Het struikgewas van taal

Anthony Burgess: Byrne. Uitg. Hutchinson, 150 blz. ƒ 47,20.

De romans van Anthony Burgess hebben zich nooit onderscheiden in waarschijnlijkheid. Dat ze op de werkelijkheid zouden lijken was dan ook niet een van zijn voornaamste uitgangspunten. Het kon af en toe voorkomen, in A Clockwork Orange bijvoorbeeld en in Earthly Powers, maar belangrijker was voor hem dat zij voortdurend bleven lopen, met wendingen in het verhaal, ideeën uit zijn onsystematische filosofie en virtuoze stilistiek. Er zijn lezers die hem niet meelevend of zorgvuldig genoeg vinden; voor anderen, zoals voor mij, is hij een van belangrijkste schrijvers uit de recente Engelse literatuur.

Byrne, zijn postuum verschenen roman in verzen, lijkt minimaal op de werkelijkheid en is verbluffend virtuoos. Roman-in-verzen is zacht gezegd: het zijn achtregelige Byroniaanse coupletten op een rijmschema ABABABCC, in het derde hoofdstuk afgewisseld met negenregelige Spenseriaanse: ABABBCBCC. Bijna niemand zou het hem nadoen, noch wanneer de woorden zich aan de orde houden noch wanneer hij onuitspreekbare splitsingen toepast:

A task they realized should not be missed, a Chance to do the maternal cause some good, Anticipating later feminist a Sertions that the male's sole function should Be the provision of spermatozoa. Andere auteurs zouden te lachlustig klinken als zij zulke toeren zouden uithalen. Burgess, nijdig en zelfverzekerd op weg door het struikgewas van de taal, lacht nooit om eigen grappen.

Het verhaal gaat voornamelijk over een vader Byrne, een Ier met verscheidene talenten en een amorele levenswandel, en over zijn tweelingzoons Tom en Timothy. In het korte bestek van de roman kampen zij met allerlei politieke, artistieke en medische problemen zonder dat de lezer zich om hen begint te bekommeren; het gaat om de ideeën en de woorden.

Als iemand tegen het eind toch betrokken raakt bij dit laatste werk van Burgess zal het niet zijn vanwege de personen maar vanwege hemzelf. De ene zoon Byrne heeft al een tijdje lang bloed gespuwd als hij een ziekenhuis in Manchester (Burgess' eigen geboorteplaats) hoort dat hij aan longkanker lijdt en nog zes maanden voor zich heeft. Ongeveer dezelfde woorden moet de auteur in de tijd waarin hij dit boek schreef (voltooid in zijn sterfjaar 1993) van de artsen gehoord hebben. Het zou in sommige gevallen indiscreet zijn van een lezer om zoiets te opperen; niet hier, want een paar coupletten tussen haakjes verwijzen ernaar.

Dat dit het vernuftige, uitbundige en toekomstloze werk van een stervende schrijver is moet in de beschouwing ervan opgenomen worden. De Byroniaanse coupletten laten zich niet opblazen door tijdloze gedachten, maar zij zijn in de ruimte tussen leven en dood geschreven. Zij vertolken de stijl en stemming van de ware Anthony Burgess vlak voor zijn laatste ogenblikken.