Mensen eten alleen domme dieren; De bijzondere biggen van Dick King-Smith

De Engelsman Dick King-Smith is wreder dan de meeste andere kinderboekenschrijvers. De varkens in zijn verhalen weten dat ze leven om gegeten te worden. Een van zijn boeken is nu verfilmd. “De kijker huilt en lacht omdat hij beseft dat hij zich door een boer, een big en een lied net zo kan laten ontroeren als door Ingrid Bergman en Humphrey Bogart in Casablanca.”

Babe (regie Chris Noonan) is vanaf 21 dec. in een Nederlandstalige en in een Engelstalige versie te zien. Dick King-Smith: The Sheep-Pig. Uitg. Puffin, 118 blz. Prijs ƒ 10,75. Dick King-Smith: Een buitengewone big. Vert. Els van Delden. Uitg. Elzenga, 100 blz. Prijs ƒ 24,90.

Iedereen weet dat varkens intelligent zijn, maar zo intelligent als Kleintje en zijn achterkleinzoon Schoppenaas zijn ze maar zelden. Kleintje kan schapen hoeden, Schoppenaas kan Engels verstaan. Er zit een duidelijke stijgende lijn in de prestaties van deze varkensfamilie. Waar Kleintje het uiteindelijk tot hond schopt, weet Aas bijna mens te worden. Kleintje ligt op een kleedje voor de open haard, Aas zit in een leunstoel en kijkt naar Tom & Jerry.

Kleintje en Aas zijn hoofdpersonen uit de kinderboeken van de Engelse schrijver Dick King-Smith, die vaak over varkens gaan, maar niet altijd. Hij schrijft ook over honden en katten, muizen en kippen, dodo's en draken, ja zelfs een tor heeft het bij hem wel eens tot hoofdpersoon gebracht. Maar varkens lijken King-Smith meer te inspireren dan andere dieren. Zijn varkensboeken zijn het vaakst bekroond en het meest vertaald. Van de tachtig verhalen die King-Smith tot nu toe schreef, zijn er nu zes in het Nederlands verschenen. Daarvan gaan er 2,5 over varkens, een (de halve) over een vekelstarken, een over Kleintje (Een buitengewone big) en een over Krieltje, een scharminkelig varken dat leert zwemmen, ook al wil hij liever leren vliegen (Hondepootjes).

De belangrijkste reden waarom King-Smith voor altijd als varkensschrijver te boek zal staan, is dat zijn verhaal over Kleintje, ook het favoriete verhaal van hemzelf, verfilmd is, en niet als tekenfilm, maar als heuse speelfilm. In Babe spelen echte dieren die met behulp van marionetten en computertechnieken echt kunnen praten. Het zal ook weer niet toevallig zijn dat juist dit verhaal over een varken uit het oeuvre van King-Smith voor verfilming werd uitverkoren.

Het varken is een droevig dier. Net als bij lam en schaap is de overgang van jong naar volwassen een vloek; misschien niet voor de dieren zelf, maar wel voor de mensen die symbolen en spreekwoorden van hen maken. Van dartel lam worden ze onnozel schaap, van schattig biggetje vies vet varken. Schapen en varkens kunnen wegens de lammetjes en biggen die ze ooit waren altijd op mijn medelijden rekenen. Hoe kan een en hetzelfde dier in twee zo verschillende categorieën worden ondergebracht? Misschien is het nog terechter om medelijden te hebben met de lammeren en de biggen. Zij weten nog niet wat hen te wachten staat.

Eenmaal volwassen heeft het schaap één voordeel op het varken. Zoals Johan Andreas Dèr Mouw schreef heeft Gods wijze liefde het heelal geschapen, 'vol lente, net als de appelbomen bloeien', en heeft in dat heelal alles zijn vaste plaats. En om wol schiep God de schapen en om spek en ham het varken. Natuurlijk, schaap en koe, geit en kip kan men eten, maar zij zijn levend eveneens van nut. Maar het varken is het enige boerderijdier dat alleen leeft om te eten en sterft om gegeten te worden. Misschien is dat ook de reden dat veel mensen die zich niet aan een religieus gebod hoeven te houden liever koe of schaap eten dan varken. Een varken is niet onrein, niet onreiner tenminste dan elk ander dier. Maar de betekenis van het dier, zijn reden van bestaan, is te duidelijk, het ligt er te dik bovenop. Als je het ziet, moet je onwillekeurig denken: Jij bestaat alleen maar opdat ik jou kan opeten. Als eten seks was, dan was kijken naar een varken hetzelfde als lopen over de Wallen.

