Stenen naar zwarte zondebokken

Wolfgang Koeppen: Duiven in het gras. Vert. Wim Platvoet. Uitg. Thoth, 223 blz. ƒ 36,90.

Moedeloos, verzuurd en verbitterd strompelen ze door het leven, de vroeg oud geworden mannen en vrouwen in Wolfgang Koeppens roman Duiven in het gras. Met behulp van drank, drugs en andere roesopwekkende middelen trachten zij de walging te bevechten, maar zelfs de orgiastische feestjes bij een van hen brengen niet de gewenste verlichting. De oorlog heeft hen allen beschadigd en nu, in het door de Amerikanen bezette München, zijn ze op de vlucht voor het verleden, het heden en de duistere toekomst. De leraar die aan benzedrinen verslaafd is geraakt omdat hij geen soldaat wilde worden, de schrijver die uit vertwijfeling geen woord meer op papier kan zetten, de psychiater die uit masochisme bij zichzelf steeds bloed laat aftappen: het zijn geen gezellige types.

Geen wonder dat Tauben im Gras in 1951 in Duitsland nogal slecht ontvangen werd. Men sprak er schande van dat de Münchense auteur zijn stadgenoten zo extreem onflatteus portretteerde, en door Koeppens nietsontziende 'nihilisme' voelde men zich gekwetst en aangevallen. De roman van de inmiddels 89 jaar oude Wolfgang Koeppen is inderdaad niet geheel vrij van agressie: de schrijver klaagt de maatschappij aan en is er duidelijk op uit de lezer een schuldgevoel te bezorgen. Retoriek en pathetische jankerigheid gaat hij daarbij niet uit de weg. Het resultaat is even drammerig als indrukwekkend: elke zin schreeuwt je toe dat hier een gedrevene aan het woord is - die zich juist uit idealisme zo opwindt.

Eén man in Duiven in het gras heeft de hoop op een betere wereld nog niet opgegeven, en het zal vaderlandslievende Duitsers wel gestoord hebben dat uitgerekend deze man, de enige positieve figuur in het boek, géén Duitser is. Washington Price is een zwarte Amerikaan met een droom. Van een gezellige bar in Parijs die hij samen met zijn Duitse geliefde Carla zal runnen, droomt hij, en op de deur zal in een krans van altijd brandende gloeilampen geschreven staan: Niemand is ongewenst. Ondertussen probeert Carla het kind dat ze van Washington Price verwacht wel te laten aborteren, want haar hoofd zit vol met nationaal-socialistische onzin. 'Nooit', zo laat Koeppen Carla denken, 'was zoiets voorgekomen in haar familie, het Ariërbewijs was waterdicht geweest, en nu deze schande!'

Drie jaar na Hitler haten de Duitsers de joden en zwarten nog steeds, stelt Koeppen gealarmeerd vast. De Amerikaanse bezetters zijn dan wel de overwinnaars bij wie wat te halen valt, maar negers blijven negers, zo redeneren de Duitsers in deze roman. En er hoeft maar dìt te gebeuren of de vlam slaat in de pan. In een van de laatste scènes gooien gefrustreerde Münchense burgers stenen naar hun zwarte zondebokken; er vallen slachtoffers; de dag die Koeppen beschrijft, aan de hand van tientallen personages, innerlijke monologen en gedachtenflitsen, eindigt in een tragedie.

    • Anneriek de Jong