Turkije en Europa

HET EUROPESE PARLEMENT heeft een verstandig besluit genomen toen het gisteren de douane-unie tussen de Europese Unie en Turkije goedkeurde. Dertig jaar lang hebben de Turken in de wachtkamer gezeten en de lengte van die periode is niet alleen een gevolg geweest van Turks wangedrag. Turkije is tot op de dag van vandaag voor het Westen acceptabel geweest als NAVO-bondgenoot. Tijdens de Koreaanse oorlog leverden de Turken een detachement. Maar als het erop aan kwam het associatieverdrag van de Europese Gemeenschappen met Turkije zoals bedoeld op te waarderen tot een wezenlijke douane-unie schrokken de Europeanen daarvoor terug. Anders dan Griekenland, dat wel als volwaardig lid mocht toetreden, hield men Turkije liever op armlengte.

Nu hebben de Turken inderdaad een aantal wandaden op hun naam staan. De vestiging van een Turkse republiek op Cyprus was zo een daad die de internationale gemeenschap niet als rechtmatig heeft willen aanvaarden. De gewelddadigheid waarmee de Koerdenopstand in het oosten van het land wordt bestreden en het onrechtmatige optreden tegen parlementariërs van Koerdische herkomst zijn in dezelfde mate onacceptabel. Het ligt voor de hand dat bij het aanhalen van de banden met Europa dit gedrag steeds weer aanleiding is voor het wraken van de Turkse overheid.

Tegelijkertijd moet worden erkend dat Turkije voor grote problemen staat. Zolang de Koerdische beweging krachtige separatistische geluiden laat horen en het geweld, ook tegen de eigen volksgenoten en ook buiten het eigen territoir, niet schuwt, is een veroordeling van het Turkse gedrag alleen een iets te gemakkelijke benadering van de werkelijkheid.

NOG AFGELOPEN ZOMER wekte een meerderheid in het Europese Parlement de indruk dat zij de douane-unie met Turkije zou tegenhouden. De argumenten voor een dergelijke afwijzing lagen voor het grijpen, maar toch leek ook een element van 'kijk ons eens' een rol te spelen. Voor die verleiding is het parlement uiteindelijk niet gezwicht. Gevoelig als de Europarlementariërs zijn voor het verwijt van onmacht hebben zij zich toch niet laten degraderen tot actiegroep. Er lag nu eenmaal een oude verplichting en er was de rechtmatige overweging dat isolering van het land op den duur het doel van modernisering en humanisering van de Turkse staatsinstellingen en van de officiële mentaliteit niet naderbij zou brengen.

Turkije heeft een traditie van oriëntatie op Europa. Het Europese Parlement heeft die traditie en de belofte die zij inhoudt terecht in zijn besluitvorming meegewogen.