Hiërarchie

Dick King-Smith is in dit opzicht minder kinderachtig dan de meeste kinderboekenschrijvers; de dood die elk dier boven het hoofd hangt, speelt bijna altijd een rol in zijn verhalen. De dieren die de boerderij bevolken, kennen daarbij hun plaats. 'Mensen eten alleen domme dieren,' zegt de herdershond Vlieg in Een buitengewone big tegen haar pups. 'Ze eten geen knappe dieren zoals honden.' 'Er zijn dieren die mensen houden wegens het plezier van hun gezelschap', zegt de huisgeit Nanny in Ace. 'En er zijn dieren die mensen houden om ze op te eten.' In deze hiërarchie nemen varkens de laagste plaats in. En daar is niets aan te veranderen, zeggen de koeien en de schapen. It's the way things are, zo is het leven, en zeg niet dat het niet zo is, want het is wel zo, zoals een met Krieltje bevriende otter het uitdrukt. Gelukkig nemen de varkens van Dick King-Smith daar geen genoegen mee. Door zich slim, beleefd en avontuurlijk te gedragen ontsnappen ze aan hun lot, maar daardoor niet alleen, het zijn buitengewone biggen omdat ze bij toeval extreem intelligent geboren zijn. Gewone varkens overkomt zoiets niet, dat weet King-Smith ook wel, en hij laat ook hen tevreden zijn met the way things are. De moeder van Aas is bijvoorbeeld helemaal niet blij dat haar zoon niet samen met zijn broertjes en zusjes naar de markt is gegaan. Bij dit soort gewone varkens hebben de biggen van King-Smith niets te zoeken. En ze stijgen een tree op de ladder, ze zoeken contact met huisdieren (hond en kat), met vrije dieren (otter en eend) en met de mens, het dier dat door niemand gegeten wordt.

In de film Babe vertelt een blauwe pers, ingeleid door een stel met Schadenfreude piepende muizen, de gruwelijke waarheid aan Babe, zoals Kleintje in het Engels heet. Het leidt tot de mooiste scène uit de film, een hartverscheurende ode aan the way things are en het weinige dat daartegen gedaan kan worden. Aan het praten van de dieren ben je dan allang gewend; dat is na een paar seconden net zo gewoon als in boeken en tekenfilms.

Babe, die het al tot schapenhoeder en mensenvriend heeft gebracht, mag van boer Hoggett voortaan op het kleedje voor de haard slapen. Dat is niet naar de zin van de kat, als in zoveel dierenboeken en -films ook ditmaal de slechterik. 'Mensen eten varkens,' zegt de kat als de boer de kamer uit is. 'Wist je dat niet?' Babe wist het niet, echt niet, de herdershond die hem heeft opgevoed, heeft de waarheid voor hem verborgen gehouden en met de boer kan Babe niet praten, verder ook bijna niemand trouwens, want boer Hoggett (in het Nederlands Texelaar) is een man van weinig woorden. Al snel beseft Babe dat de blauwe pers de waarheid spreekt. Waar zouden zijn vader en moeder, broertjes en zusjes anders gebleven zijn? Er is alleen een ding dat hij niet kan geloven. Met zijn hese stemmetje vraagt het varken: 'Zelfs de baas?' 'Ja,' zegt de kat. 'Zelfs de baas.'

Het varken vlucht het bos in, en wordt door de baas en de honden verstijfd van kou teruggevonden. De dierenarts wordt erbij gehaald en die vertelt dat Babe is uitgedroogd en sterft als hij niet snel vocht tot zich neemt. Maar Babe weigert te drinken. Dan komt het, nee toch nog niet. Hoggett legt Babe op de bank en geeft hem de fles. Maar nog steeds wil het varken niet drinken. de boer legt een kleedje over hem heen en probeert het opnieuw. Maar nog steeds wil Babe nog steeds niet drinken. Wat nu? Pleegt het varken zelfmoord?

Dan komt het, de mooiste scène van de film. Hoggett kijkt naar zijn varken, schraapt zijn keel en zet, niet begeleid door onzichtbare violen, een lied in. 'If I had words to make a day for you,' zingt hij. Nooit een mooi lied gevonden, maar nu het a capella voor een varken wordt gezongen, word het dat wel. I gave you a morning tata and new. Tata, omdat wie het lied niet goed kent de woorden die de boer zingt niet meteen allemaal kan verstaan, maar dat geeft niet. Wat wel verstaan wordt, zegt genoeg. 'I would make this day last for all time.' For all time; het varken, dit varken, hoeft niet dood en de boer evenmin, samen kunnen ze voor eeuwig dezelfde schapen blijven hoeden.

