Beelden van een oorlog die wij 'nooit hebben gevoerd'

Op zondag 19 december 1948 begon op Midden-Java de 'tweede politionele actie'. Het was een van de herhaalde Nederlandse pogingen om de Indonesische republikeinen die in augustus 1945 de onafhankelijkheid van hun land hadden uitgeroepen, gewapenderhand in het gareel te brengen.

Het verhaal van deze vorm van koloniale oorlogsvoering is allang bekend, maar staat in Nederland nog altijd ter discussie. Wat daarbij grotendeels ontbrak was beeldmateriaal. Van de actie mochten nauwelijks foto's en films gemaakt worden omdat die tot onrust zouden leiden en het idee zouden oproepen dat er in Indonesië een echte oorlog aan de gang was.

Toch zijn er in opdracht van de Dienst voor Legercontacten (DLC), die destijds verantwoordelijk was voor de militaire voorlichting in het voormalige Nederlands-Indië, heel wat films en foto's gemaakt. Er mocht echter vrijwel niets van openbaar worden gemaakt. De collecties van de DLC bleven gesloten en mochten zelfs niet geïnventariseerd worden. Een deel van dit materiaal is nu, ruim veertig jaar later, gepubliceerd door de kunst- en fotohistoricus Louis Zweers in 'Agressi II': Operatie Kraai (de vergeten beelden van de tweede politionele actie), dat deze week is uitgekomen bij SDU Uitgevers, Den Haag.

Met de tweede politionele actie, die onder Indonesiërs bekend staat als 'Agressi II' en door Nederland werd uitgevoerd onder de codenaam 'Kraai', werd geprobeerd de jonge Republik Indonesia alsnog te vernietigen. Het voornaamste doel was Djokja op Midden-Java, het politieke centrum van de republiek. Nadat de stad door Molukse en Timorese parachutisten in Nederlandse krijgsdienst was ingenomen, werd bijna het hele kabinet-Soekarno gevangengenomen en gedeporteerd. Op 23 december 1948 verschenen de eerste militaire foto's in Nederlandse dagbladen. Alle foto's waren hetzelfde: Nederlandse militairen op de rug gefotografeerd in lege straten van het stadscentrum van Djokja. Dat er nauwelijks meer beeldmateriaal beschikbaar kwam en er geen journalisten tot het strijdgebied werden toegelaten, had volgens luitenant-kolonel W.C. Koenders, hoofd DLC, te maken met het feit “dat wij in Indonesië nooit een oorlog hebben gevoerd”.

De 'politionele actie' was een volledig militair succes, maar veroorzaakte grote verontwaardiging overal in de wereld. De VN en de Veiligheidsraad werden van kerstreces teruggeroepen en eisten onmiddellijke stopzetting van de strijd en vrijlating van Soekarno en diens regering. Internationaal gezien stond Nederland er slecht op, maar onder de Nederlandse bevolking bleek 62 procent het militaire optreden in Indonesië te billijken. Met uitzondering van de CPN-fractie, steunden alle Tweede-Kamerfracties het regeringsbeleid. Onder druk van de VN en dreigende stopzetting van de Amerikaanse Marshall-hulp, staakte Nederland op oudejaarsdag van 1948 toch zijn tiendaagse veldtocht in Indonesië. Na de zware internationale kritiek werden de afgebroken Nederlands-Indonesische onderhandelingen weer op gang gebracht. Met gevolg dat in december 1949 - vier jaar nadat Indonesië zich onafhankelijk had verklaard - de soevereiniteit over de voormalige kolonie aan Indonesië werd overgedragen.