De Friese eenzaamheid; Natuurtalenten in de verste uithoek van Nederland

Er is geen provincie in Nederland waar zoveel loodgieters en voddenhandelaars kunst maken als Friesland. De meesten zijn altijd in hun eigen dorp gebleven. “Ze zullen weinig weet hebben gehad van expressionisme, fauvisme, surrealisme en constructivisme, en toch openbaarden deze nieuwe opvattingen zich in hun werk.”

In de kunstgeschiedenis en -beschouwing zou aan Friesland een speciaal hoofdstuk moeten toevallen, liefst met het antwoord op de vraag waarom juist deze provincie zo rijk is aan ongeschoold natuurtalent. Want dat is zo. Het gaat niet om verdienstelijke zondagsschilders, maar om gepassioneerde kunstenaars die af en toe tot nationale bekendheid doordringen, zoals dat met Gerrit Benner en Jopie Huisman gebeurde, respectievelijk een winkelier en een handelaar in vodden en oude metalen. We weten dat zulk talent in deze hoek van het land veel meer voorkomt dan elders, dat het kwalitatief ongekende hoogten bereikt en dat het vaak tegen de verdrukking in heeft standgehouden. We weten niet hoeveel er is verstikt in een samenleving die zeker niet al te vriendelijk was voor afwijkelingen en kunstenmakers.

Pas na de laatste oorlog drong kennis van de moderne stromingen in de beeldende kunst door in Friesland en dan nog moeizaam. Kunstenaarsgroepjes als 'In'e line', 'Frysk Palet' en 'It Boun fan Fryske Kunstners' verzandden snel. Een echte opleiding ontbrak en galeries waren er nauwelijks. Dat maakte alles dus anders dan in bij voorbeeld het aanpalende Groningen, met 'De Ploeg' en de akademie Minerva.

En toch valt er door de decennia heen een lange reeks van nooit als zodanig opgeleide beeldend kunstenaars te constateren. Kunstenaars die naast door hen uitgeoefende beroepen als loodgieter, schoenmaker, stratenmaker, winkelier, technicus tot opmerkelijke prestaties kwamen in de eenzaamheid van hun obsessie. Soms liepen ze vooruit op stromingen waarvan ze alleen weet konden hebben als er eens toevallig een tijdschrift hun kant uitwoei. Dikwijls zonder van elkaar te weten en dwars tegen de hoon in van een op zijn best onverschillige omgeving, werkten ze door aan een eigenzinnig oeuvre.

Hoewel ze elkaar dus niet of nauwelijks kenden is er tussen sommigen van hen een verwantschap aan te wijzen, een overeenkomstige mentaliteit. Bij voorbeeld als ze zich op het Friese landschap concentreerden en dat in een uitbundig expressionisme verwerkten, daarbij nog voor het internationaal optreden van bij voorbeeld Cobra het spontane schildersgebaar introducerend.

Waarom leverde Friesland wèl tientallen voorbeelden van een dergelijk natuurtalent op en Zeeland en Brabant niet? Wat zit er in de Friese lucht dat elders ontbreekt? Iets geheimzinnigs dat sluimerende intelligenties en vaardigheden doet ontwaken en vervolgens blijft voortstuwen.

Germa van Heerbeek, conservator van 't Coopmanshûs in Franeker, vertelde in haar museum dat die geheime factor niet uitsluitend de schilderkunst (en het schrijven en dichten) betreft, maar ook de wiskunde en astronomie. Behalve de overbekende wolkammer Eise Eisinga met zijn geniaal en nog steeds 'kloppend' planetarium in zijn Franeker huiskamer was er nog een hele rij van timmerlui en boeren die sterrekundige berekeningen en waarnemingen deden, waar ze zelf de instrumenten voor bouwden.

Maar dit terzijde, het gaat hier over de beeldende kunst. Nog steeds, ook in de laatste lichtingen, lijkt het aantal autodidacten die er toe doen, groter dan elders. Zo waren er van de 28 Friese kunstenaars die deelnamen aan de tentoonstelling Salut au monde, die deze zomer in het Fries museum aan het landschap was gewijd, elf autodidact.

Ambitieus luchtkasteel

In dit verband moet nu de naam vallen van Thom Mercuur, zelf ook autodidact maar dan als kunsthistoricus, conservator, tentoonstellingsmaker en vooral zoeker naar nog onbekend talent. Mercuur jaagt al jaren aan achter een ambitieus luchtkasteel, namelijk achter het museum Belvédère dat bij Heerenveen in het parkbos Oranjewoud moet komen. De hier besproken autodidacten, de eenlingen, moeten er in komen maar dan in kunsthistorische samenhangen die Mercuur denkt te kunnen aanwijzen. Hij heeft het onder meer over een lijn van invloeden over en weer die ruwweg van Dresden via Davos naar Groningen loopt en zich dan over Leeuwarden naar Amsterdam voortzet, met onderweg aftakkingen naar München en Vlaanderen.