De kijker huilt en lacht omdat hij beseft dat hij zich door een boer, een big en een lied net zo kan laten ontroeren als door Romeo en Julia in Verona en Ingrid Bergman en Humphrey Bogart in Casablanca. Het is absurd en schaamteloos sentimenteel en aan het eind van het lied drinkt Babe zijn flesje leeg.

Kannibalisme

De mooiste scène uit de film over Kleintje komt in het boek van King-Smith niet voor. Toch verdient de schrijver op de allereerste plaats ons respect, want hij is het die deze scène mogelijk heeft gemaakt en die het volwassen varken - want Kleintje is op dit punt in het verhaal allang geen big meer -met zoveel sympathie benadert dat het eten van een karbonaadje kannibalisme lijkt.

Dick King-Smith (73), debuteerde na een loopbaan als soldaat, boer en onderwijzer op 56-jarige leeftijd met The Fox Busters, waarin drie buitengewone kippen drie vossen verslaan. Hij woont in een klein dorp tussen Bristol en Bath, op een boerderij zoals ze in kinderboeken worden beschreven, zegt hij door de telefoon. Omdat het de maand is die naar Kerstmis leidt, heeft hij geen tijd voor een ontmoeting. Maar telefonisch wil hij me wel kort te woord staan, wat net zo'n waterval van verrukkelijke Engelse uitdrukkingen oplevert als lezing van een van zijn boeken. Eigenlijk is er maar een, voor de hand liggende vraag, die gesteld moet worden. Bent u vegetariër?

“Nee, ik ben hypocriet. Ik hou van varkens en ik hou van varkensvlees, vooral van bacon en worstjes. Maar ik ben wel blij dat de 45 varkens die Babe in de film hebben gespeeld, niet geslacht worden. Ze zijn allemaal ondergebracht op kinderboerderijen.

“We gaan allemaal dood, maar het liefst op een plezierige manier. Mijn enige zorg is dat dieren die voorbestemd zijn om geslacht te worden, gelukkig leven en een fijne dood hebben. Ik ben tegen de hedendaagse manier van boeren. Een boerderij is geen fabriek. Toen ik zelf varkens hield, liet ik ze vrij rondlopen in een bos. Ik ben zelf wel eens met een varken bevriend geweest. Dat varken ging als een grote hond op de grond liggen en mijn kinderen mochten dan op zijn kop krabben. Het was een groot varken, het had hen makkelijk kunnen doodbijten. Maar ik vertrouwde het. Dat is vriendschap.

“Vegetarisch zijn is volgens mij geen oplossing, zeker niet voor kinderen. De mens is aangepast aan het eten van vlees, hij heeft het nodig.”

Overlevenden

De boeken van King-Smith lijken voor verfilming geknipt. De taal speelt er geen hoofdrol in. Vaak is het idee beter dan de uitwerking, ook al beweert de schrijver dat hij een grote prullenmand heeft. De dieren in zijn verhalen lijken, voor zover een mens dat kan beoordelen, op dieren. Ze hebben geen kleren aan, en ze kunnen wel met elkaar praten, maar veel verandert dat niet. De schapen laten zich scheren en de koeien laten zich melken en ondertussen keuvelen ze over het weer. Alleen de hoofdpersonen maken er meer van. Maar die zijn dan ook bijzonder.

Toch hebben ook de andere dieren menselijke trekken. In zijn debuut, The Fox Busters, geschreven toen hij naar eigen zeggen het schrijven nog moest leren, staat bijvoorbeeld een passage over het gedrag van kippen nadat een paar vossen een groot aantal soortgenoten hebben verslonden: 'Maar de volgende morgen scheen de zon net zo helder als altijd, en de overlevenden, zoals overlevenden dat doen, aten hun ontbijt met smaak en waren blij dat ze nog leefden.' In De dood van Ivan Iljitsj beschrijft Tolstoj hetzelfde gedrag bij mensen. Want de dood van deze goede kennis wekte 'bij ieder die het hoorde, zoals altijd, een gevoel van vreugde op: hij is gestorven en niet ik. Ja, hij is gestorven, maar ik nog niet.'

Dick King-Smith is een wreed schrijver. Hij schrijft voor kinderen en dat doet hij amusant en onbarmhartig. Hij laat kinderen al vroeg kennis maken met de kracht en de zwakte van de verbeelding. Een boek of een film lang laat hij hen denken dat ze een varken zijn. En plechtig zullen ze beloven nooit meer vlees te eten. Maar tijdens het kerstdiner zullen de meesten die belofte al weer breken. The way things are wint het weer van the way things could be, en zeg niet dat het niet zo is, want het is wel zo. En toch is het goed dat ze even varken zijn geweest, en wat voor een varken, zo roze, zo dik besnuit, zo vol van vertrouwen. If I had words, I would make this day last for all time.