De lange weg naar een Europese munt

Middeleeuwen. Feodale heersers proberen regelmatig om afspraken te maken met hun handelspartners over de inwisselbaarheid van munten.

1857-1866. Duits-Oostenrijkse Muntunie.

1865-1926. Latijnse Muntunie, tussen Frankrijk, België, Italië, Zwitserland en Denemarken. Wordt geplaagd door voortdurende meningsverschillen tussen de deelnemers.

1872-1931. Scandinavische Muntunie, tussen Zweden, Denemarken en Noorwegen. Werkt soepel tot de Eerste Wereldoorlog.

1957. De zes oorspronkelijke lidstaten van de Europese Gemeenschap leggen in het Verdrag van Rome de basis voor coördinatie van economisch en monetair beleid.

1970. Plan Werner voorziet in een Europese muntunie in 1980. De voorbereidingen lopen vast op de recessie en oliecrisis van begin jaren '70

1972. Aantal Europese landen koppelt hun munten in de zogenoemde 'slang' die de fluctuaties van de valutakoersen ten opzichte van elkaar begrenst.

1979. Oprichting van het Europees Monetaire Stelsel (EMS), waarbij een aantal Europese munten slechts binnen een beperkte marge van elkaar mogen afwijken.

1987. Voor het eerst wordt in een verdrag van de Europese Gemeenschap, de Europese Akte, over de wenselijkheid van een monetaire unie gerept.

1988. Op de Europese top in Hannover legt vast dat er naar een nieuwe muntunie gestreefd zal worden.

1989. De Europese Raad besluit op basis van het Rapport-Delors dat de EMU in drie fasen ingevoerd zal worden.

1991. De Europese leiders besluiten in Maastricht dat er een muntunie zal komen, met ingang van 1997 of 1999.

1992. Na grote onrust op de valutamarkten stappen Groot-Brittannië en Italië uit het EMS. de toegestane fluctuatiemarges voor de andere munten worden vergroot.

1993. Na een nieuwe golf van onrust op de markten worden de toegestane fluctuatiemarges voor de munten in het EMS vergroot.

1994. Oprichting van het Europees Monetair Instituut (EMI), de voorloper van een Europese centrale bank.

1995. Regeringsleiders zien in dat ze invoering van de muntunie in 1997 onhaalbaar is.

1998. Begin 1998 moet op basis van economische cijfers uit 1997 beslist worden over wie wel en wie niet mag deelnemen aan de unie.

1999. De koersen van de munten moeten onherroepelijk aan elkaar gekoppeld worden, de Europese centrale bank neemt het monetaire beleid over van de lidstaten.

2002. Uitgifte van nieuwe bankbiljetten en nieuwe munten aan het publiek.

(Bron: Deutsche Bank en De Nederlandsche Bank)