Tweehonderd Elia's; Triviale en hooggestemde roman van Philip Markus

Philip Markus: Het verlossende woord. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 276 blz. Prijs ƒ 39,90.

In de twee boeken die Philip Markus tot dusver schreef legt hij een brede maatschappelijke belangstelling aan de dag. Maar ik weet niet of je hem een geëngageerd schrijver kunt noemen. De toon die hij hanteert is afstandelijk, bij het onverschillige af soms. Geëngageerd is misschien net een te groot woord voor iemand die zo losjes met de meest uiteenlopende feiten omspringt, of ze nu van spirituele of wereldse aard zijn, van vroeger of van nu. Hij houdt zich bezig met godsdienst, voetbal en de wereldorde, hij behandelt filosofen, geschiedschrijvers en bijbelexegeten, en ook heeft hij oog voor straattaferelen en stadsarchitectuur.

Het aantrekkelijke van zijn proza ligt in de schijnbare ordeloosheid ervan, in de bokkesprongen door ruimte en tijd die hij zich toestaat en in de vermenging van triviaal en hooggestemd, ernst en ironie. Een van de grappigste passages uit zijn debuutroman, De weg naar Oude God (1991), was wel die over het systeem van Ajax en de kabbalistiek. En meer in het bijzonder die over 'Iochan Kroiph', zoals de Hebreeuwse naam van Johan Cruijff zou luiden. 'De letterwaarde van deze naam volgens de Kabbala is 358,' schrijft Markus. 'Het woord 'Messias' heeft dezelfde letterwaarde.'

De Messias speelt ook een belangrijke rol in het tweede boek van Markus, Het verlossende woord, zij het niet in de gedaante van een voetbaltrainer. Een ware stoet van gelovigen komt hier opdraven, de ene nog zonderlinger dan de andere, die in woord of in geschrifte getuigenis afleggen. Ieder van hen is ervan overtuigd dat het einde der tijden nabij is en dat Zijn wederkomst aanstaande is. In duistere bewoordingen voorspellen ze vloedgolven en andere verschrikkingen, waaraan alleen de 'rechtvaardigen' zullen ontkomen.

De ik-figuur in dit boek, Philip Markus genaamd, vervult de rol van een soort reporter die zich in godsdienst heeft gespecialiseerd. Gegrepen door zijn onderwerp, reist hij van hot naar haar om erachter te komen wat al deze onheilsprofeten drijft. “Ik vernam van Meldine, de Zoutkamper profetes en sprak met de heer van Netten uit Amersfoort, die me een lijst toonde van tweehonderd personen die meenden de Elia van de eindtijd te zijn.” Met een droogkomische ondertoon, maar zonder geheven vinger, doet hij verslag van zijn bevindingen. Eén keer valt hij uit zijn rol van waarnemer en waagt hij zich zelf aan een akelig toekomstvisioen. Dan zitten we ineens in het vijfde ambtsjaar van burgemeester Patijn, die, na de vondst van een eeuwenoud, profetisch document, de noodtoestand uitroept en heel Amsterdam met de grond gelijk laat maken.

De gelovigen die in Het verlossende woord aan bod komen, zijn nederig en megalomaan tegelijk. Ze zijn dienstbaar aan 'de Baas', maar menen ook uitverkoren te zijn om toe te treden tot een glanzende, nieuwe wereldorde, waarin uiteraard voor de niet-uitverkorenen geen plaats is. Waartoe dat kan leiden, laat de levensbeschrijving zien van zekere Rudolf Glauer, die met zijn nationalistische en antisemitische ideeëngoed bijdroeg aan de opkomst van het nationaal-socialisme in het Duitsland van de jaren twintig.

Philip Markus bedrijft een vorm van oral history. Hij boekstaaft een veelheid aan spirituele ervaringen, ongehinderd door zoiets als een doel- of vraagstelling vooraf, of door de noodzaak van een analyse achteraf. Ongehinderd ook door het keurslijf van een vormvaste roman, want het boek zweeft comfortabel tussen journalistiek en literatuur in. Naar zijn diepere bedoelingen met Het verlossende woord valt alleen maar te gissen. Je zou er een relativering in kunnen zien van begrippen als 'de' geschiedenis en 'de' tijd, die misschien wel veel beweeglijker zijn dan we denken. Markus spot in elk geval met ons tijdsbesef door zijn alter ego soepel van het jaar 2000 naar 1925 te laten reizen en van 1925 weer terug naar 1992.

Een standpunt neemt 'broeder Markus', zoals hij door een van de profeten wordt genoemd, niet in. Hij laat zich niet kennen als gelovige en ook niet als agnost, maar als een schrijver, die stof ziet in al die gedachten over God, de wereld en de mensheid. Hij is de toeschouwer die het allemaal geamuseerd aanziet, en het, met wat spaarzaam commentaar hier en daar, aan ons doorgeeft. Maar hij doet zich bescheidener voor dan hij is. Want hij is degene die al die verschillende stemmen bij elkaar brengt en daarmee ordent, hoe ordeloos zijn verzameling op het eerste gezicht ook mag ogen.

Het verlossende woord wordt in elk geval niet gesproken. Wat Markus duidelijk lijkt te willen maken, is dat elke tijd en elke mens om zijn verlossing smeekt, maar dat daar geen enkel uitzicht op geboden kan worden. Het lijkt me tenminste niet toevallig, dat dit praatgrage boek uitloopt in 'een gepast stilzwijgen', zoals de laatste drie woorden luiden.