Shell wil in Nigeria niet 'achter geweren werken'

ROTTERDAM, 15 DEC. Shell heeft gisteren ontkend het Nigeriaanse leger te hebben betaald om voertuigen en troepen in te zetten in Ogoniland om zo de oliewinning door het bedrijf in het gebied te beschermen. De broer van de geëxecuteerde Ogoni-activist Ken Saro Wiwa, Owens Wiwa, uitte deze beschuldigingen deze week tijdens een bezoek aan Nederland. Volgens de directeur algemene zaken van Shell Nederland, De Beer, heeft Shell juist bescherming door de Nigeriaanse regering geweigerd. “Wij willen niet werken achter geweren”, aldus De Beer.

Owens Wiwa is een prominent lid van de Beweging voor de Bescherming van het Ogoni Volk (MOSOP). Zijn organisatie eist financiële compensatie voor de schade aan het milieu die Shell zou hebben aangericht in het woongebied van de Ogoni's. Wiwa vluchtte onlangs uit angst voor zijn leven naar het Verenigd Koninkrijk.

De oliemaatschappij zegt niet verantwoordelijk te zijn voor alle milieuschade in de regio. “Wij waren slechts actief in 0,7 procent van het gebied van de Ogoni's”, aldus een directielid van Shell Nigeria, Achebe. De maatschappij acht zich ook niet schuldig aan het geweld in Ogoniland, dat sinds 1993 aan ten minste tweeduizend Ogoni's het leven heeft gekost.

Volgens Wiwa stelt Shell alles in het werk om de produktie in Ogoniland zo snel mogelijk te hervatten. Het bedrijf zou onder andere de Nigeriaanse autoriteiten hebben gevraagd de rust in het gebied te herstellen. De beschuldigingen van Wiwa aan het adres van Shell ziet Achebe als een “emotionele reactie” nu Wiwa “zijn lichtend voorbeeld” heeft verloren.

Shell beëindigde zijn activiteiten in Ogoniland naar eigen zeggen in 1993, nadat leden van het Ogoni-volk, uit protest tegen milieuvervuiling en om hun eisen om schadevergoedingen kracht bij te zetten, de voortzetting van de oliewinning onmogelijk hadden gemaakt. Volgens De Beer was de olieproduktie in Ogoniland slechts een klein deel van de totale produktie in Nigeria.