent bedraagt. Belgacoms aandeel in de internationale telecommunicatiemarkt, de sterkste groeisector, kalft bovendien af. Op eigen houtje, zo was ook de angst van Di Rupo, zal het bedrijf de concurrentieslag niet overleven.

Schattingen van het surplus aan Belgacom-personeel variëren van vijf- tot zesduizend man. Gegeven de onvermijdelijkheid van reorganisaties, zo was de stille hoop van PTT Telecom, zou de Belgische voorkeur voor een strategische partner kunnen uitgaan naar het KPN-consortium. De Nederlandse PTT heeft er immers blijk van gegeven een log staatsbedrijf soepel te kunnen veranderen in een afgeslankt, marktgericht bedrijf. In Tsjechië, waar KPN met Swiss Telecom eerder dit jaar een strategisch belang verwierf in het kwakkelende staatstelefoniebedrijf SPT, bleek dit argument ook waardevol.

De treurnis bij PTT Telecom, nadat bekend werd dat het de boot had gemist in België, maakte snel plaats voor berusting toen de hoogte van het Ameritech-bod bekend werd. “Vier miljard gulden hadden we nooit betaald. Je moet het ook kunnen verantwoorden aan je achterban. Een belang in Belgacom is interessant - je krijgt maar een keer de kans het huis van je buurman te kopen - maar niet tot elke prijs.”

Beleggers leken die instelling te waarderen. Op het Belgacom-nieuws reageerde de koers van het aandeel KPN gisteren met een lichte stijging, maar binnen KPN wordt die beleggerswijsheid genegeerd. Het aandeel Teledanmark steeg ook, constateerde men in Den Haag.

Voor PTT Telecom betekent het einde van het Belgacom-avontuur dat het bedrijf zich nu gaat concentreren op uitbreiding van marktaandeel in België, op eigen initiatief of via het Europese consortium Unisource waarin het voor 25 procent deelneemt. De plannenmakers zullen ook hun pijlen richten op Ierland, waar naar verwachting komend jaar ook de Ierse telefoononderneming een buitenlandse partner zal kiezen.

Buitenlandse expansie blijft namelijk voor PTT Telecom een van de belangrijke doelstellingen in de komende jaren. Met het gefaseerde verlies van monopolieposities op de diverse telecom-markten - als laatste zal de belangrijke binnenlandse markt voor spraaktelefonie uiterlijk op 1 januari 1998 opengaan - weet het bedrijf zich ervan verzekerd dat het binnen Nederland alleen maar marktaandeel kan kwijtraken. Compensatie daarvoor moet elders worden gevonden.

Naast het belang in Tsjechië verwierf KPN dit jaar ook een aandeel in CNI, een consortium dat in Duitsland de strijd aanbindt met gigant Deutsche Telekom. Daarnaast neemt het Nederlandse telecombedrijf deel in joint ventures in uiteenlopende landen als Indonesië, Oekraïne, Hongarije en Slowakije.

Voorlopig zal PTT Telecom nog flink moeten blijven investeren om de gewenste internationale positie te veroveren. De kaspositie van KPN, waar het groepsvermogen meer dan de helft van het totale vermogen omvat, is geen probleem, aldus directeur Ben Verwaayen. Veeleer is de vraag wanneer de investeringen hun geld opbrengen. Bij Belgacom bleek die grens in ieder geval te ver te liggen.