Open borders

Roemeense kunst op vier plaatsen in Oost-Nederland.

De Bergkerk: Ion Bitzan, Darie Dup, Mircea Roman, Tiron Napoleon. Bergkerkplein 1, Deventer. Tot 8 januari. Di t/m vrij 11-17 uur, za en zo 13-17 uur. Prijzen op aanvraag.

De Gele Rijder, Korenmarkt 43, Arnhem. Tot 31 december. Wo t/m zo 12-18 uur. Prijzen: Batranu: ƒ 3.250,-. Sarbulescu: ƒ 1.650,-. Marcu: ƒ 1.500,- tot ƒ 20.000,-.

Roemeense kunst is verder te zien in de Archipel, Vosselmanstraat 402, Apeldoorn. Tot 8 januari. Do t/m zo 13-17 uur.

Dan Perjovschi exposeert kunstenaarsboeken bij de Hollandse Spoorweg, Kannenmarkt 6, Nijmegen. Tot 31 december. Do t/m zo 13-17 uur.

In het koor van de gotische kerk, tussen hoogoprijzende zuilen, staan twee wankele reuzen. Hun armen hangen hulpeloos langs het lichaam. Ze zijn verlegen met zichzelf en met hun onbehoorlijk grote lichamen. De welvingen van de borstkas en van dijen en kuiten suggereren spierkracht, maar toch zijn de reuzen fragiel. Je kunt dwars door ze heen kijken. Ze zijn opgebouwd uit honderden stukjes hout die met touwtjes aan elkaar werden verbonden, zodat transparante bouwsels ontstonden. De drie meter hoge figuren staan daar heel mooi, ze herinneren aan oermensen, de Titanen; of aan de schepping van Adam en Eva. Boven hen in het koepelgewelf zweeft beschermend de Drievuldigheid, restant van een vijftiende-eeuwse schildering.

De werkwijze van de Roemeense beeldhouwer Napoleon Tiron (1935), is even origneel als doelmatig. De schaarste aan materiaal waar alle beeldend kunstenaars in Roemenië mee te kampen hebben - ze zijn al blij als ze in hun rudimentaire levensbehoeften kunnen voorzien - is bij Tiron een middel tot expressie geworden. Tegelijkertijd sluit hij met zijn houten beelden aan bij de oude Roemeense traditie van houtsnijwerk. Zijn werk is doordrenkt van een gevoel van machteloosheid; het is monumentaal van vorm, verwijst daarmee zijdelings naar de brallerige Oosteuropese sociaalrealistische beeldhouwkunst, maar zijn beelden belichamen het tegenovergestelde daarvan. Ze zijn een toonbeeld van antiheroïek.

Tiron is een van de vier Roemeense beeldhouwers die hun werk exposeren in de Bergkerk in Deventer. De tentoonstelling is onderdeel van het uitwisselings-project Open Borders/Local Times, waarbij vier kunstinstellingen in het oosten van het land recent werk tonen van in Boekarest wonende kunstenaars. In het voorjaar van 1996 zal een aantal Nederlandse kunstenaars exposeren in de Roemeense hoofdstad. De tentoonstelling in de Bergkerk heeft als thema het 'Mensbeeld'.

Opmerkelijk zijn ook de beelden van Targu Lapus (1958). Hij vervaardigt ze uit schrootjes en ander afvalhout, en karton. Hij weet met deze stugge materialen een bewonderenswaardig modellé, een gevoel van vlees en bloed, te verkrijgen. Het 'Portret van de kunstenaar als 30-jarige' is een figuur met een voorovergebogen bovenlijf dat uitmondt in een grote lege doos, een soort holle videomonitor. Deze monitor richt hij als een slurf gulzig om zich heen in een poging om alles wat hij ziet in zich op te nemen. Het beeld Auriga, van zwart geasfalteerd karton verwijst naar een beroemd beeld uit de klassieke oudheid, de Wagenmenner van Delfi (circa 470 v. Chr.). De proporties zijn veranderd, de tors is bijvoorbeeld vergroot, maar de plooival is die van het klassieke voorbeeld. Lapus zoekt naar aansluiting bij de Westeuropese kunsthistorische traditie. Dit is niet de traditie van Roemenië, dat tot in de negentiende eeuw georiënteerd was op de abstracte Byzantijnse kunst.

De beelden in de Bergkerk, ook die van Darie Dup (1959) en Ion Bitzan (1924), hebben een gevoel van menselijke onmacht met elkaar gemeen. Het is werk vol van melancholie, iedere spielerei is er vreemd aan. Deze ernst, of zwaarte, maakt dat ze ouderwets aandoen. Maar dat doet niets af aan hun zeggingskracht. Integendeel, het is een ontroerende expositie. Deze beelden komen bovendien in de laatmiddeleeuwse kerk goed tot hun recht.

De Gele rijder

Een 'neo-traditionalist' wordt Ioana Batranu in Roemenië genoemd, en zij wijst deze benaming niet af. Batranu schildert oude begraafplaatsen die half overwoekerd zijn door rijkbloeiende, roze rozen. Zij schept daarmee een sfeer die vergelijkbaar is met sommige laat-negentiende-eeuwse, symbolistische schilderkunst, vol van languisante schoonheid en doodsverlangen. Alleen, Batranu slaagt er niet in helderheid in haar werk te brengen. Ook al is zij uit op diffuusheid, op een dromerige evocatie van vormen - omgevallen grafstenen, afbrokkelende muurtjes, schaduwen op bemoste paadjes - in plaats van op vormen die duidelijk en scherp omlijnd zijn, dan is toch nog een zekere transparantie in het schilderij een vereiste. Die transparantie ontbreekt; het grijs, de kleur die in deze schilderijen overheerst, is modderig en dik, het komt niet tot leven. Batranu probeert een afmosferisch beeld op te roepen, maar zij blijft steken in een geworstel met de verf.

Op dezelfde expositie zijn nog meer rozenschilderijen te zien, van de hand van Mihai Sarbulescu. Wat is hiervan de bedoeling: willen de tentoonstellingsmakers een rozen-trend in de Roemeense schilderkunst signaleren? Een ongelukkige combinatie, temeer daar ook deze schilderijen niet bijzonder geslaagd zijn. Met centimeters dikke klodders verf bereikt Sarbulescu snelle resultaten. Hij schildert zijn roze, rode en paarse bloemen op bruin grof jute. Soms een enkele roos met veel ruimte er omheen; dan weer vallen de rozen als een cascade naar beneden. Het effect is steeds hetzelfde en doet denken aan benauwde borduurwerkjes in handwerkwinkels.

Georghe Marcu maakt plastieken van uiteenlopende materialen als klei, gips, hout, steen en metaal. Er duiken herkenbare motieven in op: een constructie van gips bijvoorbeeld blijkt bij nader inzien een groot Chinees telraam te zijn, een groep huisjes balanceert op de steel van een grote bijl die een bak door klieft. Maar deze motieven en materialen willen maar geen samenhangende beelden worden.

Jammer; zo waardig en afgewogen als de tentoonstelling in de Bergkerk is, zo ondoordacht en slordig is de presentatie van jonge roemeense kunst in de Gele Rijder.