EMU heeft haar vrijblijvendheid verloren

MADRID, 15 DEC. De Economische en Monetaire Unie (EMU) heeft haar vrijblijvendheid verloren. Het uur 'u' komt steeds dichter bij -het moment waarop de munten onherroeppelijk aan elkaar gekoppeld moeten worden en de beslising valt wie mee mag doen en wie niet.

De top moet een aantal technische kwesties over de muntunie oplossen, maar moet “vooral een positief geluid laten horen in deze tijd van gloom and doom”, zoals een Brusselse diplomaat het omschrijft. “Er zal een krachtige klaroenstoot komen. Men zal nogmaals zeggen dat vastgehouden wordt aan het scenario voor de muntunie.” In Madrid zullen de staats- en regeringsleiders elkaar, en vooral ook de Franse president, moed in praten. Onderwerpen als de intergouvernementele conferentie van 1996 of de politiedienst Europol worden nauwelijks aangeroerd.

Op dit moment voldoen alleen Luxemburg en Duitsland aan de criteria voor de muntunie, zoals een staatsschuld die niet hoger mag zijn dan 60 procent van het bruto binnenlandse produkt (bbp) en een financieringstekort van maximaal 3 procent van het bbp. De potentiële achterblijvers vrezen politiek en economisch achterop te geraken. Daarom worden in naam van de EMU drastische bezuinigingen doorgevoerd en sociale zekerheidsstelsels hervormd. Maatregelen die anders ook nodig waren geweest, maar die nu extra krachtig zijn ingezet want de overheidsschuld moet zo snel mogelijk omlaag. Immer, begin 1998 wordt gekeken wie er mee mag doen.

Nergens wordt de spanning die de EMU veroorzaakt, tussen de saneringsplannen die nodig zijn voor toetreding tot de eenheidsmunt en de effecten van die maatregelen op de samenleving, pijnlijker duidelijk dan in Frankrijk. De Franse regering wordt al wekenlang geconfronteerd met massale stakingen tegen voorgenomen bezuinigingen. Deze week leek de Gallische brand ook over te slaan naar België, waar tienduizenden ambtenaren de straat op gingen onder de leuze 'Nu is het genoeg!' Toch kwamen de socialistische partij- en regeringsleiders, gisteravond bijeen in Madrid, unaniem tot de slotsom dat onverkort moet worden vastgehouden aan de criteria die gelden voor de EMU. Ook de Franse socialistisch voorman Lionel Jospin onderschreef die verklaring.

Terwijl in Madrid wordt gewerkt aan een 'positief signaal' over de eenheidsmunt, wordt de toekomst van de EMU bevochten in de straten van Parijs. Slaagt de regering-Juppé er niet in voorgenomen bezuiningen door te voeren, dan zal Frankrijk zijn begrotingstekort de komende twee jaar niet kunnen terugbrengen van 5 naar 3 procent. Zonder Frankrijk geen EMU, heeft Duitsland al herhaaldelijk laten weten. Zonder EMU geen politieke unie, onderstreepte premier Kok gisteravond in Madrid. Zonder EMU verwatert de Europese Unie tot een vrijhandelszone, voorspelde ook vorige week de Belgische premier Dehaene. Als de EMU niet in 1999 begint, wordt ze ingehaald door een andere ingrijpende verandering van de EU: de uitbreiding naar Oosteuropa.

De Duitse regering bekruipt inmiddels een ander soort zenuwachtigheid dan de schrik om er niet bij te zijn. Het besef van de onherroepelijkheid van de muntunie heeft Duitsland ertoe aangezet strengere criteria te formuleren voor de deelnemers. Met in herinnering de gierende inflatie begin deze eeuw en op de achtergrond een sceptische bevolking die zijn sterke D-mark niet wil verkwanselen, heeft minister van financiën Waigel een stabiliteitspact voorgesteld: een afspraak om ook na toetreding tot de muntunie vast te houden aan de toetredingscriteria. Bovendien spoorde Waigel Frankrijk indirect aan zijn financiën op te schonen, toen hij in september liet uitlekken dat Italië zich niet voor de EMU zou kwalificeren.

