Sterk en strijdend aan de afwas; Carel van Hees portretteert aids-patienten

Fotograaf Carel van Hees bezocht vijf jaar lang regelmatig zes mensen met aids. Het ging hem er niet om in een fotoboek de aftakeling vast te leggen. Zijn foto's zijn gewoontjes, maar ook eerlijk en gedegen.

Carel van Hees: Weerstand, leven met Aids. Uitg. Stichting Aids Fonds. Prijs ƒ 39,50 (geb. ƒ 69,50).

De foto die Carel van Hees maakte van het meervoudig gehandicapte èn seropositieve jongetje Emiel in de kussens achterop de paardenkar mag er zijn. Evenals zijn portret van Rob van Rheen luisterend naar een recital in Huize IJsselvliedt, en die foto van Bert Pas die in zijn laatste levensdagen wordt geholpen door zijn vriend bij het maken van een schilderij.

Stuk voor stuk zijn het foto's die je 'mooi' zou kunnen noemen. Maar ze vormen een uitzondering in Van Hees' boek Weerstand, leven met aids. Geen wonder: Van Hees is geen fotokunstenaar, maar fotojournalist. Hij is iemand voor wie de camera een stuk gereedschap is om zijn verslagen te maken. En voor zo'n fotograaf zijn mooie foto's letterlijk 'mooi meegenomen', maar doel op zichzelf is het maken ervan niet.

Van Hees maakte de afgelopen jaren naam met zijn series over het leven van de Rotterdamse saxofonist en straatzanger Piet le Blanc en over bokser Regilio Tuur. In Weerstand geeft hij een beeld van wat hij de ziekte van zijn generatie noemt: aids. Zijn boek bevat zes portretten van het dagelijks leven van mensen die door uiteenlopende oorzaken (een hemofilie-patiënt die werd besmet bij een transfusie, een homoseksueel, een heteroseksuele vrouw) besmet zijn geraakt met het hiv-virus. Onder hen zijn zowel seropositieven als mensen bij wie de ziekte niet langer latent is, maar in volle hevigheid woedt.

Van Hees' uitgangspunt bij het maken van zijn foto's was zijn hoofdpersonen niet als meelijwekkende slachtoffers af te beelden maar als mensen die sterk en strijdend in het leven staan. Niet de aftakeling en het sterven staan centraal, maar de wijze waarop ze inhoud geven aan hun leven. Al was het einde in menig geval onvermijdelijk: van de zes hoofdpersonen waren bij verschijnen van het boek inmiddels vier overleden.

De nadruk op het dagelijks leven verklaart veel van het hoge cliché-gehalte van een groot deel van de foto's in Weerstand: huiskamers waarin koffie wordt gedronken, moeders op een kinderdagverblijf, ouders op ziekenbezoek, uitjes naar de dierentuin of het museum, het manoeuvreren met een rolstoel op de markt. Het zijn foto's waaraan je op het eerste gezicht maar zelden afleest wat er werkelijk aan de hand is.

Betrokkenheid

Anders wordt het uiteraard als de ziekte haar tol begint te eisen: nachtkastjes die lijken op de etalage van een apotheker, de bezoeken aan het ziekenhuis, het vasthouden van handen. Maar ook dan overstijgen de foto's zelden wat je je op voorhand voorstelt bij een dergelijke opsomming.

Die voorspelbaarheid doet echter geen enkele afbreuk aan de essentie van Weerstand. Integendeel zelfs. Het is juist aan de alledaagsheid en de intimiteit van de foto's dat je kunt afzien dat Van Hees met zijn hoofdpersonen een intense relatie opbouwde. En zoiets is een extra handicap. Want het is een misverstand te denken dat naarmate je iemand beter kent het gemakkelijker is die persoon te fotograferen. In de inleiding van het boek staat te lezen dat Van Hees in de vijf jaar die hij deed over het maken van zijn series even vaak langs kwam om te praten, boodschappen te brengen, te koken en de afwas te doen als om te fotograferen. Dat tekent zijn betrokkenheid en integriteit.

Naarmate je bewondering groeit voor de hoofdpersonen uit Weerstand (zoals Jurjen van den Berg die de confrontatie met alle vooroordelen over zijn ziekte aangaat, en dankzij die moedige daad zo lang het nog gaat als onderwijzer voor de klas kan staan; of Marilou de Poorter en haar gehandicapte zoontje Emiel die, beide seropositief, nog zoveel mogelijk van de wereld willen zien) groeit ook de bewondering voor de fotograaf Van Hees die al die wilskracht vastlegde - gewoontjes maar eerlijk en gedegen.

Hij heeft zijn hoofdpersonen in leven willen houden door ze te fotograferen, schrijft Vrij Nederland-redacteur Mischa Cohen in zijn voorwoord. (Cohen droeg tevens zorg voor de teksten bij de foto's, geschreven op basis van interviews van Marike Vierstra). En dat is hem voor zover het in zijn macht lag, gelukt.