Met andere woorden: Mercuur wil in zijn museum de Friese eenlingen toch onderbrengen in een systeem, in een mentaliteit van Die Brücke, Dada, De Ploeg, een Sezession hier, een vernieuwing daar. Een systeem met wederzijdse impulsen. Onderweg naar de verwezenlijking van zijn droom, het Belvédère in het Oranjewoud, waarvoor nog niet alle sponsors zijn gevonden, ontstaan er verduidelijkende deeltentoonstellingen in Mercuurs eigen onderdak, zijn museum/galerie het Tripgemaal bij Gersloot. Het is een vroeger gemaal in een voormalig verveningsgebied bij Heerenveen. Mercuur heeft er werk van de autodidacten maar ook van andere, verwante kunstenaars. Op vrijdag en zaterdag kan de geïnteresseerde langskomen. Het zijn liefhebbers die de weg weten: op de rotonde bij Heerenveen de afslag Tjalleberd, lang doorrijden over een aardige landweg tot voorbij het naambordje van Gersloot en daarna linksaf richting Gerslootpolder, vervolgens bij de eerste splitsing links aanhouden langs een weg met berkebomen tot aan een ophaalbrug. Vóór die brug rechtsaf en meteen weer linksaf, langs een café en dan verder langs een vaart. Deze weg loopt dood op het Tripgemaal.

De voorlopig laatste ontdekking van Mercuur geldt Rienold Postma. Zuiverder voorbeeld van het tegen de verdrukking in gedijen van autodidactisch natuurtalent, is niet te verzinnen.

Noorderlicht

Rienold Postma woont in het dorp Wiedum aan het Zandpad (Sanpead) in een onder de klimop vrijwel bezwijkend huisje. Hij is er samen met zijn postduiven en twee kooikerhonden, die - weet hij - dikwijls op de schilderijen van oudhollandse meesters voorkomen. Al een jaar of twintig werkt Postma (hij is 42 jaar) daar aan een volstrekt authentiek oeuvre, in eenzaamheid en afzondering, elke ochtend de steile trap beklimmend naar een hokje ter grootte van een flinke kast. Er past precies een tafel in met een tekenbord er op, onder een raam dat noorderlicht doorlaat. Zijn omgeving, die hij zelden verlaat, zijn de weilanden tot aan de horizon met slechts hier en daar de verheffing van een terp met een kerktorentje erop.

Postma werkt met pastel, met vetkrijt en sinds kort ook in dikke lagen acryl aan zijn voorstellingen die zijn dagelijkse waarnemingen behelzen. Kleine observaties die de zeef van zijn gedachten passeren, zich verenigen met de herinnering aan eerdere indrukken, uitkristalliseren en ten slotte de hand over het papier sturen. Postma's wereldje is om twee redenen klein: hij kan vanwege zijn honden niet langer dan een dagdeel van huis en hij heeft een fobische angst voor auto's sinds hij van nabij een fataal ongeluk meemaakte. Zijn actie-radius wordt bepaald door de afstanden die hij te voet, per trein en op een gehuurde fiets op één dag kan afleggen. Hij is er tevreden mee, hij ziet genoeg. Zoals: de houding van een meisje dat bij de dorpssuper oversteekt en dan omkijkt, de schrik in de ogen van mensen die een ongeluk zien, een langs een regenpijp omhoog klauterend jongetje, de herinnering aan zijn kreupele kat die allang dood is, hossende kinderen op een feestdag. Het zijn registraties van dingen die er eigenlijk niet toe doen en die zelden langer dan een seconde duren en meestal nog sneller vergeten zijn.

Op zijn tekenbord worden ze metaforen, blijvende symbolen van aandacht en ontroering. De voorstellingen blijven meestal binnen de grenzen van de figuratie, maar soms gaat Postma met enige gretigheid verder, zich uitend in halve of complete abstractie. Hij is graag bereid de achterliggende gedachten toe te lichten in de hoop dat de toeschouwer er zelf al achter is gekomen.

