De cyclische kroniek van een Fries dorp

Doarp, zondag, Ned.1, 16.00-16.55u.

Al meer dan 2500 Friezen zagen de afgelopen maanden in allerlei dorpshuizen en cafés, maar ook een weeklang in een theater in Leeuwarden, de eerste avondvullende Friese documentaire. Doarp (spreek uit: 'Dwarp'), geregisseerd door Henk Penninga, is een soort van kroniek van het dorpsleven in Minnertsga (tussen Franeker en Dokkum), waar de oorspronkelijk als smalfilmer actieve Penninga en zijn producente en partner Wieke Mollema twee van de 1800 inwoners zijn. De vertelling concentreert zich op een periode van twee jaar, tussen twee dorpsfeesten met optocht in. De fanfare won een hoofdprijs op het Wereldmuziekconcours van Kerkrade, de bejaarden maakten een reisje, de aardappels werden twee keer gerooid, elke vrijdagmiddag bespreken tienermeisjes op het plein het weekeinde en iedere ochtend rond een uur of acht verzamelen de middelbare scholieren om gezamenlijk de lange fietstocht naar de dichtstbijzijnde stad te ondernemen, over een onbeschut, winderig rijwielpad.

De mensen kennen elkaar in Minnertsga, van voor en van achter, van vroeger en nu, ze weten wie het kind van wie is en ze vormen een echte gemeenschap. Ze leven niet in het verleden, maar ze kennen de verhalen, over de brand in de kerk, waarom de klokken elke ochtend om half elf langer luiden en dat er vroeger een stationnetje stond waar nu de bussen stoppen.

Dat verleden is in de film aanwezig door stukjes archiefmateriaal, die zo intrigerend zijn als we langzamerhand weten dat willekeurige oude smalfilms doorgaans werken. Vroeger werden zulke dorpsfilms wel vaker gemaakt; nu is een produktie als Doarp, gemaakt met subsidie en een deels niet-Friese professionele crew, een zeldzaamheid. Het is ook een fenomeen, een dwarsdoorsnede van een cultuur, waar degenen die daartoe behoren zich in herkennen.

Maar ook stedelingen en Hollanders kunnen genieten van de charme van de film, een reeks cyclische impressies, die werkelijk begrip wekken voor de laconieke trots van de Friese ziel. Buiten Friesland was de film slechts te zien in september in het Nederlands Filmfestival en a.s. zondagmiddag op de NCRV-televisie: wel in een ingekorte versie (55 in plaats van 75 minuten), die de film volgens de producente 'kortademiger' maakt. Randstedelijker dus, en dat mogen we geen vooruitgang noemen, omdat juist de herhalingen en het trage ritme, die Penninga en de montage van Ot Louw in film hebben weten te vertalen, de essentie van Doarp uitmaken.