Na elke bocht kwam weer een nieuwe bocht

De Blinde Kaart, zondag, Ned.3, 20.36-0.07u.

Ruim zestig jaar geleden werd in de Ridderzaal in Den Haag door de toenmalige minister-president, dr. H. Colijn de driehonderdvijftigste geboortedag van Jan Pieterszoon Coen herdacht. Coen, de grondlegger van Nederlands koloniale imperium in de Oost, werd in die tijd nog gezien als een van onze grootste helden. Daarom werd de vader van de Verenigde Oost-Indische Compagnie zo veel eeuwen later nog uit volle borst het Wilhelmus toegezongen.

De beelden van deze Coen-herdenking vormen de opmaat van de drieënhalf uur durende VPRO-televisiefilm, De Blinde Kaart van Hans Keller en H.J.A. Hofland over Nederland en Indonesië in de jaren 1945-1962 die zondagavond op Nederland 3 wordt uitgezonden. De werkwijze van Hofland en Keller die in 1976 in samenwerking met Hans Verhagen het spektakelstuk Vastberaden, maar soepel en met mate (Herinneringen aan Nederland 1938-1948) op het scherm brachten, was al eerder een succes. Dus deden zij het nog eens en maakten ze opnieuw zo'n urenlange aaneenschakeling van filmbeelden, in stukken gesneden vraaggesprekken en toepasselijke muziek. Daar blijkt dan uit hoe deerniswekkend de Nederlandse politiek altijd was zodra zij haar eigen grenzen te buiten ging. Het was “alles te belachelijk voor woorden, maar toch gebeurde het', aldus Hofland gisteren in een toelichting op de film.

Voor wie niet met de blinde kaart van de lagere school is opgevoed om bij stokaanwijzen alle Nederlands-Indische eilanden van groot tot klein te kunnen opdreunen, doet de film een flinke aanslag op de kennis van historische en geografische feiten. Voor iemand als Hofland die in 1948 zelf voor zijn 'nummer' naar Indië werd gestuurd en filmoperateur op troepenschepen was, behoren zulke feiten tot de “natuurlijke wetenschap” van zijn generatie. Maar wie jonger dan hij, weet wat de Renville-overeenkomst was, wat het Linggadjati-akkoord inhield of uit wie de commissie-generaal van oud-minister president Schermerhorn bestond?

Voor wie deze namen toch een begin van herinnering oproepen, wordt het zondag een avond smullen want zo mooi en zo groot als Indië was en zoals achter elke berg weer een berg kwam en achter iedere bocht in de weg opnieuw een bocht, zo is het ook met de geschiedenis omdat na elke vergissing opnieuw een misverstand kwam en daarop dan weer en zo mogelijk nog groter blijk van Nederlandse eigengereidheid en halsstarrigheid volgde. Zelden een televisiefilm gezien met zoveel vlag-incidenten en met zo'n hoog Wilhelmus-gehalte. En hoe ontroerend was het niet toen in 1949 in het Kurhaus in Scheveningen door de Indonesische delegatie voor het eerst het Indonesische volkslied werd gezongen. Het programma schetst in het kort de verhoudingen in Nederland en in Nederlandsch-Indië tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw. Er waren, volgens Keller en Hofland, zo veel tekens en aanwijzingen wat er op den duur stond te gebeuren dat het een raadsel is dat men die in Nederland niet heeft kunnen zien. Totdat het grote koloniale conflict in 1945 losbarstte en zich tot verbijstering van de wereld, tot 1962 bleef voortslepen.

Onder de geïnterviewden zijn de Indonesische generaal Nasution, de onderhandelaar Boediardjo, de Indonesische oud-journalist Ronodipuro en van Nederlandse kant de scherpzinnige onderhandelaar P. Sanders, dr. Wisse Dekker, mevrouw Spoor-Dijkema, de Beel-biograaf dr. Giebels en de huidige staatssecretaris Nuis die in 1962 dienst deed bij de verdediging van Westelijk Nieuw-Guinea als ook de Amerikaanse diplomaat Brandon Grove.

Hoe het historisch allemaal gegaan is, daarover kan zelfs zo'n lange film maar heel weinig informatie geven. Weliswaar wordt er van alles duidelijker door gemaakt zoals de “façade van onwrikbare ambtelijkheid” waarachter de koloniale geschiedenis in Den Haag werd afgewikkeld. Maar toch moet zo'n film noodzakelijkerwijs wel eenzijdig en fragmentarisch blijven omdat er in die vijftien jaar gewoonweg te veel is gebeurd en aan de nationale ziel heeft geknaagd.