Postma is alleen, maar voelt zich niet eenzaam, al zijn de contacten met de dorpsgenoten schaars en afstandelijk. Levend van een steeds krapper wordende bijstand werkte hij door aan zijn tekeningen die in grote, zelfgetimmerde ladenkasten werden bewaard, zonder dat een jaar of twintig lang iemand daar weet van had. Pas na een expositie bij Mercuur werd zijn wereldje in bredere kring geopenbaard. Hij geeft toe dat zijn eenzaam geploeter hem een enkele keer te veel wordt. Dan wil hij wel eens uit de ban springen met drank en zo.

Postma vervulde als twintigjarige een paar kantoorbaantjes, maar hield dat niet uit. Hij zegt in die tijd in de openbare leeszaal een eigen gedachtenwereld te hebben opgebouwd, vooral aan de hand van Russische klassieken als Dostojevski en Tsjechov en ook van Kafka. Hij ging zelf schrijven en vond inderdaad een uitgever voor zijn korte verhalen en novellen. De drukproeven waren er al toen de uitgever failliet ging. Rienold Postma begroef vervolgens drukproeven en manuscripten in de tuin en nam met een rouwkaart aan zijn familie en vrienden afscheid van zijn literaire leven. Sindsdien maakt hij in het piepkleine zolderkamertje zijn getekende fantasieën, waarin de herkenbare wereld van kleinigheden verglijdt in een groter geheel van onbegrensde half- en nonfiguratie. De schilder was geboren.

Autist

Zijn verhaal raakt aan het raadsel van die zo typisch Friese variant van beeldend vermogen. Zonder veel hoop leg ik de vraag naar een mogelijke verklaring voor aan de schilder Sjoerd de Vries, zelf ook een representant van de begaafde autodidacten uit deze hoek van Nederland. De Vries noemt zichzelf overigens liever een autist dan een autodidact. Hij is nu op zijn 54-ste een zeker lokaal bekend en bewonderd kunstenaar, die binnenkort, als alles volgens plan verloopt, een expositie in het Singer Museum in Laren krijgt. Dat deed hij in de jaren zeventig overigens al eerder vanwege een ruzie over enkele burgemeestersportretten, die De Vries in opdracht had vervaardigd, maar die door de geportretteerden niet werden aanvaard. De Vries' portretten namelijk, en zeker ook zijn zelfportretten, zijn nooit gelijkende afbeeldingen maar doorschouwende karakterstudies in een gemengde techniek van al of niet met een strijkijzer bewerkte kartonlagen en door bleekwater aangetaste verven.

Ik spreek hem op de vijftiende en hoogste verdieping van een flatgebouw in Heerenveen. Uit de ramen van de tot één groot atelier samengesmolten flat reikt het uitzicht tot voorbij het Tjeukemeer. De Vries zegt nu hij voorbij de vijftig is van zijn werk te kunnen rondkomen, na een kunstenaarsloopbaan die geheel past in het verhaal van de Friese eenzaamheid. Perioden van wanhoop en vertwijfeling, zijn opmerking over het autisme, het kenmerkt allemaal zijn eigen stugge geschiedenis. Een ontwikkeling in afzondering, vallend en zoekend naar zijn weerbarstige techniek waarin sprake is van gelijmd karton waarin voorstellingen worden gekerfd, van plamuur en poederverf en gekookte lijnolie. En dus ook van bleekwater en een heet strijkijzer.

De Vries, die ooit melkcontroleur was, noemt als een van de hem voortdrijvende factoren een 'heimwee naar de toekomst' en drukt mij op het hart de naam van wijlen Jantje van der Sloot met ere en voorrang te noemen. Hem, Sjoerd de Vries, spreekt in het naïeve werk van Van der Sloot dat 'heimwee naar de toekomst' aan. Hij beschouwt de in 1963 gestorven kunstenaar als een eenzame reus, een monument voor het soort schilderkunst waarover we het hebben, deze kastelein, winkelier, boekhouder, straatfotograaf, vertegenwoordiger in fietsbanden en later landbouwwerktuigen, die pas na zijn zeventigste, in de rust van het bejaardenhuis de gelegenheid kreeg zich aan het schilderen te wijden, hoewel het verlangen ernaar zijn hele lange leven bepaalde.

Fries talent, zegt Sjoerd de Vries, had zeker vroeger geen wegzuigende centra in de buurt. Friesland vóór de Afsluitdijk: géén Amsterdam, géén universiteit als in Groningen, géén echte academie. Fries talent bleef in het eigen dorp of gehucht zitten en moest het zelf uitzoeken. In de meest letterlijke zin van het woord een uithoek, waar zelden of nooit passanten kwamen. Een isolement waar de eigen taal en cultuur alle gelegenheid kregen zich te ontwikkelen en te handhaven. En daardoor werd het voor Friezen nóg moeilijker weg te trekken. Ze werden vastgehouden in hun eigen identiteit. In een dergelijke afgeslotenheid moeten de wil en de roeping van een dichter, schrijver, schilder meer dan normaal sterk zijn om door te zetten. Een gedrevenheid, die, zegt De Vries, alleen maar kan als je ook een beetje autistisch bent.

