Lot Clinton hangt steeds meer af van Bosnische missie

WASHINGTON, 15 DEC. Nu het Congres geen brede steun heeft gegeven aan zijn besluit om Amerikaanse troepen naar Bosnië te sturen, is er voor president Clinton geen ontkomen meer aan: in eigen land zal hij, meer dan wie ook, verantwoordelijk worden gehouden voor het welslagen of falen van de Bosnische vredesmissie.

De president die zegt de Amerikaanse leidersrol in de wereld weer inhoud te willen geven, zal zijn eigen leiderschap op de proef gesteld zien. In een jaar dat in het teken zal staan van de campagnes voor de presidentsverkiezingen, moet Clinton een militaire operatie tot een goed einde brengen, die bij voorbaat veroordeeld wordt door het Huis van Afgevaardigden - en volgens opiniepeilingen ook door een meerderheid van de Amerikaanse bevolking.

De president hoeft niet iedere steun te ontberen. Dankzij de inzet en overtuigingskracht van de Republikeinse senatoren Dole en McCain stemde de Senaat voor een resolutie die instemde met de uitzending van Amerikaanse militairen naar Bosnië. Clinton prees de twee gisteren dan ook, en stelde dat zij het mogelijk hebben gemaakt dat “de grote traditie van een door beide partijen gesteunde buitenlandse politiek” wordt voortgezet. Maar die woorden leken meer een wens van de president uit te drukken, dan een weerspiegeling van de feitelijke situatie.

Want in de debatten in Huis en Senaat werd vooral duidelijk dat Clinton er vooralsnog niet in geslaagd is zijn Bosnië-politiek overtuigend aan de man te brengen. Veel Congres-leden die uiteindelijk wel hun steun voor de troepenzending uitspraken, deden dat niet zozeer omdat ze het met de president eens waren, als wel omdat ze zich neerlegden bij een situatie waar ze toch niets meer aan konden veranderen. En omdat ze de manschappen niet wilden afvallen. Wanneer de missie in moeilijkheden komt, als er bijvoorbeeld Amerikaanse slachtoffers vallen en de roep om beëindiging van de operatie klinkt, zal Clinton er rekening mee moeten houden dat hun steun niet van harte was, en dus wellicht ook niet blijvend zal zijn.

De afgelopen weken heeft de president zijn Bosnië-beleid herhaaldelijk verbonden aan meer algemene doelen van de buitenlandse politiek, zoals leiderschap van de NAVO, een grote betrokkenheid bij Europa en in het algemeen een krachtige leidersrol in de wereld zoals die er na het einde van de Koude Oorlog uitziet. Al die zaken zouden staan of vallen met een actieve militaire rol van de Verenigde Staten in Bosnië, betoogde hij.

Die argumentatie lijkt noch in het Congres, noch in de publieke opinie veel indruk te hebben gemaakt. Al weken vindt zo'n 58 procent van de bevolking dat de Amerikaanse troepen niets in Bosnië te zoeken hebben; 36 procent vindt dat Clinton de juiste beslissing heeft genomen. De nieuwe generatie Republikeinen in het Congres lijkt aanzienlijk minder gevoelig dan hun oudere collega's voor het belang van een Amerikaanse rol in Europa, de zin van een Amerikaanse leidersrol in de wereld en de noodzaak van een krachtige NAVO.

Zonder hen meteen tot isolationisten te bestempelen, kan wel gezegd worden dat hun politieke prioriteiten binnenslands liggen (terugdringing van het begrotingstekort, hervorming van het politieke systeem, herstel van de waarden van het gezin). Met de verdwijning van het communisme als vijand en ijkpunt van de buitenlandse politiek, lijkt de Republikeinse partij haar houvast, maar ook haar eenheid op dit gebied te zijn kwijtgeraakt.

De afgelopen dagen hebben vertegenwoordigers van de regering-Clinton erop gewezen dat het historisch gezien bepaald geen uitzondering is dat het Congres slechts schoorvoetend instemt met een overzeese militaire operatie. Ook president Bush heeft dat met de Golf-oorlog moeten ondervinden. Na enige tijd komt, als een missie succesvol is, de brede steun wel, luidt de redenering. Maar waren er in de Golf-oorlog militaire successen die de steun voor de president/opperbevelhebber vergrootten, het is moeilijk voor te stellen wat in de Bosnische situatie tot enthousiasme kan leiden bij de Amerikaanse bevolking of het Congres.

Wat tot woede of verslagenheid kan leiden is des te beter voor te stellen: gijzelingen van Amerikaanse militairen, terroristische aanslagen, grote aantallen dodelijke slachtoffers, machteloos toezien bij weer oplaaien van de oorlog of etnische zuiveringen. Dat alles zou de Amerikaanse vastbeslotenheid om een hoofdrol te spelen in de vredesoperatie aan het wankelen kunnen brengen, ook al heeft president Clinton gisteren nog zo verzekerd dat de Amerikanen zich in dergelijke gevallen niet snel zullen terugtrekken - zoals in Libanon en Somalië gebeurde.

Door het verband te leggen tussen de Amerikaanse rol in het specifieke geval Bosnië en meer in het algemeen de Amerikaanse leidersrol in de post-communistische wereld, heeft president Clinton de inzet van de huidige vredesoperatie nog vergroot: faalt de missie, dan zullen de gevolgen nauwelijks tot Bosnië beperkt kunnen blijven. Want het staat er niet best voor met het nieuwe Amerikaanse leiderschap in de wereld, als het meteen al een bloedneus oploopt.

Ondertussen blijkt de geringe populariteit van de Amerikaanse deelname aan de Bosnische vredesmacht, voorlopig niet te leiden tot een verlies aan vertrouwen van de Amerikanen in hun president. Voor het eerst in bijna twee jaar vindt (blijkens een opiniepeiling van The New York Times en CBS News) meer dan de helft van de Amerikanen dat Clinton zijn werk goed doet. Voor een president die zelden in gaat tegen wat opiniepeilingen hem dicteren, moet dat een vreemde gewaarwording zijn.