Groot-Brittannië zoekt intussen welke richting het op moet: wel meedoen aan een Europese muntunie of niet? Het land verkeert in de comfortabele positie dat het vrijwel zeker mee kàn doen, maar mag kiezen of ze mee wìl doen. Eurosceptici willen dat Londen buiten de muntunie blijft, maar premier Major houdt de mogelijkheid open. Wel kondigde hij deze week aan dat hij in Madrid “een hele reeks onderwerpen die niet voldoende overwogen zijn” op tafel zal brengen. Zo hamert Groot-Brittannië er op dat bestudeerd moet worden hoe de verhouding zal zijn tussen degenen die meedoen, de 'ins', en de achterblijvers, de 'outs' (of 'pre-ins'). De Europese Commissie deed vast een aanbeveling voor een wisselkoerssysteem, maar een doorwrocht plan is er nog niet. Op de top zal volgens Britse diplomaten het Europees Monetair Instituut, de voorloper Europese Bank, gevraagd worden zo'n rapport op te stellen.

Italië, dat zich alleen door een mirakel kan kwalificeren voor de muntunie, heeft bepleit de hele operatie uit te stellen. Ook anderen onderstrepen dat de EMU niet per se in 1999 hoeft te beginnen, zoals in Duitsland SPD-voorzitter Lafontaine die tijdens zijn eerste grote persconferentie deze week zei dat de regering-Kohl in het belang van de werkgelegenheid moet ophouden “met Pruisische discipline” vast te houden aan lage inflatie en monetaire stabiliteit. Ook Eurocommissaris Kinnock plaatste onlangs vraagtekens bij de datum 1 januari 1999. Maar diplomaten in Brussel voorspellen dat uitstel, althans voorlopig, afstel betekent. Een nieuwe deadline zou ook niet geloofwaardig zijn. Daarom moeten in Madrid de rangen gesloten worden.

Door alle EMU-stress wordt eens te meer duidelijk dat de Europese eenwording nog altijd via de economie gaat. “Meer dan veertig jaar is Europa gebouwd door de achterdeur, door economische integratie”, zei oud-commissievoorzitter Jacques Delors onlangs in een interview. De politieke samenwerking wil de economische integratie maar niet volgen. Vooral omdat Groot-Brittannië, fel tegenstander van meer macht voor Brussel, de andere lidstaten gijzelt. Om daar iets aan te doen, stuurden Frankrijk en Duitsland vorige week een brief aan EU-voorzitter Gonzalez met het voorstel het unieverdrag zo te wijzigen dat een aantal landen dat verder wil gaan, dit ook kan doen. Britten reageren furieus. “Dit voorstel is gevaarlijk”, aldus een Britse diplomaat. “We hebben in het verdrag van Maastricht gezamenlijk afgesproken dat met de EMU een multispeed Europa mogelijk moet zijn. Maar er is een verschil of je zo'n afspraak met zijn allen maakt of dat je met een paar beslist verder te gaan omdat je met de anderen geen overeenstemming kunt bereiken.”

De Europese Unie heeft 25 jaar geleden al eens geprobeerd een muntunie te vormen, toen nog met zes lidstaten. In december 1969, op de top van Den Haag, werd besloten de haalbaarheid van zo'n unie te onderzoeken. Dit resulteerde in het zogeheten rapport Werner, waarin een scenario tot 1980 werd uitgestippeld. Maar het proces werd verstoord door de effecten van een instabiele dollar in 1971 en de recessie na de eerste oliecrisis van 1973-'74. Na die valse start duurde het tot de top van Hannover, in de zomer van 1988, tot de Europese gemeenschap weer de mogelijkheid van monetaire integratie aandurfde. De komende jaren, die zoals de tekenen voorspellen overschaduwd worden door een nieuwe recessie, moeten uitwijzen of de Europese muntunie het dit keer wel haalt.

    • Birgit Donker