Samenvattend: zoals water het laagste punt opzoekt zal talent zich naar de academie, stad, groep of galerie begeven. Ontbreken die dan moet het wel in eenzaamheid ter plaatse blijven. In dat geval zullen slechts de allerbesten stand houden. In zijn vroegere afgeslotenheid kon zich in Friesland in deze zin een traditie ontwikkelen die nog steeds bestaat. 'Ik wil het hier, in Friesland maken', zegt Sjoerd de Vries.

Wolkenweerkaatsing

De inmiddels beroemdste van de Friese natuurtalenten is Gerrit Benner, oorspronkelijk een winkelier in Leeuwarden die bij geldgebrek op de achterkant van behangselpapier werkte, meestal in een expressionistische euforie reagerend op de luchten, meren, weilanden, akkers en wolkenweerkaatsingen van zijn provincie. Ze worden in één gedachtenvlucht met kleurblokken en -banen samengevat. Steeds opnieuw worden de oude, vertrouwde motieven gezien en herbeleefd en in andere stemmingen gerangschikt. Benner was er mee bezig, de van oorsprong technisch tekenaar Bauke Weistra is er nog steeds mee bezig, met de sjablonen van bomen, kerken, huizen en weiland, als een soort geschilderde druksels schikkend en rangschikkend in een gemengde techniek van verf en zand.

Een andere, tot dusver te weinig buiten zijn omgeving opgemerkte meester is Willem van Althuis, boerenzoon van afkomst en lange tijd stratenmaker van beroep. Hij werkt in een even persoonlijke als subtiele techniek waarin met dunne penselen nat in bijna droog wordt geschilderd aan monochromen met bijvoorbeeld van grijs naar blauwgrijs verlopende nuances, zonder dat ergens een scheiding tussen de tinten is aan te wijzen. Doordat de olieverf uiterst dun wordt opgebracht blijft de structuur van het linnen meespelen in de zichzelf verdoezelende composities. Van Althuis maakte kleine schilderijtjes, gewijd aan vervagende herinneringen aan een stationnetje in Dronrijp, een pakhuisje hier, een bruggetje daar. Er is een hele serie over het onaanzienlijke gebouwtje dat in Laaxum de visafslag was. Over een reeks van jaren werd dat gebouwtje tienmaal geschilderd, steeds in een klein formaat van 24 bij 30 centimeter, steeds vanuit hetzelfde standpunt, steeds in de blauwgrijze verneveling maar toch iedere keer weer iets anders. Van andere standpunten bezien is het gebouwtje veel levendiger met de afgeknotte dakhoeken boven een vierkante plattegrond. Van Althuis koos welbewust het ogenschijnlijk saaiste perspectief omdat hij een weerzin heeft tegen opsmuk en franje. In een brief schreef hij eens 'het pittoreske te verfoeien als een kankergezwel'. De laatste jaren schildert Van Althuis niet meer. Waarom niet? 'Ik heb er geen zin in.' De twee ateliers in zijn huis bij Heerenveen blijven leeg, er hangt mooi werk aan de muren. Mercuur komt geregeld langs om hem weer aan het penseel te krijgen.

Naast de stratenmaker Willem van Althuis moeten op zijn minst de schoenmakers Thijs en Evert Rinsema, de loodgieter Boele Bregman, de kastelein Tames Oud, en de melkvaarder Ruurd Wiersma genoemd moeten worden.

Thijs en Evert Rinsema (1877-1947 en 1880-1958)in Drachten, al in de jaren twintig als schilder en dichter actief als vroege avant-gardisten die bezig waren in de geest van Dada en De Stijl. Ze trokken zelfs de aandacht van Theo van Doesburg en diens vriend Kurt Schwitters, die naar Drachten kwamen voor een ontmoeting. Boele Bregman (1918-1980) lyrische schilder en beeldhouwer, bleef tot zijn dood in stilte werken. Hij was in zijn sombere onzekerheid niet tot exposeren te bewegen. Pas acht jaar na zijn overlijden werd duidelijk dat jaren lang in het verborgene een meester bezig was geweest aan een half-figuratie van kleurvlakken, gedeformeerde koppen en figuren en een dikwijls weerkerende symboliek met vogelfiguren en een rood kloppend hart. Hij maakte geschilderde en geschreven gedichten en prozafragmenten zoals: 'Wat is ervan terechtgekomen? De jongens van de bond, de jongens van het oostfront, de jongens van het verzet, de jongens van de marine, de jongens van de mijnen, de jongens uit de polder, de jongens van het overspel, de jongens van de kroeg, de jongens van de dieverij, de jongens van de hoeren. Wat is slecht en wat is goed?'

