Vier hoogleraren doceren volgend jaar natuurbeheer

AMSTERDAM, 14 DEC. Het Wereldnatuurfonds, de Vereniging Natuurmonumenten en het Prins Bernhardfonds hebben samen vier bijzondere leerstoelen in natuurbeheer aan Nederlandse universiteiten ingesteld. Dit heeft prof. dr. C. Stortenbeker, emeritus-hoogleraar natuur beheer aan de Landbouwuniversiteit te Wageningen, gisteren in Amsterdam bekendgemaakt op een slotmanifestatie van het Europese natuurbeschermingsjaar. Hij deed dat als voorzitter van een stichting die door de betrokken organisaties voor dit doel is opgericht. De betrokken hoogleraren zullen volgend jaar worden benoemd.

De Nijmeegse Universiteit krijgt een bijzondere leerstoel natuurontwikkeling, speciaal in stroomgebieden. Een leerstoel behoud en ontwikkeling van natuurgebieden langs de kust gaat naar de Groningse Universiteit Voor de derde stoel - de relatie tussen natuurbeheer en de algemene milieukwaliteit - viel de keus op de Vrije Universiteit in Amsterdam. Aan de Landbouwuniversiteit Wageningen komt een bijzonder hoogleraar in natuur- en milieu-educatie.

Het initiatief vor de leerstoelen komt volgens Stortenbeker voort uit een sterk groeiende belangstelling onder studenten voor natuurbeheer. Toch zijn er nog slechts twee reguliere, fulltime hoogleraren in dit vak, allebei in Wageningen: één voor natuurbeheer in de gematigde luchtstreken (sinds 1969) en één voor natuurbeheer in de tropen (sinds 1990). Ook is er een bijzonder hoogleraar die in Utrecht de Prins Bernhard Chair bezet en zich in het bijzonder op internationale natuurbescherming richt. “Maar alles bij elkaar toch wat mager”, aldus Stortenbeker.

Het is de bedoeling dat de nieuwe ééndags-hoogleraren geregeld contact onderhouden met hun 'voltijdse' collega's in Wageningen en een landelijk netwerk gaan vormen, waar ook studenten gebruik van kunnen maken.

Het Europese natuurbeschermingsjaar, dat gisteren werd afgesloten, droeg als centrale thema de natuur in de directe omgeving van de mensen. Een nationaal comité onder voorzitterschap van W.T. van Gelder, commissaris der koningin in Zeeland, heeft op zevenhonderd verschillende plaatsen in Nederland activiteiten ontplooid waaraan duizenden mensen deelnamen. Ze varieerden van zwaluwen tellen en ecologisch bermbeheer tot Jac. P. Tijsse-tochten en natuurvriendelijk tuinieren.

Intussen blijft de natuur in Europa, zeker langs de kust, onderhevig aan een snelle aftakeling. Daarvan getuigde A. Salman, secretaris-generaal van de European Union for Coastal Conservation, die meldde dat sinds 1960 elke dag bijna een kiliometer kustlijn wordt bebouwd en dat er dagelijks dertig hectare duin verdwijnt. “Hierdoor is inmiddels één derde van de Europose duinen verloren gegaan, langs de Middellandse Zee zelfs al driekwart.” Oorzaak van de achteruitgang is vooraL de aanleg van toeristenoorden, havens en industrieterreinen.

Het toerisme pleegt ook een zware aanslag op een natuurgebied als de Alpen. De ruimte die skipisten daar in beslag nemen, is langzamerhand groter dan de provincie Utrecht en elk voorjaar komen er nieuwe littekens van de wintersport onder de sneeuw te voorschijn. Ook de Europese wetlands (waterrijke gebieden met vanouds een grote rijkdom aan vogels) blijven terrein prijsgeven. Ze vallen vaak ten offer aan droogleging, veenafgraving, kanalisatie en vervuiling.

De verscheidenheid aan dier- en plantesoorten wordt ook gaandeweg minder. Van de 120 Europese landzoogdieren staat de helft onder zware druk of wordt zelfs acuut met uitsterven bedreigd. De eens florerende wolvenstand in de Europese Unie is gereduceerd tot hooguit 850 exemplaren, verspreid over Griekenland, Italië, Spanje en Portugal.