Even billen

Mr K.L.Poll, redacteur eerst van het Hollands Weekblad (nog altijd jammer dat dit het niet heeft kunnen bolwerken), daarna van het Hollands Maandblad, de man aan wie we het Cultureel Supplement te danken hebben, en bovendien oprichter van de Vereniging voor O.K. en W., nu de K.L. Poll Stichting, had een paar obsessies. Zo was hij van mening dat mensen die in de krant schreven, alleen in het uiterste geval maar eigenlijk nooit zichzelf met het woord ik in hun bijdragen ten tonele mochten voeren, enkele begenadige uitzonderingen daargelaten. Dat heeft niet geholpen. Er zijn maar weinig columnisten, schrijvers van artikelen en beschouwingen, die zich niet eens persoonlijk introduceren om de lezer te vertellen hoe het met hun familie gaat, wat voor weer het was toen ze hier of daar geïnspireerd werden, wat voor spelletjes ze vroeger op zolder speelden, om dan na een stuk of wat autobiografische alinea's terzake te komen. De beschouwende journalistiek wordt nog steeds autobiografischer; de denkreuzen blijven even schaars. Daaruit kan iedereen zijn conclusies trekken.

Een andere obsessie, of allergie van Poll werd geactiveerd door een bepaald soort woordkeus, niet Non-U volgens de maatstaven van Nancy Mitford, niet gebakje in plaats van taartje, niet modieus maar tof-burgerlijk (het laatste deel van deze samenstelling bestaat ook niet meer). Het ging daarbij zo ver, dat hij, hoewel in alle andere opzichten het tegendeel van een dictator, deze woorden het liefst bij de wet op straffe van iets radicaals wilde verbieden. Vroeg iemand bijvoorbeeld: 'En wat ging er toen door je heen?' dan trok hij een verwrongen gezicht en zei: 'Nee, dat niet! Spaar me!' Het was in de tijd dat televisie-interviewers aan alle mensen die iets bijzonders hadden meegemaakt, vroegen 'wat er toen door ze heen ging'.

Vechten tegen de bierkaai. Intussen is dit soort uitdrukkingen steeds talrijker geworden. Wat zou nu de weerzin van K.L.Poll hebben gewekt? Bijvoorbeeld terugfluiten: de minister werd door de Kamer teruggefloten. Of bij het grof vuil zetten: we kunnen deze optie gevoegelijk bij het grof vuil zetten. Terug naar af: de voorzitter constateerde aan het einde van de discussie dat de club weer terug bij af was. Een groot x-gehalte: de spreker had een groot zorggehalte in zijn verhaal gelegd. Ging er niet van op de stoelen staan: van dit voorstel ging de vergadering niet op de stoelen staan. Hapklare brokken: de lezers willen deze problematiek liefst in hapklare brokken geserveerd krijgen. Einde oefening: nou, dat betekent dan einde oefening. Gepasseerd station: deze opvatting betekent dus een gepasseerd station. Icht wil! Wie deze uitdrukking gebruikt moet de è door een ì vervangen, net als bij bellen: Hij moest even billen. Wie zich verbaasd toont zegt met een dikke l: Hàlloo! - en dan in het verslag daarvan aan een ander dat hij er genoeg kreeg: 'En toen zei ik nou, dáhàg!' Twee uitdrukkingen waarmee degene die zich ervan bedient, wil aangeven dat zijn laag gestelde verwachtingen uitkwamen: En ja hoor.. en Maar nee, enz. Een polemische opening waarmee men onmiddellijk aangeeft dat men een tegengesteld standpunt heeft: Hoezo gevolgd door een samenvatting van wat de tegenstander vindt, dit bij voorkeur in één woord samengevat en dit weer met een begin van verontwaardiging op dringende vraagtoon uitgesproken. Tot de onsmakelijkste hoort ophoesten. De minister verklaarde dat hij deze feiten niet zomaar even kon ophoesten.

Een verwante maar andere categorie van bij eerste gebruik al afgebeulde uitdrukkingen is die van de variaties op bekende boektitels: De ondragelijke van . De wereld volgens -. Zen en de - van -. Haalt - (jaartal)? Ik noem maar een paar voorbeelden.

Waarom hoort dit alles tot het conversatie-arsenaal van velen, terwijl het de weerstand van aanzienlijk minder anderen wekt? Misschien omdat de velen met al die woorden en gezegden willen laten merken dat ze tot de voorhoede van de moderne samenleving horen, terwijl de anderen zich ervan overtuigd houden dat dit helemaal geen voorhoede is maar een kabaal makende supportersvereniging, de club van de jolige slagvaardigheid, die al hun gekoesterde subtiliteit en fijnzinnigheid, een hele levenswijze in de taal, onder de voet dreigt te lopen - niet eens opzettelijk maar eenvoudig omdat ze met zovelen zijn.

K.L. Poll was een onversaagd verdediger van de minderheid. Daarom gedenk ik hem vaak in stilte, en nu in dit stukje.