Zou Boele Bregman van Tames Oud hebben geweten? Tames Oud, die in 1859 in Nes op Ameland werd geboren, en in een rusteloos bestaan van alles was en deed, woonde jaren in België. Zijn schilderijen bleven daar toen niet onopgemerkt, schilderijen die altijd herinneringsbeelden aan het oude Ameland waren. Hij kreeg zelfs aardige kritieken, al hadden sommigen moeite met zijn eigengereide aanpak, bij voorbeeld wanneer hij schelpen in zijn voorstellingen verwerkte. De kunst is in het leven van Tames Oud altijd het belangrijkste van alles geweest. Toen hij in Brussel een café dreef werd hij door de stamgasten gevreesd als een woedend debater zodra het gesprek aan de toog weer op schilderen en schilderijen was gebracht. In die gesprekken barstte hij soms, als hij werd tegengesproken, in tranen uit.

Naïef

In mijn onvolledige lijst van Fries autodidactisch kunstenaarschap past op zijn minst één naïef, omdat ook hij het schilderen beoefende met de vanzelfsprekendheid van eten, slapen, ademen, maar dan strikt volgens zijn eigen regels. Ik bedoel de melkvaarder, voddenboer, grondwerker, fabrieksarbeider Ruurd Wiersma (1904-1980), een schilder die uit innerlijke noodzaak de verhalen vertellen moest waartoe hem, een stuurse en zijn medemensen wantrouwende man, de woorden ontbraken.

Ruurd Wiersma, afkomstig uit het dorp Rinsumageest, werd, zoals het een echte naïef betaamt, pas in zijn levensavond door een golf van creativiteit overspoeld, en toen hield hij niet meer op. Hij zou van zijn éénkamerwoning in Birdaard een monument maken, dat na zijn dood in 1980 een museumpje werd, verscholen in een doodlopende zijslurf van de Mounewei (Molenweg) in het dorp aan weerszijden van de Dokkumer Ee, de beruchte heen- en weerroute in de Elfstedentocht, die ook in Wiersma's oeuvre figureert.

Wiersma had geen enkele boodschap aan de regels, hij schilderde groot wat belangrijk werd geacht en klein wat er minder toe deed. Hij liet geen vierkante centimeter onbenut om via bomen, bloemen, mensen, koeien, vogels, huizen, sneeuw en schaatsenrijders zijn herinneringen en nooit verwoorde opvattingen te verbeelden. Ze hadden alle wanden van de kamer nodig, zetten zich voort in het keukentje, op de kolenkit, een bijzettafeltje, toevallig aanwezige flessen, koektrommeltjes en zelfs op de schoenen die hij voor zijn uitstapjes naar Leeuwarden aantrok.

Stuk voor stuk ontwikkelden deze kunstenaars een persoonlijk handschrift, een direct te herkennen stijl. Zeker in het begin zullen de meesten van hen weinig weet gehad hebben van expressionisme en impressionisme, fauvisme, surrealisme en constructivisme, en toch openbaarden deze nieuwe opvattingen zich in hun werk. De veranderingen zaten blijkbaar in de lucht en werden door de antenne van hun kunstenaarschap opgevangen. Ze kenden het perspectief, de anatomie, de beeldende regels, zonder ze ooit geleerd te hebben. Ze wisten ervan als iets vanzelfsprekends.

Nog steeds is het wachten op de jonge kunsthistoricus die, het culturele Friesland van de afgelopen eeuw in kaart brengend, zich in het bijzonder zal toeleggen op die even losse als rijke verzameling autodidactisch natuurtalent. Misschien dat die wetenschapper eindelijk ontdekt door welke inspirerende ademtocht de noordwesthoek van ons land wordt aangeraakt. Een tinteling in de atmosfeer waarvoor door de jaren heen steeds bezeten eenlingen met de juiste voelhoorns uitgerust bleken om tot het dwangmatig vervaardigen van authentieke kunst te worden gedreven.

Het is zoals Kurt Schwitters in zijn 'Drachter periode' dichtte:

Wij w88888888

Wij tr88888888

Te blijven w88888888!!!

Stelt men ons opnieuw te leur

Dan hebben wij nog een 8terdeur

Wij w88888888

Tot?