Elvis wel, Pavarotti niet; De echte kerststem is dun gezaaid

Alles wat zingt en speelt brengt op een gegeven moment wel een kerstplaat uit. Maar niet iedereen heeft een kerststem. “Zo'n stem bezielt, om dat in ongenade gevallen woord maar weer eens te gebruiken.”

Wat je ook doet met Kerstmis, het blijft altijd Kerstmis. Een diepgeworteld, onuitroeibaar gevoel: ga op 25 en 26 december twee dagen lang in bed liggen met een laken over je hoofd en nog voel je de Kerst, niet alleen overal om je heen, maar, en dat is schokkend, ook ergens diep binnenin.

Het is een vreemde gewaarwording, want met het instituut Kerstmis is hier al zo lang geleden afgerekend. Vooral in de jaren zestig en zeventig, is het kerstfeest keer op keer ontmaskerd, als een katholieke samenzwering of als een kitschvertoning. Hoe kon je je zonder voorbehoud overgeven aan het kerstgevoel, terwijl je wist dat a) God niet bestaat en dus ook de geboorte van de Heiland niet uitbundig gevierd hoeft te worden en b) vrede op aarde een sentimentele illusie is en c) de halve wereld krepeert van honger en armoede terwijl jij je in familieverband vol zit te proppen en d) het in de eerste plaats big business is?

Het vieren van het kerstfeest zou in die jaren herkend zijn als wat het was: een wurgende verplichting, met het kerstdiner als hypocriet hoogtepunt - iedereen manmoedig glimlachend boven de kalkoen, terwijl achter de façade van kaarslicht en hulsttak de oude familiestormen razen. Ik herinner me hoe ergens halverwege de jaren zeventig een boekje van de huiselijke feministe Harriët Freezer, getiteld Wat doen we met moeder met de feestdagen?, in de media werd onthaald alsof er een belangrijk taboe werd geslecht: je bejaarde ouders een hele dag bij je thuis onder de boom zetten en ze vervolgens door een vijfgangendiner slepen, was eigenlijk niets anders dan een tot mislukken gedoemde poging tot het afkopen van een loodzwaar drukkend schuldgevoel. Dat schuldgevoel was fout, en je kon er maar beter zo snel mogelijk mee afrekenen. Aan de andere kant was het wel weer je morele plicht om bij iedere hap en slok schuldbewust te denken aan de onnoembare ellende in de abstractie die de Derde Wereld heette. Maar in de jaarlijkse collectebus van het Leger des Heils kon je toch maar beter geen geld doen, want die geloofden echt in de Heer en discrimineerden homofielen en ongetrouwde moeders.

Alles aan de Kerst, dat is er hier in die jaren stevig ingehamerd, is een illusie in de negatieve zin van het woord - onechte religieuze gevoelens, onechte hartelijkheid, onecht kaarslicht, onechte sneeuw en steeds meer onechte kerstbomen. Maar wat de verbeten kersthaters nooit begrepen hebben, is dat Kerstmis bij uitstek gedijt in een sfeer van gecultiveerde onechtheid. Het is een misverstand te denken dat kitsch geen authentieke gevoelens kan herbergen. Het beste zie je dat aan wat misschien nog het meest onechte kerstfenomeen van alle is: de kerstplaat.

Alles wat zingt en speelt brengt op een gegeven moment wel een kerstplaat uit. Loop een platenzaak binnen en voor de bak met kerstcd's volgt een kleine culturele openbaring: een wonderlijke vergaarbak van muzikale stijlen en onbeschaamde bastaardgenres. Kerstmis kun je met iedereen vieren: met de Zangeres zonder Naam, met Elvis, met Diana Ross in duet met Placido Domingo en José Carreras in de Alte Winterreitschule te Wenen, met Ronnie Tober en Vader Abraham, met Charles Aznavour en Tammy Wynette.

Kattenkoor

Je kunt de Kerstdagen doorbrengen met een echt kattenkoor dat op Jingle Cats de mooiste kerstliedjes afwerkt. De cd Ave Maria belooft een gewijde kerst met veel hallelujahs en holy nights, gezongen door de beroemdste aller operazangers - Pavarotti, Sutherland, Te Kanawa. De Amerikaanse sopraan Barbara Hendricks viert een soort Unicef-kerst; op haar cd zingt ze kerstliedjes van over de hele wereld, zodat bij het luisteren voortdurend beelden in je hoofd verschijnen van blijde Benetton-kinderen die elkaar een hand geven en zo een kring van geluk om de aarde vormen.

