Een aap op het altaar

In 'Twee oude vrijsters en een aap' van Tommaso Landolfi wonen twee oude vrijsters samen met hun aap naast een klooster. Als de aap op een dag wordt betrapt op heiligschennnis stelt dat de kerk voor lastige problemen. Heeft een aap een vrije wil? Kan een aap zondigen? Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

Tommaso Landolfi: Twee oude vrijsters en een aap (Le due zittelle). Vert. Anthonie Kee. Uitg. Goossens. Bij De Slegte in Brussel verkrijgbaar voor 160 BF.

'Alles wat een man meer heeft dan een aap is meegenomen', beweerde mijn grootmoeder. Misschien is het wel door deze dameswijsheid dat sommige vrouwen simpelweg genoegen nemen met een aap. Hoewel het vele jaren geleden is dat ik Villa des Roses heb gelezen zie ik nog haarscherp voor me hoe Madame Brulot kleine brokjes van klontjes suiker afbeet, welke Chico zonder zijn handen te gebruiken, tussen haar tanden weg moest halen. (Deed hij het met getuite lippen of met zijn tong?) Madame Brulot sloot daarbij telkens de ogen en fluisterde hem de zoetste namen in: mon trésor, mon chéri, mon Chicotte... Het lot van de aap was al te gruwelijk. De wraaklustige madame Cedron slingerde hem op een onbewaakt ogenblik in het haardvuur. In de feestzaal drong de lucht binnen van verzengend haar. Een van de meest tragische scènes uit de Nederlandse literatuur volgt: Madame Brulot gaat op zoek naar de allerliefste Chico.

Als dat maar goed gaat, dacht ik toen ik Twee oude vrijsters en een aap zagliggen in De Slegte aan de Lievevrouwbroerstraat in Brussel. Van de Italiaanse schrijver Tommaso Landolfi had ik nooit gehoord. Hij schreef deze novelle in 1939, eenendertig jaar oud. Ik nam het prachtig uitgegeven boekje, vertaald door Anthonie Kee, op goed geluk mee. Ik installeerde me in café Le Cirio tegenover de beurs en staarde naar de oude Brusselse dametjes, hun taartjes, hun mondjes, hun hondjes, alvorens het boek open te slaan.

Landolfi vertelt hoe in een beklemmende wijk in een beklemmende stad de twee oude vrijsters Lilla en Nena samenwonen met hun moeder, de aftandse donna Marietta, malade imaginaire. Het appartement is klein en benauwd. Donna Marietta geeft haar dochters geen ruimte. De twee oude vrijsters trekken zich terug in hun schulp en zien af van elke beweging, 'en in het algemeen gesproken van elke persoonlijke beweegredenen'. Donna Marietta communiceert door op haar borst te slaan; dit dof en somber geluid lijkt eerder op de Afrikaanse tam tam dan op de vrolijke Turkse trom. Het appartement kijkt uit op een kloostertuin waar de vrouwen de nonnetjes zich op gezette tijden in een stille rij naar de kapel zien begeven. Op een dag zwijgt het getrom. Donna Marietta is gestorven. Voor het eerst wordt in het verhaal de aap geïntroduceerd: 'Eventjes, met hartverscheurende kreetjes, boog zich over de schedel het al even mismaakte gelaat van de aap, buiten zinnen geraakt door de aanwezigheid van het lijk en razendsnel van de kast gekomen'. De verteller meldt dat deze aap de held van de vertelling zal worden. Donna Marietta verdwijnt van het toneel, want ze ziet verder af van de rol van spook 'die dergelijke personages na hun dood vaak eigener beweging aannemen.'

De schrijver wil de aap niet als afzonderlijk, op zichzelf staand wezen presenteren 'want ja, alle eigenschappen die een handig novellist van het menselijk ras, zo men wil een karakterdeskundige kan doen uitkomen bij of toeschrijven aan een dier, zijn al met al niet anders dan pure veronderstellingen, slechts waarschijnlijk gemaakt door ons mateloze antropomorfisme. Hoe kan men de gedachten van een stom dier doorgronden, de ware zin van zijn gebaren kennen,' hoe kan ooit de conventie van onze taal op dieren van toepassing zijn? Tenslotte, waaraan zou men kunnen toetsen of een aap goed of slecht is? Welnu, deze aap is een aap met alles er op en er aan.

Tombo (verbastering van de voornaam van de schrijver?) is bovendien het enige aandenken van de oude vrijsters aan hun broer, een kapitein op zee die het huis vroeg had verlaten en op vreemde grond was gestorven. Alle liefde die ze vroeger op hun broer hadden gericht gaat nu naar de aap. Met des te meer overgave nu de moeder hen niet in de weg staat. Al met al is Tombo, 'hoewel Eunuch', het mannetje in huis. Hij geniet met volle teugen van de oude vrijsters, in het bijzonder van hun respectievelijke boezems 'die hij met allevier zijn ledematen vastgreep, in een bezittershouding.'

Op een dag komt de moeder-overste van het belendende klooster zich beklagen: de aap zou 's nachts heimelijk de kloosterkapel binnendringen en zich daar schuldig maken aan 'heiligschendende handelingen'. De oude vrijsters eisen eerherstel voor de aap en houden hem voortdurend in de gaten. Tijdens een nachtelijke wake betrappen ze de aap op heterdaad. Tombo draagt de mis op, verslindt de gewijde hostie, drinkt de heilige wijn en pist tegen het altaar. De ontstellende vraag rijst: moet het beestje boeten voor zijn zonden?

Onder leiding van priester Tostini en de jonge Zwitserse pater Alessio gaan de oude vrijsters bij hun geweten te rade. De beide geestelijken vliegen elkaar in de haren over vragen als: wat is goed en wat is kwaad? Heeft een aap een vrije wil? Kan een aap zondigen? Kan een aap bekeerd worden? Heeft een aap een geweten? Alessio voert de meest heidense argumenten aan om het beest vrij te pleiten. Arme Tombo, een slechtere advocaat kan hij niet treffen. De slotsom is duidelijk: duim omlaag. Alessio met zijn zondige gedachten wordt door de oude vrijsters weggejaagd. Net als Chico uit Villa des Roses moet de aap sterven. Lilla en Nena overleggen hoe dat zal gebeuren. Een antieke gouden hoedespeld moet uitkomst bieden.

Vlak voordat ze hem ter dood brengen liefkozen de oude vrijsters hun aap, kietelen ze hem op zijn buik en borst, daar waar hij haast geen vacht heeft, houden ze hem achterover op de tafel, met de armen uitgespreid als Kajafas bij Dante en noemen ze hem bij zijn liefste koosnaampjes.

De schrijver zegt dat hij zich niet schuldig wil maken aan de ondeugd om een stom dier menselijke houdingen en gevoelens toe te kennen, maar als lezer kun je niet anders. Ik sla het boek dicht, kijk op naar oude vrouwtjes, de hondjes op hun schoot. Wonderlijk dat zo'n bizar en fantastisch verhaal zo geloofwaardig kan zijn.