Fonds wil meer basisstipendia

DEN HAAG, 15 DEC. Beeldende kunstenaars zouden zes keer een basisstipendium moeten kunnen krijgen. Nu hebben ze recht op maximaal twee keer. Het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunsten, dat de regeling sinds 1994 uitvoert, bepleit de verruiming in het beleidsplan 1997-2000, dat het vrijdag aan staatsecretaris Nuis van cultuur heeft aangeboden.

Het basisstipendium is bedoeld voor kunstenaars met een inkomen beneden het bijstandsniveau. Met het stipendium van 57.000 gulden moeten ze minimaal twee jaar rondkomen. De ervaring leert dat ze er gemiddeld drie tot vier jaar van leven. In 1994 kregen achthonderd mensen een stipendium. Het ministerie van sociale zaken draagt jaarlijks 22 miljoen gulden bij aan de financiering, de prijs voor twee jaar bijstand. De voorziening levert het ministerie dus winst op, meent G. Dales, directeur van het Fonds. Uit onderzoek blijkt dat een kwart van de kunstenaars die nu geld ontvangen, vele jaren nodig denkt te hebben om een renderende beroepspraktijk op te bouwen. Als een kunstenaar na twee basisstipendia niet in zijn eigen inkomen kan voorzien, is het geld eigenlijk weggegooid. Hij zal zich moeten laten omscholen. De uitbreiding kost niet meer geld, heeft het Fonds becijferd, doordat de groep kunstenaars niet veel groter zal worden. Voorwaarde is dat het Fonds de rente over de rekeningen niet hoeft af te dragen aan het Rijk. Dat gaat om ongeveer één à anderhalf miljoen gulden. Voor de huidige kunstenplanperiode tot en met 1996 beschikt het Fonds over een budget van jaarlijks 47 miljoen gulden. Het vraagt voor de periode 1997-2000 ruim 51 miljoen gulden per jaar. (ANP)