Op Stille Nacht, Heilige Nacht bezorgen de Wiener Sängerknaben je een echt Duitse Kerst; achter het ijle geluid van de onbevlekte jongenssopranen rijst een verstilde wereld van onschuld op, bedekt met eeuwig maagdelijke sneeuw en geurend naar verse dennenaalden. Het vocale ensemble Chanticleer, dat afgaande op de groepsfoto geheel bestaat uit goedlachse Amerikaanse homo's met een wijkende haargrens, zingt op Sing We Christmas, het echt klassieke repertoire in een hemels a capella. De softe soulzanger Luther Vandross, een persoonlijke favoriet, croont op This is Christmas behalve de traditional O' Come All Ye Faithful zwoele kerstsongs over romantiek onder de kerstboom en zoenen onder de mistletoe, vermengd met een vleugje gospel, altijd in de buurt van een hartstochtelijk knapperend haardvuur. En natuurlijk, last and least, is er de Hollandse Kerst, meestal bezongen door vaderlandse artiesten met wie het de laatste jaren wat minder gaat. Hun cd's zien er een beetje onbeholpen uit - grofkorrelige foto's van vlezige hoofden, onhandige belettering, lelijke kerstballen - en liggen vaak voor bodemprijzen in de winkel. Of je krijgt ze gratis bij aankoop van twee pakken koffie.

Have Yourself a Merry Little Christmas, Un enfant est né, Heiligste Nacht, In dulci jubilo, Let it Snow! en Rudolf the Red-Nosed Reindeer; ieder jaar dezelfde liedjes, soms een beetje country, soms een beetje soul, vaak in voorverwarmd bed van synthesizerviolen, dan weer verstilde close harmony. En meestal rinkelende sledebelletjes naar het einde toe. Er zit een ontzagwekkende hoeveelheid muzikale pulp bij; veel kerstcd's zijn een klein wonder van smakeloosheid, zeker als je ze bij elkaar in de bakken ziet staan. Het is ook niet gemakkelijk: wat je nodig hebt voor een kerstlied, is een kerststem.

Stemmen die een oprecht kerstgevoel kunnen vertolken, zijn anders dan het aanbod suggereert, dun gezaaid: Kiri Te Kanawa en Barbara Hendricks hebben kerststemmen, Elvis had hem, Sinatra, natuurlijk en Bing Crosby, vanzelfsprekend. Diana Ross, als ze haar best doet. Domingo heeft hem. Pavarotti niet, vreemd genoeg, want niemand weet beter dan hij hoe je kitscherige muziek leven in kunt blazen. Een echte kerststem bezit een weldadige gloed, een troostende zachtheid of een jubelende intensiteit. Een echte kerststem belooft dat alles goed is of nog zal komen.

Zo'n stem bezielt, om dat in ongenade gevallen woord maar weer eens te gebruiken. De teksten van kerstliederen bestaan voornamelijk uit afgesleten metaforen, maar dood zijn ze niet. Zoals alles wat nadrukkelijk gefantaseerd is, vertolken ze een verlangen. Het gaat om gevoelens die in geaccepteerde kunst en in het dagelijkse leven zelden of nooit aan bod komen, omdat ze als onwerkelijk herkend zijn en nu alleen nog maar door traditionele clichés onder woorden gebracht kunnen worden: het verlangen naar een warme roes van romantiek, het verlangen naar vanzelfsprekende welbehagen en barmhartigheid, het spirituele verlangen iets te ervaren dat groter dan jezelf is. Het zijn allemaal woorden die met Kerstmis worden geassocieerd en die wij in ons hoofd allang tussen ironische aanhalingtekens hebben leren zetten. Maar wie luistert naar een kerststem, hoort een echo van die verlangens, hoe gelikt het lied ook is.

Zulke stemmen laten horen dat het kerstgevoel onuitroeibaar is, ondanks de massale commercie, ondanks de realistische, ontnuchterende blik van de kersthaters. Uiteindelijk ontkomt niemand aan die donkerglanzende wereld van hulsttakken en engelenhaar, van kaarslicht dat in rode ballen wordt weerkaatst en grenzeloze liefde voor je naaste en de wereld in het algemeen. Je kunt je er maar beter aan overgeven.