Gedoemd te leven; Satanische roman van Philip Roth

Philip Roth: Sabbath's Theater. Uitg. Jonathan Cape, 451 blz. Prijs ƒ 44,90. De Nederlandse vertaling verschijnt in april bij Meulenhoff.

Veel van Philip Roths succesvolle romanfiguren waren erotomanen, maar voor Mickey Sabbath, de hoofdpersoon van zijn nieuwste, 21ste boek, zou een aanzienlijk sterker woord moeten worden uitgevonden. Wat te denken van een man wiens belangrijkste gespreksonderwerp aan het sterfbed van zijn door kanker verteerde minnares is hoe ze elkaars pis dronken tijdens een orgastisch hoogtepunt? Wat te denken van een man die in de ontwenningskliniek van zijn echtgenote een jongere patiënte tot een vluggertje probeert te verleiden met twee flessen Stolichnaya? Wat te denken van een man die, liefdevol opgenomen in het huis van een vriend, daar allereerst de lingerievoorraad van de teenage-dochter plundert en vervolgens reeds tijdens het eerste avondmaal met zijn voet de vrouw des huizes probeert te verleiden?

Sabbaths leven is in belangrijke mate door seksuele grensoverschrijding getekend, maar hoewel dat alles hem aan de rand van de maatschappelijke respectabiliteit heeft gebracht weet hij op zijn 64ste nog van geen ophouden.

Sabbaths leven is theater, zoals de titel suggereert, en hij deed er als poppenspeler zijn intrede; die carrière kreeg een gevoelige knauw toen hij werd opgepakt wegens openbare obsceniteit. En van de universiteit die hem daarna werk verschafte werd hij weggeschopt nadat een tape openbaar werd gemaakt waarop zijn telefoonseks met een studente was vastgelegd (het volledige transcript is - uiteraard - in het boek opgenomen.) In de bejaarde fase van zijn leven, het laatste bedrijf zo u wilt, speelt Sabbath de rol van vervuilde outcast, die om kwartjes bedelt in de ondergrondse en nog steeds het epateren als belangrijk raison d'être beschouwt.

Toch zou Roth tekort gedaan worden als we Sabbath zouden beschouwen als alleen maar de zoveelste incarnatie van zijn geobsedeerde joodse vieze man. Sabbath, het einde naderend van zijn niet te winnen gevecht tegen ouderdom en moraal, probeert in de laatste honderd pagina's van het boek voorbereidingen te treffen voor zijn eigen dood, en dit laatste kwart van het boek behoort tot het beste dat ik van deze auteur heb gelezen. De conversatie met de beheerder van de mottige begraafplaats waar hij een plaatsje uitzoekt (en betaalt met het geld dat hij van eerdergenoemde vriend stal) is van een serene waardigheid die de dood tegelijk aanvaardt en bespot. En de ontmoeting met zijn honderdjarige oud-oom Fish (die hij overigens ook weer niet verlaat zonder een essentiële diefstal) is zo mogelijk nog indrukwekkender.

Het verhaal gaat associatief langs de verschillende episodes uit Sabbaths verleden en heden, zo associatief dat het niet altijd even makkelijk is te onthouden welke vrouw bij welke scandaleuze episode hoort. Maar halverwege stolt de vertelling tot een bewonderenswaardige eenheid.

Roth toonde zich nooit een groot komisch auteur wanneer de humor zijn voornaamste intentie was (zie The Breast, zie The Great American Novel) maar hij was in zijn andere romans altijd goed voor tenminste enkele komische hoogtepunten. Sabbath's Theater stelt de lezer wat dat betreft absoluut niet teleur, en de meest hilarische scène bewaart Roth voor het laatst, als de dirty old man, verworpen, gescandaliseerd en verzoend met de dood, gedoemd is verder te leven. Zelfs poppenspelen kan hij niet meer, met zijn aderverkalkte vingers. Als we het boek dichtslaan horen we het satanisch gegrinnik van de man die werkelijk aan de touwtjes trekt.